René Prosper Blondlot (1849-1930) was een Franse natuurkundige die beweerde een nieuw soort straling te hebben ontdekt, kort nadat Röntgen de X-stralen had ontdekt. Hij noemde ze de N-straal, naar Nancy, de naam van de stad en universiteit waar hij leefde en werkte. Blondlot probeerde X-stralen te polariseren toen hij beweerde zijn nieuwe soort straling te hebben ontdekt. Tientallen andere wetenschappers bevestigden het bestaan van N-stralen in hun eigen laboratoria. Maar N-stralen bestaan niet. Hoe kunnen zoveel wetenschappers het mis hebben? Ze bedrogen zichzelf door te denken dat ze iets zagen wat er in werkelijkheid niet was. Ze zagen wat ze wilden zien met hun instrumenten, niet wat er in werkelijkheid was (of, in dit geval, wat er niet was).

Het verhaal van Blondlot is er een van zelfbedrog temidden van wetenschappers. Omdat heel wat mensen de misplaatste indruk hebben dat de wetenschap onfeilbaar is en enkel uit absolute waarheden bestaat, zien ze het Blondlot-verhaal als een  rechtvaardiging van hun buitensporige skepticisme tegenover wetenschap. Ze genieten van verhalen zoals dat over Blondlot en de denkbeeldige N-stralen omdat het een verhaal is over een beroemde wetenschapper die een grote fout maakt. Maar als iemand wetenschap en de wetenschappers op een juiste manier begrijpt, dan wijst het verhaal van Blondlot op niets anders dan de feilbaarheid van wetenschappers en de zelfcorrigerende aard van wetenschap.

Blondlot beweerde dat N-stralen onmogelijke eigenschappen vertoonden en toch door alle stoffen werden uitgestraald behalve groen hout en bepaalde behandelde metalen. In 1903 beweerde Blondlot dat hij N-stralen had opgewekt met een hete draad binnenin een ijzeren buis. De stralen werden waargenomen door een calciumsulfiet draad die licht oplichtte in het donker toen de stralen werden gebroken door een aluminium prisma over een hoek van zestig graden. Volgens Blondlot werd een dunne stroom N-stralen door het prisma gebroken en produceerden ze een spectrum op een veld. De N-stralen zouden onzichtbaar zijn, behalve wanneer ze de behandelde draad raakten. Blondlot bewoog de draad langs de opening waardoor de N-stralen zouden doorkomen en toen de draad oplichtte zei hij dat dat door de N-stralen kwam.

Het magazine Nature stond skeptisch tegenover de beweringen van Blondlot omdat laboratoria in Groot-Brittannië en Duitsland er niet in geslaagd waren om de resultaten van de Fransman te herhalen. Nature zond de Amerikaanse natuurkundige Robert W. Wood van de Johns Hopkins Universiteit om de ontdekking van Blondlot te onderzoeken. Wood vermoedde dat N-stralen een hersenschim waren. Om dat aan te tonen, verwijderde hij het prisma van het waarnemingstoestel voor N-stralen, zonder dat Blondlot of zijn assistent hiervan wisten. Zonder het prisma kon de machine niet werken. En toch, toen de assistent van Blondlot het volgende experiment uitvoerde, vond hij N-stralen. Wood probeerde dan stiekem het prisma terug te plaatsen maar de assistent zag hem en dacht dat hij het prisma wou verwijderen. De volgende maal hij het experiment uitvoerde, zwoer de assistent dat hij geen N-stralen kon zien. Maar hij had ze wel moeten zien, aangezien het toestel perfect werkte.

Volgens Martin Gardner, leidde de ontmaskering van Blondlot door Wood tot de waanzin en dood van de Franse wetenschapper (Gardner, 345 n.1). Maar waren de mensen die de experimenten van Blondlot met N-stralen bevestigden dom of incompetent? Niet noodzakelijk, aangezien het niet gaat om intelligentie of competentie, maar om het karakter van perceptie. Blondlot en zijn aanhangers leden aan "uit zichzelf opgewekte visuele hallucinaties" (ibid.)

Welke les kunnen we trekken uit het verhaal van Blondlot? James Randi schrijft

... de wetenschap leert niet altijd van deze fouten. Tijdens een bezoek van Nancy onlangs, sprak ik over het onderwerp  pseudowetenschap. Ik besprak dit voorbeeld en hoewel ik me in de stad bevond naar waar de N-stralen werden genoemd, had niemand in het publiek er ooit over gehoord, noch van Blondlot, zelfs de professoren van de universiteit van Nancy niet!
    --James Randi op Cal Tech

Het feit dat niemand in Nancy de naam Blondlot kende, is een teken dat de wetenschap wel degelijk van haar fouten leert. Het feit dat Blondlot in zijn vaderland niet als ijveraar wordt beschouwd is een gezond teken dat hoewel wetenschappers vaak fouten maken, zelfs grote, andere wetenschappers de fouten zullen ontdekken en de wetenschap opnieuw op het juiste pad zullen brengen om de natuur te begrijpen. Wie meent dat de wetenschap onfeilbaar moet zijn, begrijpt de aard van de wetenschap niet.

Recente voorbeelden van "Blondlot-dwaasheden" zijn de ontdekking door Pons en Fleischmann van koude fusie (1989) en de bewering van het Lawrence Berkeley National Laboratory in California dat het ununoctium of element 118 had ontdekt (1999), hoewel dit laatste werd ontsierd door vervalste gegevens.