Edgar Cayce (uitgesproken keesie) staat bekend als een van de beroemdste Amerikaanse mediums. Zijn volgelingen beweren dat Cayce in staat was om een soort hoger bewustzijn aan te boren, zoals God of het akashic record, om zijn "paranormale kennis" te verkrijgen. Hij gebruikte deze "kennis" om te voorspellen dat Californië in de oceaan zal glijden en dat de stad New York verwoest zal worden in een of andere natuurramp. Hij voorspelde dat de Verenigde Staten in 1958 een soort dodelijke straal zouden ontdekken die gebruikt was bij Atlantis. Cayce is een van de belangrijkste verantwoordelijken voor sommige van de meer onnozele opvattingen over Atlantis, zoals het idee dat de inwoners van Atlantis beschikten over een soort Groot Kristal (Great Crystal). Cayce noemde dat Groot Kristal de Tuaoi Stone en beweerde dat het een enorm cilindrisch prisma was dat ze gebruikten om "energie" te verzamelen en te bundelen, waardoor de inwoners van Atlantis in staat waren om allerlei fantastische dingen te doen. Maar ze werden gulzig en dom, stemden hun Kristal af op een te hoge frequentie en veroorzaakten zo vulkanische storingen die hebben geleid tot de verwoesting van die oude beschaving. Hij deed ook andere voorspellingen over zaken zoals de Grote Depressie (dat 1933 een goed jaar zou worden) en de ontvoeringszaak van Lindbergh (op de meeste punten verkeerd, als geheel waardeloos), en dat China zich zou bekeren tot het christendom tegen 1968. Hij claimde ook in staat te zijn om aura’s te zien en te lezen, maar dit vermogen werd nooit getest onder gecontroleerde omstandigheden. Toch is Edgar Cayce vooral bekend voor zijn helderziende medische diagnoses en paranormale interpretaties van vorige levens.

Cayce werd "de slapende profeet" genoemd omdat hij de gewoonte had om zijn ogen te sluiten en schijnbaar in trance ging tijdens zijn sessies (Stearn 1990). Bij zijn dood liet hij duizenden beschrijvingen van vorige levens en medische diagnoses achter. Een stenograaf nam notities tijdens zijn sessies en zowat 30.000 transcripten daarvan worden bewaard door de Association for Research and Enlightenment. Doorgaans werkte Cayce echter met een assistent (hypnotiseur en post-order osteopaat Al Layne; geneesheer John Blackburn; homeopaat Wesley Ketchum). Volgens Dale Beyerstein "zijn deze documenten op zichzelf waardeloos" omdat ze op geen enkele manier toelaten om een onderscheid te maken tussen wat Cayce te weten kwam door paranormale vermogens enerzijds en de informatie die hij verkreeg via zijn assistenten, uit brieven van patiënten of door gewone observatie anderzijds. Met andere woorden: het enige bewijsmateriaal van Cayces helderziende medische capaciteiten is waardeloos om zijn paranormale krachten te onderzoeken. Niettemin lijken vooral het volume en de vermeende accuraatheid van zijn "genezingen" de basis te vormen voor het geloof in Cayce als medium. In werkelijkheid wordt die accuraatheid door weinig anders ondersteund dan anekdotes en getuigenissen. Op geen enkele manier kan worden aangetoond dat Cayce een beroep deed op paranormale vermogens, eerder dan het placebo-effect, zelfs in die gevallen waar er geen betwisting is over het feit dat hij een rol speelde bij de genezing.

Het is natuurlijk waar dat een heleboel mensen van zichzelf dachten dat ze werden genezen door Cayce en dat volstaat als bewijs voor de echte believers. Het werkt! Het feit dat duizenden mensen zichzelf niet genezen achten of een foute diagnose niet kunnen verklaren schrikte de echte believer niet af. Gardner geeft aan dat Dr. J. B. Rhine, bekend van zijn ESP-experimenten aan de Duke University, niet onder de indruk was van Cayce. Rhine vond dat een paranormale lezing voor zijn dochter niet aansloot bij de ware feiten. De verdedigers van Cayce beweren dat de diagnose niet correct zal zijn als de patiënt twijfels heeft over Cayce. Maar welk redelijk denkend mens zou geen twijfels hebben over een dergelijk iemand, hoe vriendelijk of oprecht die ook is?

Cayces aanhangers halen ook een paar klassieke ad hoc-hypotheses boven om het falen van hun held weg te verklaren. Bijvoorbeeld: Cayce ging samen met de beroemde wichelroedeloper Henry Gross op zoek naar een schat die ergens aan de kust zou zijn begraven, maar ze vonden niets. Hun aanhangers suggereerden dat hun paranormale vermogens het weldegelijk bij het rechte eind hadden omdat er ofwel ooit een schat begraven had gelegen op de plaats die ze aangaven, maar dat die al eerder was opgegraven, ofwel op een moment in de toekomst een schat zou worden begraven (je vraagt je af waarom hun paranormale vermogens niet in staat waren om dit op te pikken).

Er zijn vele mythes en legendes over Cayce: dat er een engel aan hem verscheen toen hij 13 was en hem vroeg wat zijn grootste wens was (Cayce zou dan aan de engel hebben gezegd dat het zijn grootste wens was om mensen te helpen); dat hij in staat was om de inhoud van een boek in zich op te nemen door het onder zijn kussen te leggen terwijl hij sliep; dat hij slaagde voor spellingstests door gebruik te maken van helderziendheid; dat hij ongeletterd was en geen opleiding had gekregen. De krant The New York Times is in grote mate verantwoordelijk voor de mythe dat hij niet kon lezen en schrijven ("Ongeletterde Man Wordt Dokter Onder Hypnose," zondagsbijlage 9 oktober 1910). Veel van de mythes werden ongecontroleerd overgeleverd door Thomas Sugrue, die geloofde dat Cayce hem genezen had van een verminkende ziekte. In zijn boek Edgar Cayce – Zijn Leven en Werk: “Vlietend Water” (1945) verkondigde Sugrue dat het Cayce was, en niet de behandelende dokters, die verantwoordelijk was voor de genezing van Cayces zoon ("blindheid") en vrouw ("tuberculose").

Een van de meest voorkomende redenen om te geloven in de paranormale gaven van mensen zoals Cayce is de bewering dat hij dit onmogelijk kon hebben geweten door middel van gewone middelen. Hij moet het wel vernomen hebben van God of van geesten of via astrale projectie vooruit of achteruit in ruimte of tijd, enz. Toch kan Cayces "paranormale kennis" gemakkelijk worden verklaard door heel gewone manieren om dingen te weten te komen.

Hoewel Cayce niet echt een formele opleiding genoot na de middelbare school, verslond hij boeken, werkte hij in boekhandels en was hij vooral geïnteresseerd in werken over het occulte en over osteopathie. (Osteopathie stond in die tijd nog in de kinderschoenen en was verwant met naturopathie en volksgeneeskunde.) Hij had contact met en werd bijgestaan door mensen met elk een verschillende medische achtergrond. Niettemin zouden veel van zijn diagnoses wellicht alleen begrijpelijk zijn voor een osteopaat van die tijd. Martin Gardner citeert Cayces lezing van diens eigen vrouw als voorbeeld. De vrouw leed aan tuberculose:

“... van aan het hoofd, pijn doorheen het lichaam van de tweede, vijfde en zesde wervel, en van de eerste en tweede lendenwervel...opstoppingen hier, zwevende gezwellen, of laterale gezwellen, in de spier- en zenuwvezels aan de onderkant van de long en het middenrif...in conjunctie met de sympathische zenuw van de solar plexus, die ik conjunctie komt met de solar plexus aan het uiteinde van de maag...” (Gardner 1957: 217).

Het feit dat Cayce de long vermeldt, zien zijn volgelingen als bewijs van een correcte diagnose; voor hen telt het als een paranormale "treffer." Maar hoe zit het dan met de foute diagnoses: wervels, lendenwervels, gezwellen, solar plexus en de maag? Waarom tellen die niet als diagnostische missers? En waarom adviseerde Cayce osteopathische behandeling voor mensen met tuberculose, epilepsie en kanker?

Naast osteopathie wist Cayce ook veel over homeopathie en naturopathie. Volgens Dale Beyerstein was Cayce een van de eersten om laetrile aan te bevelen om kanker te genezen.* (Laetrile is chemisch verwant met amygdaline, een stof die van nature voorkomt in pitten van abrikozen en diverse andere vruchten, en er is van geweten dat het geen genezend effect heeft bij kanker.) Beyerstein schrijft:

“Stearn (1967) vat Cayces verklaringen over kanker samen. Hij geeft aan dat Cayce een serum gemaakt van konijnenbloed voorschreef voor patiënten met "klier-", borst- en schildklierkanker, en dat hij in 1926 voor een patiënt in New York voorschreef dat de rauwe zijde van een vers gevild konijn, waarvan het bloed nog warm was, op de borst zou worden geplaatst tegen kanker in dat lichaamdeel. "Tot leven gewekte as," geproduceerd door elektrische stroom door bamboevezels te laten gaan, waarbij de juiste vibraties vrijkwamen voor "levensvloeiende effecten", was een andere geneeswijze die tot zijn favorieten behoorde.”

Cayce raadde ook "rookolie" aan (creosootolie vervaardigd van dennenteer*) voor een pijnlijk been; "perzikboomcompressen" voor stuiptrekkingen; "sap van bedwantsen" voor oedeem; "dampen van appellikeur van het vat" voor tuberculose; en inwrijven met olie van pindanoten om artritis te voorkomen (Gardner 1957). Gardner wijst er op dat Cayce amandelen aanraadde om kanker te voorkomen, maar hij vermeldt nergens laetrile als preventieve of genezende stof.


Met dank aan Jan Van Haver voor de vertaling van dit artikel.