Déjà vu is Frans voor "al gezien." Déjà vu is een griezelig gevoel of illusie dat iets al gezien of ervaren is dat nochtans voor de eerste maal wordt ervaren. Als we aannemen dat de ervaring eigenlijk te maken heeft met een zich herinnerde gebeurtenis, dan komt déjà vu waarschijnlijk voor omdat men niet aandachtig was bij de originele ervaring of omdat die ervaring niet goed in het geheugen was opgeslagen. In dat geval brengt de huidige situatie een herinnering aan van een fragment uit het verleden. De ervaring kan griezelig zijn omdat het geheugen zodanig versnipperd is dat er geen goed verband kan worden gelegd tussen het fragment en andere herinneringen.

Het gevoel dat iemand al ergens is geweest komt dan ook vaak voor omdat iemand daadwerkelijk al ergens is geweest. Die iemand is gewoon het merendeel van de oorspronkelijke ervaring vergeten omdat er de eerste maal niet op was gelet. De originele ervaring kan zelfs maar seconden of minuten eerder zijn voorgevallen.

Dèjà vu kan echter ook te wijten zijn aan afbeeldingen of levendige verhalen die men jaren eerder heeft gezien of gehoord. De ervaring kan dan een deel zijn van de vage jeugdherinneringen.

En toch is het mogelijk dat het dèjà vu-gevoel ontstaat door een neurochemische reactie in de hersenen die niets te maken heeft met een feitelijke ervaring in het verleden. Men voelt zich raar en identificeert het gevoel met een herinnering, hoewel de ervaring totaal nieuw is.

De term werd gebruikt door de Franse filosoof Emile Boirac (1851-1917), die zich sterk interesseerde in psychische fenomenen. Boiracs term richt onze aandacht op het verleden. Maar wie een beetje nadenkt ontdekt dat het unieke van déjà vu niet in het verleden maar wel in het heden ligt, nl. het vreemde gevoel dat iemand heeft. Het gebeurt vaak dat we ons afvragen of iets nieuw is. We stellen dan vragen als: "Heb ik dit boek al eerder gelezen?" "Heb ik deze aflevering van Inspector Morse al eerder gezien?" "Deze plaats komt me bekend voor, ben ik hier al geweest?" Toch worden deze ervaringen niet vergezeld van een griezelig gevoel. We zijn misschien lichtjes in de war, maar het gevoel dat aan déjà vu wordt verbonden is er geen van verwarring maar wel van bevreemding. Er is niets vreemds aan het zich niet herinneren of je een boek al gelezen hebt, vooral als je de vijftig al voorbij bent en in je hele leven al duizenden boeken hebt gelezen. Maar bij déjà vu voelen we ons vreemd omdat we vinden dat de huidige ervaring niet vertrouwd zou mogen overkomen. Dat gevoel van iets dat ongepast is hebben we niet wanneer we ons gewoon afvragen of we een boek al hebben gelezen of een film al hebben gezien.

Het is dus mogelijk dat de poging om déjà vu te verklaren door verloren geheugen, vorige levens, helderziendheid, enz. totaal misplaatst is. We zouden het moeten hebben over het déjà vu-gevoel. Dat gevoel kan worden veroorzaakt door een hersenstatus, door neurochemische factoren tijdens waarnemingen die niets met herinneringen te maken hebben. Het is vermeldenswaardig dat het déjà vu-gevoel vaak voorkomt bij psychiatrische patiënten. Het komt ook vaak voor net voor epilepsieaanvallen van de slaapkwabben. Toen de Canadese neurochirurg Wilder Penfield zijn bekende experiment in 1995 uitvoerde waarbij hij met elektriciteit de slaapkwabben stimuleerde, stelde hij vast dat ongeveer 8% van de proefpersonen 'herinneringen' had. Hij nam aan dat hij echte herinneringen ontlokte. Het kunnen wel eens hallucinaties en de eerste voorbeelden van kunstmatig opgewekte déjà vu zijn geweest.