Het collectief onbewuste is een deel van de onbewuste geest dat bij alle mensen te vinden is. Volgens Carl Jung bevat het collectieve onbewuste archetypes, universele geestelijke neigingen die niet uit ervaring voortvloeien. Net zoals bij Plato (eidos) vinden de archetypes hun oorsprong niet in de wereld van de zintuigen, maar bestaan ze onafhankelijk van die wereld en kent de geest ze meteen. Maar in tegenstelling tot Plato, geloofde Jung dat de archetypes op een spontane manier in de geest kwamen, voornamelijk tijdens crisissen. Net zoals er zinvol toeval is, zoals de kever en de keverdroom beschreven in het artikel over synchroniciteit, dat de deur opent naar transcendente waarheden, zo opent een crisis de deur van het collectieve onbewuste en laat het een archetype toe om een waarheid, diep verborgen voor het gewone bewustzijn, te onthullen.

Jung meende dat de verhalen uit de mythologie gebaseerd waren op archetypes. Mythologie is het reservoir van diepe, verborgen wonderlijke waarheden. Dromen en psychologische crisissen, koorts en waanzin, en betekenisvol toeval openen allen poorten naar het collectieve onbewuste dat klaar staat om de individuele psyche opnieuw gezond te maken. Jung beweerde dat deze metafysische begrippen een wetenschappelijke basis hadden, hoewel ze nooit empirisch zijn getest. Kortom, ze zijn helemaal niet wetenschappelijk, maar pseudowetenschappelijk.