Craniosacrale therapie (ook craniopathie en craniale osteopathie genoemd) is een holistische therapie waarbij de schedel (het cranium) en het heiligbeen (sacrum) worden behandeld om pijn en een hoop andere kwalen, waaronder kanker, te verlichten. (Het heiligbeen is een been tussen de lendenwervel en staartbeen, dat bestaat uit vijf wervels die het achterbekken vormen.) De therapie werd uitgevonden door osteopaat William G. Sutherland in de jaren 1930. Een andere osteopaat, John Upledger, is tegenwoordig de voornaamste voorstander van craniosacrale therapie. Net als bij andere holistische therapieën, worden bij deze therapie subjectieve begrippen gebruikt als energie, harmonie, balans, ritme en stroom.

Craniosacrale therapeuten beweren dat ze in staat zijn een craniosacraal "ritme" waar te nemen in de schedel, het heiligbeen, cerebrospinale vloeistof en de membranen die zich rondom het craniosacrale systeem bevinden. De balans en de stroom van dit ritme worden essentieel geacht voor een goede gezondheid. Het ritme wordt gemeten door de handen van de therapeut. Elke noodzakelijke of toegebrachte wijzigingen worden eveneens enkel door de handen van de therapeut waargenomen. Geen enkel instrument wordt gebruikt om het ritme of de wijzigingen ervan te meten. Bijgevolg bestaat er geen enkele systematisch objectieve meting van gezonde versus ongezonde ritmes. De meting, de therapie en de verklaarde genezing hebben allemaal een subjectieve basis. Of zoals een therapeut het zei:

Tijdens de behandeling ligt de cliënt gewoonlijk op z'n rug op een tafel. De therapeut beoordeelt de energiepatronen in het lichaam door diverse "luisterposten" aan te raken en beslist dan waar hij moet beginnen en waarop hij de behandeling moet richten. [Woodruff]

Dezelfde therapeut houdt vol dat de therapie een "compleet verlies van tijd en geld" is voor mensen die niet geloven in de therapie. Succesvolle behandelingen kunnen dus te danken zijn aan het placebo-effect en subjectieve validatie.

Skeptici merken op dat de schedel niet uit beweegbare onderdelen bestaat (in tegenstelling tot de kaak) en het enige mogelijke waarneembare ritme in de schedel en in de cerebrospinale vloeistof verband houdt met het cardiovasculaire systeem. Wanneer  getest, waren verschillende therapeuten niet in staat om hetzelfde metingsresultaat van het vermeende craniosacrale ritme te verkrijgen. In een systematisch bespreking van het wetenschappelijke bewijs voor craniosacrale therapie, besloot het British Columbia Office of Health Technology Assessment (BCOHTA) dat

er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is om craniosacrale therapie aan te raden aan patiënten, artsen of verzekeraars voor om het even welke ziektetoestand. (1999)

De auteurs van de bespreking merken op dat hoewel "er bewijs bestaat voor een craniosacraal ritme, impuls of 'primaire ademhaling' onafhankelijk van andere meetbare lichaamsritmes (hartslag, of ademhaling)", er geen geldig bewijs is dat dit ritme "op betrouwbare wijze door een onderzoeker kan worden waargenomen" of dat het enige invloed heeft op de gezondheid of de ziektetoestand.