Ch'i of qi (uitgesproken als "tsjie" en daarom in het Engels geschreven als chi) is het Chinese woord om de "natuurlijke energie van het heelal" te beschrijven. Deze energie, hoewel "natuurlijk" genoemd, is spiritueel of bovennatuurlijk en is een onderdeel van een metafysisch, geen empirisch, geloofssysteem. New Age-mensen verwijzen vaak naar deze energie als ijle energie. Van chi wordt gezegd dat alle zaken ervan doordrongen zijn, met inbegrip van het menselijk lichaam. Naar dergelijke metafysische systemen wordt doorgaans verwezen als types vitalisme. Een van de sleutelbegrippen die met chi te maken heeft is het begrip harmonie. Problemen, in het heelal of in het lichaam, zijn een functie van disharmonie, van zaken uit balans die het nodig hebben om terug in evenwicht te worden gebracht.

Voorstanders beweren dat ze het bestaan en de kracht van chi kunnen bewijzen door mensen te genezen met acupunctuur of chi kung (qi gong), door magische truukjes als het breken van een eetstokje met het uiteinde van een blaadje papier, of door een "dode" vlieg opnieuw tot leven te wekken, of door vechtskunsten zoals het breken van een steen met de blote hand of voet. Wanneer de schijnbaar paranormale of bovennatuurlijke prestaties van chi-meesters onder beheerste condities worden onderzocht, blijken ze gewoon truukjes, bedrog of natuurlijke krachten te zijn.

Vitalisme is een populaire filosofie in diverse culturen. Chi heeft dus heel wat tegenhangers: prana (India en therapeutische aanraking), ki (Japan), orgone van Wilhelm Reich, het dierenmagnestisme van Mesmer, het élan vital (vitale kracht) van Bergson, om er maar enkelen op te noemen. Het begrip is bijzonder populair bij New Age-mensen bij wie het doorgaans energie genoemd wordt, hoewel het begrip totaal niet lijkt op het concept dat door fysici wordt gebruikt.