Een droom is een geestelijke activiteit (gedachten, beelden, emoties) die tijdens de slaap plaatsvindt. De meeste dromen vallen samen met snelle oogbewegingen (rapid eye movements - REM). Daarom wordt gezegd dat ze voorkomen tijdens de REM-slaap, een periode die doorgaans 20-25% van de slaaptijd voor z'n rekening neemt. Jonge kinderen dromen gedurende de helft van de tijd dat ze slapen. Dromen die zich niet tijdens de REM-periode voordoen worden gezegd zich voor te doen tijdens de NREM-slaap.

Slaaponderzoekers delen de slaaptijd in fasen in. Die fasen worden voornamelijk bepaald door de elektrische activiteit van de corticale neuronen en worden voorgesteld als hersengolven door een elektro-encefalograaf (EEG). De EEG registreert de elektrische activiteit in de hersenen nadat elektrodes op de hoofdhuid zijn aangebracht. De slaapfases volgen elkaar op en beginnen steeds met fase 1 en eindigen met de REM-slaap ongeveer 90 minuten later. Deze cyclus herhaalt zich de hele nacht en de lengte van de REM-slaap is in elke cyclus langer. Doorgaans zijn er vier tot vijf periodes met REM-slaap per nacht en duurt elke REM-slaap 5 tot 45 minuten. Er is bewijs van het feit dat de REM-slaap zich ontwikkelde vóór de droom en dat beiden dus eigenlijk onafhankelijk zijn van elkaar.

De REM-droom is een neurologisch en fysiologisch actieve toestand. Wanneer de persoon in een diepe slaap verkeert, droomt hij niet en kennen de golven (deltagolven genoemd) een hoge amplitude van ongeveer 3 per seconde. Tijdens de REM-slaap komen de golven aan een snelheid van 60-70 per seconde en genereren de hersenen ongeveer vijf maal zoveel electriciteit dan in wakkere toestand. De bloeddruk, hartslag, ademhaling, enz. kunnen tijdens de REM-slaap ingrijpend veranderen. Aangezien er over het algemeen geen externe fysieke oorzaak is hiervoor, moeten de prikkels hiervoor zich in de hersenen zelf bevinden of extern en niet-fysiek zijn. Deze laatste bewering, nl. dat dromen een tunnel zijn naar een paranormale of bovennatuurlijke wereld, is al heel oud maar mist elke grond. De volgende zaken kunnen tot deze misvatting hebben geleid: dromen van overleden personen, dromen dat je op een verre plaats bent of naar het verleden of de toekomst reist, voorspellende dromen, en dromen die zo vreemd of bizar zijn dat ze schijnbaar enkel paranormaal kunnen worden geïnterpreteerd. Het feit dat het deel van de hersenen dat de REM stuurt de brug van Varol is, een primitief onderdeel van de hersenstam die reflexen stuurt zoals de ademhaling, steunt de theorie dat de prikkelingen voor fysiologische veranderingen tijdens de REM een interne oorsprong hebben.

Tegenwoordig gelooft niemand meer dat dromen berichten zijn van de goden. Maar sommige parapsychologen, zoals Charles Tart, menen dat dromen een toegang bieden tot een ander universum, een paranormaal universum van kosmische berichten en een hemels nirvana. Zijn belangrijkste bewijs bestaat uit zijn persoonlijk geloof en een anekdote over zijn babysitter. Hij vertelt dat de niet nader genoemde babysitter (hij noemt haar "Miss Z") haar lichaam kon verlaten tijdens haar slaap. Naar verluidt testte hij de vliegende babysitter in zijn slaaplaboratorium aan de universiteit, nadat ze hem verteld had dat ze "dacht dat iedereen sliep, 's nachts wakker werd en een tijdje tot dicht bij het plafond zweefde waarna ze opnieuw in slaap viel". Andere psychologen zouden misschien bezorgd zijn over de geestestoestand van "Miss Z" en de veiligheid van zijn of haar kinderen. Tart was geïntrigeerd. Hij plaatse een nummer op een plank, koppelde "Miss Z"aan een EEG-machine en liet haar slapen. Zij vertelde dat ze niet het nummer op de plank kon lezen maar de eerste paar nachten wel rondvloog in de kamer. Het was pas na de vierde nacht dat ze het nummer juist had. skeptici menen dat Tart ofwel het verhaal verzon of dat het het meisje vier nachten koste om te ontdekken hoe ze de wetenschapper om de tuin kon leiden. Anderen hebben onderzocht of de geest open staat voor telepathische inbreng tijdens de slaap maar konden geen bewijs vinden voor een psychisch vermogen tijdens de slaap. In de vroege jaren 1970 verrichtten psychiater Montague Ullman en parapsycholoog Charlos Honorton wetenschappelijk onderzoek aan het Maimonides ziekenhuis in Brooklyn, New York. Zij verkregen toevalsresultaten na een initiële test die positief bleek te zijn voor psi (Baker).

Het is mogelijk dat het dromen verband kan hebben met buiten-het-lichaam-treden (OBE - out of body experience). In sommige dromen is de dromer een waarnemer, zelfs een waarnemer van zichzelf. Misschien is het hersenmechanisme dat toeschouwerdromen versus ik-dromen regelt hetzelfde mechanisme dat de illusie van het verlaten van het eigen lichaam (in OBE) regelt.

Tart en andere parapsychologen die menen dat de droom een tunnel is naar een andere wereld, geloven dat het voornaamste wetenschappelijke bewijs hiervoor te vinden is in de duidelijke hersengolven van de verschillende slaapfases. Zij geloven blijkbaar dat hersengolven bewustzijnstoestanden vertegenwoordigen en dat de slaap een gewijzigde bewustzijnstoestand is. Maar tijdens de slaap ben je niet bij bewustzijn maar ben je wel bewusteloos. Bovendien vertegenwoordigen hersengolven geen bewustzijnstoestanden maar wel de elektrische hersenactiviteit. De hersenactiviteit tijdens de droomslaap is wel vreemd. Wanneer we dromen ervaren we niet alleen het equivalent van hallucinaties, waarvan sommige zeker als psychotisch zouden worden aanzien als we ze bij bewustzijn zouden hebben, maar de meeste mensen voelen het aan alsof ze fysiek bewegen en handelen zonder dat het lichaam zich echt beweegt. Hersenstammechanismen beschermen ons tijdens de slaap tegen motorische handelingen waardoor we onszelf of anderen zouden kunnen kwetsen. De meesten onder ons zijn tijdens de slaap dan ook verlamd. Bij sommige mensen echter, werkt de hersenstam niet helemaal zoals het moet, wat leidt tot een slaapstoornis waarbij de motorische handelingen niet worden tegengehouden. Dergelijke mensen zwaaien met de armen, slaapwandelen, enz. en dat kan gevaarlijk zijn voor henzelf en voor anderen. Deze mensen verlaten hun lichaam niet, maar ze verlaten vaak het bed tijdens hun slaap.

Een andere vreemde kwaliteit van de hersenactiviteit tijdens het dromen is dat we bijna alle dromen vergeten. Droomgeheugenverlies is de norm. Dit ligt niet aan iets paranormaals of bovennatuurlijks, het wordt veroorzaakt door een zwakke codering. Het geheugen hangt af van de codering van ervaringsgegevens. Die codering hangt dan weer af van de verbindingen in delen van de hersenen, die op hun beurt afhangen van verbindingen in ervaring. Een gebeurtenis met een sterke emotionele component zal makkelijker worden herinnerd dan één zonder emotionele component omdat emotionele herinneringen in één deel van de hersenen wordt opgeslagen terwijl visuele componenten in een ander deel worden opgeslagen. Tussen beiden liggen neurale verbindingen. We zullen dromen makkelijker herinneren als we kort na de droom wakker worden. Maar dan nog, als we de droom niet coderen door moeite te doen om hem te herinneren, zullen we hem vergeten. Sommige mensen helpen het geheugen een handje door bij het wakker worden de droom meteen op te schrijven. Anderen vinden het makkelijker om in bed te blijven en enkele verbanden te maken. Het makkelijkste verband maak je door de droom een naam en een doelbewuste beschrijving te geven. Bijvoorbeeld, een droom waarin je door een ijsbeer op de sneeuw wordt achternagezeten tot in een bibliotheek, kan "Onderzoek naar de ijsbeer" worden genoemd. Als je dan opnieuw gaat slapen is de kans groot dat je de droom zal herinneren door de naam die je er aan gegeven hebt.

Misschien nog de vreemdste eigenschap van dromen is dat we tijdens onze droom meestal niet beseffen dat we aan het dromen zijn. PET-scans tijdens de droom hebben aangetoont dat er een verminderde activiteit is in de cortex voor het voorhoofdsbeen tijdens de REM-slaap en dat die verantwoordelijk zou kunnen zijn voor diverse kenmerken van de droomtoestand. De cortex voor het voorhoofdsbeen ligt vlakbij het voorste deel van de hersenen waar het gedrag en het zelfbewustzijn wordt geregeld. Door de activiteit op die plaats te verminderen zou iemand niet kunnen beseffen dat de gebeurtenissen in een droom niet echt zijn. Dat kan ook de tijdsvervorming, het gebrek aan denkvermogen over de eigen toestand en het geheugenverlies verklaren die vaak volgen op het wakker worden.

Sommige onderzoekers halen het gebrek aan prefrontale activiteit aan als een teken dat de slaap een herstellende functie heeft. De slaap geeft rust aan de frontale lobben, het meest actieve deel van de hersenen wanneer we wakker zijn. Het zou kunnen dat helder dromen - bewust zijn van het feit dat je droomt wanneer je droomt - voorkomt bij mensen wier frontale lobben niet volledig inactief zijn tijdens het dromen. Maar de meeste parapsychologen hebben geen interesse voor de fysiologie van dromen. Zij richten zich eerder op de droominhoud, dat zijn zien als een doorgang naar het paranormale of het bovennatuurlijke.

De voornaamste reden om te geloven dat dromen een tunnel zijn naar een andere wereld, is de profetische of helderziende droom. Sommige dromen lijken geheimzinnig. Ze lijken gebeurtenissen te voorspellen. Mocht een aanmerkelijk aantal dromen van een persoon overeenstemmen met toekomstige gebeurtenissen, dan zou het voor de mensheid van groot belang zijn uit te zoeken welk mechanisme hier aan het werk is. Maar zo iemand werd nog niet gevonden. Individuele dromen die incidenteel helderziend lijken, vormen maar een zwak bewijs voor helderziende dromen. Ik had ooit een bijzonder levendige droom van een vliegtuig dat neerstortte in San Diego (waar ik 20 jaar heb geleefd). Ongeveer tien jaar laten na die droom stortte een vliegtuig neer in San Diego. Ben ik helderziend? En zou mijn helderziendheid nog meer hebben aangetoond mocht het vliegtuig de dag na de droom zijn neergestort? Ik denk het niet.

Hoewel de meeste parapsychologen toegeven dat je een stuk toeval kan verwachten tussen wat iemand droomt en wat echt gebeurt, vinden ze dat er teveel gevallen zijn van profetische dromen om ze allemaal weg te wuiven als toeval. Het klopt dat niet alle profetische dromen aan het toeval kunnen worden toegeschreven. Bij de meeste van die dromen is dat uiteraard wel het geval, maar een deel kan ook worden verklaard als het invullen van de herinnering aan dromen nadat de feiten zijn gebeurd. Bij nog andere dromen gaat het gewoonweg om liegen. Maar de grote meerderheid van profetische dromen zijn waarschijnlijk toeval. Dergelijke dromen zijn indrukwekkend voor mensen die niet weten van de wet van de grote getallen is en hoe het geheugen werkt. Als er een kans op een miljoen is dat een droom echt profetisch is en we het aantal mensen op aarde en het aantal dromen per slaapperiode erbij nemen (250 droomthema's per nacht volgens Hines, p. 50), dan kunnen we verwachten dat er elke dag van ons leven meer dan anderhalf miljoen helderziende dromen zijn. Dan voegen we hier niet eens de dromen bij van katten, honden en andere dieren. Bovendien, mochten dromen een tunnel zijn naar het paranormale of bovennatuurlijke, dan zou de droom van een blinde niet beperkt zijn door zijn fysieke beperkingen. En toch hebben mensen die blind zijn vanaf de geboorte geen visuele dromen.

Er zijn er ook die menen dat de droomtoestand een tunnel is naar onze vorige levens. Er zijn er zelfs die denken dat de dromen die we vandaag hebben te wijten zijn aan de angsten die onze jagende voorvaderen hadden. Universele dromen zoals het achtervolgd worden of het vallen zouden teruggaan op onze jachtdagen. We hebben deze dromen omdat onze voorvaderen achtervolgd werden door sabeltandtijgers en in bomen sliepen. Het bewijs hiervoor is verwaarloosbaar, zelfs onbestaande, hoewel het bijzonder waarschijnlijk is dat de vorm en niet de inhoud van die dromen te wijten is aan een evolutionaire ontwikkeling die verbonden is aan de instinctieve overlevingsdrang.

Als de droom dan al een tunnel is naar iets, dan is het waarschijnlijk een tunnel langs waar persoonlijke angsten en wensen kunnen worden geventileerd, en geen angsten van andere mensen uit de oudheid. We nemen aan dat dromen een doel heeft, maar dat doel ligt waarschijnlijker in dit leven dan in een ander leven. Elke ernstige theorie zou moeten proberen uit te leggen waarom de hersenen herinneringen en verzinsels stimuleren. Hoogstwaarschijnlijk zijn dromen het resultaat van elektrische energie die het geheugen stimuleert in diverse hersenregio's. Waarom de hersenen enkel de herinneringen stimuleert blijft een mysterie, hoewel er diverse geloofwaardige verklaringen voor bestaan. Maar verklaringen waar het paranormale en bovennatuurlijke worden bij betrokken zijn een pak minder geloofwaardig dan die die zich beperken tot de biologische en emotionele mechanismen in combinatie met de hersenenactiviteit.

Een van de verklaringen voor de slaapfasen is dat het een manier is van de hersenen om de hersenschors los te koppelen van zintuiglijke informatie-invoer. Wanneer we slapen verhinderen de thalamische neuronen dat zintuiglijke informatie de hersenschors bereikt. Dit geeft rust aan de hersenschors en verklaart waarom mensen met slaapgebrek te maken hebben met een gebrek aan kritisch inzicht. Een andere hypothese zegt dat dromen een rol spelen in het verwerken van gebeurtenissen, vooral de emotionele. Tijdens de REM-slaap zijn de amygdalae, die een rol spelen in de vorming en versteviging van herinneringen van emotionele gebeurtenissen, bijzonder actief. Een verwante theorie is dat dromen "de bewakers zijn van de psyche" (Baker). Dromen zijn mechanismen die onze gevoelens en emoties informeren en begeleiden. Kortom, deze theorie beweert dat dromen voor ons een manier zijn om onze angsten en wensen te uiten die om welke reden ook moeten worden geuit maar dat niet zijn als we wakker zijn. Als dat waar is, dan zou enkel iemand die heel dicht staat bij de dromer een droom van die dromer mogen proberen te interpreteren. Dromen zijn heel persoonlijk en lichten het specifieke emotionele leven van de dromer toe. De "meest veilige gids tot de betekenis van een droom is het gevoel en inzicht van de dromer zelf die, diep in z'n binnenste, de echte betekenis kent" (Baker). Deze theorie is gebaseerd op het feit dat de meeste dromen handelen over zaken die zich de voorbije 1 tot 2 dagen hebben voorgedaan en het huidige leven en zorgen van de dromer weergeven, met inbegrip van onbeantwoorde gevoelens. Deze theorie impliceert ook dat de interpretatie van dromen een belangrijke rol kan spelen in het zichzelf leren kennen. Dromen geven immers gevoelens en wensen weer waarvan we ons niet bewust zijn als we wakker zijn. We hebben misschien angsten of wensen die enkel door onze dromen kunnen worden onthuld.

De meesten onder ons vinden zonder problemen persoonlijke voorbeelden van "angstdromen" of "wensvervullingsdromen". Mogelijk hadden we geen benul van onze wensen of dromen tot ze door de droom werden onthuld. Soms zijn onze symbolische dromen zo duidelijk dat we geen hulp van buitenaf hebben om de betekenis ervan te begrijpen. En toch zijn sommige dromen zo vreemd, irrationeel of bizar, dat we geen idee hebben wat ze betekenen. We zoeken dan anderen op die ervaring beweren te hebben in droominterpretatie en ons zouden kunnen helpen om de verborgen betekenissen van onze dromen te achterhalen. Wie zich inlaat met de interpretatie van dromen moet er bijzonder op letten niet de eigen favoriete theorieën los te laten op andermans dromen. Zo kan bijvoorbeeld de hierboven vermelde droom waarin men tot in een bibliotheek wordt achtervolgd door een ijsbeer, op heel wat verschillende manieren worden verklaard, maar enkel ikzelf en m'n vrouw en een of twee andere mensen die weten waar die droom mee te maken heeft, zijn in staat om hem "correct" te interpreteren. Ik twijfel er niet aan dat er heel wat mogelijke verklaringen zijn en dat enkelen daarvan heel geloofwaardig kunnen zijn. Maar de "correcte" verklaring is die die betekenis heeft voor de dromer. Het was een angstaanjagende droom, net zoals de ervaring met een dicht familielid met een manische depressie angstaanjagend was. Die ervaring bracht me in de bibliotheek en boekenwinkels waar ik zo veel mogelijk informatie zocht over die hersenstoornis. Ik twijfel er niet aan dat een volgeling van Freud of Jung een latente of symbolische betekenis zou kunnen vinden die ik niet zie, maar hun interpretaties interesseren me niet omdat ik ze niet kan toetsen aan de werkelijkheid en ik hun veronderstellingen over de psyche niet deel. Ik heb geen idee waarom mijn hersenen deze droom fabriceerden die angst opwekte en de slaap verstoorde. De werkelijkheid is al erg genoeg zonder extra angsten van onze hersenen tijdens de slaap.

Er zijn echter mensen die nog veel verschrikkelijker zaken hebben meegemaakt dan ik en die er elke nacht van hun leven over dromen (Sacks). Het lijkt onbegrijpelijk waarom de hersenen de eigenaar angst zouden aanjagen door verschrikkelijke herinneringen te herhalen tijdens de slaap. Dergelijk obsessief dromen heeft niet meer waarde dan obsessief dwangmatig gedrag. Zulke mensen hebben niet gewoon nachtmerries, ze zijn te angstig om te gaan slapen. Ze hebben de hulp nodig van een goede therapeut, en zeker niet van een droomverklaarder. Zulke dromers kunnen enkel worden geholpen door hen te leren hun dromen onder controle te houden. Er bestaan diverse methodes om dromen te regelen; de meeste daarvan hebben te maken met visuele of auditieve voorbereidingen voor het slapengaan. Sommige therapeuten boeken succes bij mensen met herhaalde nachtmerries door ze te behandelen voor wat vaag 'posttraumatische dwangstoornis' wordt genoemd. Sommige patiënten verklaren dat ze de herhaalde nachtmerries konden overwinnen door helder dromen. Maar niemand onder hen werd geholpen door dromen te behandelen als tunnels naar een hoger bewustzijnsniveau.