Apofenie is de spontane waarneming van verbanden en betekenissen van niet-verwante fenomenen. De term werd bedacht door K. Conrad in 1958 (Brugger).

Kort nadat zijn zoon zelfmoord had gepleegd, begon de Anglicaanse bisschop James A. Pike (1913-1969) betekenisvolle berichten te zien in zaken zoals een gestopte klok, de hoek van een open veiligheidsspeld en de hoek gevormd door twee postkaarten die op de vloer lagen. Hij dacht dat ze het uur weergaven waarop zijn zoon zelfmoord had gepleegd (Christopher 1975: 139).

Peter Brugger van het Departement Neurologie van het Universitair Ziekenhuis van Zürich, geeft voorbeelden van apofenie uit August Strindbergs Occult Diary (Occult Dagboek), het relaas van de toneelschrijver over zijn psychotische periode:

Hij zag "twee insignes van heksen, de hoorn van een geit en de bezem" in een rots en vroeg zich af "welke demon [ze] had geplaatst ... precies daar en op mijn weg op deze bepaalde ochtend". Een gebouw leek toen als een oven en hij dacht aan Dantes Inferno (Dantes Hel).

Hij ziet stokken op de grond en meent dat ze Griekse letters vormen die hij interpreteert als de afkorting van de naam van een man. Hij voelt dat hij nu weet dat dit de man is die hem achtervolgt. Hij ziet stokken op de bodem van een kist en is er zeker van dat ze een pentagram vormen.

Hij ziet kleine handen in gebed wanneer hij naar een walnoot onder een microscoop kijkt en het "vervulde me met afschuw".

Zijn verkreukt kussen lijkt "als een marmeren hoofd in de stijl van Michelangelo". Strindberg merkt op dat "deze voorvallen niet als toeval kunnen worden aanzien, aangezien op sommige dagen het kussen een afbeelding had van verschrikkelijke monsters, van gotische waterspuwers, van draken, en op een nacht ... werd ik begroet door de duivel zelf..."

Brugger meent "De neiging om verbanden te zien tussen schijnbaar onverwante voorwerpen of ideeën verbindt psychose het meest met creativiteit ... apofenie en creativiteit kunnen zelfs worden gezien als twee kanten van dezelfde munt". Enkele van de meest creatieve mensen ter wereld moeten dan psychoanalisten en therapeuten zijn die een projectietest gebruiken zoals de Rorschach-test of die patronen zien van kindermisbruik achter elk emotioneel probleem. Brugger merkt op dat een bepaalde analist dacht dat hij een bewijs had voor de penisnijdtheorie omdat meer vrouwen dan mannen hun potlood na een test waren vergeten terug te geven. Een andere besteedde negen bladzijden in een vooraanstaand blad aan een beschrijving van hoe scheuren in het voetpad vagina's zijn en voeten penissen voorstellen, en het oude gezegde dat je niet op scheuren mag stappen is eigenlijk een waarschuwing om weg te blijven van het vrouwelijke geslachtsorgaan.

Het onderzoek van Brugger toont aan dat hoge dosissen dopamine de neiging beïnvloeden om betekenissen en patronen te vinden waar er geen zijn, en dat deze neiging verwant is aan een neiging om in het paranormale te geloven.*

In de statistiek wordt apofenie een Type I-fout genoemd omdat er patronen worden gezien die eigenlijk niet eens bestaan. Het is hoogst waarschijnlijk dat de schijnbare betekenis van vele ongewone ervaringen en fenomenen te wijten zijn aan apofenie, bv. spoken, EVP, numerologiede Bijbelcode, anomalous cognition, ganzfeld "hits", de meeste vormen van waarzeggerij, de voorspellingen van Nostradamus, zien op afstand en een hoop andere paranormale en bovennatuurlijke ervaringen en fenomenen.