Animisme is de leer dat dingen, zelfs niet-levende, een ziel hebben. (Animus is Latijn voor ziel.) Het is een oud geloof dat wordt gebruikt om het verschil te verklaren tussen een ding dat leeft en een ding dat dood is. Het wordt ook gebruikt als verklaring voor de verschijningen van mensen in hallucinaties of dromen. De animus, geest, of energie bestaat onafhankelijk van het ding, of dat ding nu dood of levend is.

Sommige mensen geloven dat de ziel van mensen bestaat voor of nadat het lichaam sterft. Sommigen geloven dat de ziel van dieren en planten nooit vergaan. Sommigen denken dat levenloze voorwerpen zielen hebben.

Tegenwoordig is animisme populair in de meeste godsdiensten en bij New Age-mensen. Het is in het bijzonder populair bij mensen die troost vinden in tradities zoals sjamanisme, mogelijk omdat ze de moderne wereld te complex en betekenisloos vinden om enige betekenis te kunnen geven aan zichzelf.

De term werd verzonnen door Edward Burnett Tylor in Primitive Culture (1871). Kinderpsycholoog Jean Piaget meende dat animisme een van de aanleggen in het denken van het pre-rationele kind (Zusne en Jones 1989: 27). Animisme is zichtbaar in heel wat sprookjes, vele stripverhalen, en in sommige reclamefilmpjes op televisie, waar zelfs toiletpapier met een geweten kan spreken.