Agnosticisme betekent dat men gelooft dat het onmogelijk is te weten of God bestaat of niet bestaat. Het wordt vaak voorgesteld als een middenweg tussen theïsme en atheïsme. Dit betekent dat agnosten skeptici zijn van alles wat godsdienstig is. De agnost meent dat de menselijke kennis beperkt is tot de natuurlijke wereld en dat de geest niet in staat is het bovennatuurlijke te kennen. Dit betekent dan weer dat een agnost ook een theïst of atheïst kan zijn.
In de eerste definitie wordt de agnost een fideïst genoemd, iemand die in God gelooft zuiver op basis van geloof. De agnost van de tweede definitie wordt er door theïsten soms van beschuldigd dat hij gelooft in het niet-bestaan van God, maar die beschuldiging is absurd en de uitdrukking is betekenisloos. De agnostische atheïst vindt eenvoudigweg geen dwingende reden om in God te geloven.

De term 'agnostisch' werd uitgevond door T. H. Huxley (1825-1895), die een voorbeeld nam aan David Hume en Immanuel Kant. Huxley zegt dat hij de term uitvond om te beschrijven wat hem naar eigen zeggen uniek maakte onder zijn collega-denkers:

Ze waren redelijk zeker dat ze een zekere "gnosis" hadden bereikt -- hadden min or meer succesvol het bestaansprobleem opgelost; maar ik was redelijk zeker dat ik het nog niet had opgelost, en ik was er redelijk sterk van overtuigd dat het probleem onoplosbaar was.

Hij zegt dat hij op de term 'Agnostisch' kwam omdat de term "suggestief tegengesteld was aan het 'gnostische' van de kerkgeschiedenis, die zovele zaken pretendeerde te weten over de zaken waarover ik niets wist..." Het lijkt alsof Huxley met de term wou zeggen dat metafysica min of meer bedrog is. Kortom, hij was het blijkbaar eens met het besluit dat Hume schreef op het einde van zijn An Enquiry Concerning Human Understanding:

Wanneer we bibliotheken overspoelen met deze principes, welke verwoesting richten we dan aan? Als we om het even welk boek over God of schoolmetafysica ter hand nemen, bijvoorbeeld. Laten we ons dan afvragen of het enige abstracte redenering bevat over hoeveelheid of getal? Neen. Bevat het enig experimentele redenering over feiten en bestaan? Neen. Werp het dan in de vlammen: want het bevat niets anders dan bedriegelijke redeneringen en illusie.

Kants Critique of Pure Reason lost enkele van de voornaamste epistomologische opwerpingen van Hume op, maar ten koste van het verwerpen van de mogelijkheid om iets meer te weten dan de wat we kunnen zien of vaststellen. Volgens Kant kunnen we God niet kennen maar is het begrip God een praktische noodzaak.