De druïden waren de "wijze mannen" van de Kelten. Hoewel er tientallen boeken over hen zijn geschreven, is er bijna niets geweten over de druïden. Hun geloof was esoterisch en werd mondeling overgeleverd. Hun gebruiken waren voor het grootste deel niet zichtbaar voor het publiek. Zonder schriftelijke overlevering of grote tempels waarvan de kunst een sleutel zou kunnen verschaffen tot inzicht in de activiteiten van de druïden, moeten we ons verlaten op de woorden en speculaties van vreemde waarnemers.


steencirkel van Drombeg, Country Cork, Ierland
Hoewel moderne druïden ze graag bezoeken, dateren ze van vóór de Kelten.
Foto door Leslie A. Carroll.

De druïden worden vermeld door de oude Romeinse schrijvers Strabo, Diodorus, Posidonius en Julius Caesar, die hen portretteert als opzichters van bloederige godsdienstige rituelen. Vandaar denkt met vaak dat de druïden een voornamelijk godsdienstige functie hadden en worden ze vaak 'priesters' genoemd. Diodorus noemt hen 'filosofen'. Strabo noemt hen barden en waarzeggers, vermaard voor meditatie. Wat ze ook waren, de druïden bekleedden een hoge status in de Keltische maatschappij in tegenstelling tot de status van de moderne 'druïden' die troost vinden in het zich één voelen met gras of de wind terwijl ze rond steencirkels paraderen.

Moderne 'druïden' beschouwen Stonehenge en andere megalithische monumenten in Groot-Brittannië als gebedsplaatsen. Alle steencirkels, menhirs, dolmen, enz. in Groot-Brittannië werden echter gebouwd door volkeren die duizend tot drieduizend jaar eerder leefden dan de Kelten. Stonehenge, bijvoorbeeld, werd gebouwd in een periode van vele eeuwen, tussen 2800 en 1550 v.Chr. De Kelten kwamen pas in Groot-Brittannië aan lang nadat de grote megalieten waren gebouwd.

Het is waarschijnlijk dat de Keltische druïden een aparte klasse waren naast de strijders in de Keltische maatschappij. "Ze dienden de stammen en clannen als rechters, profeten, waarzeggers, wijzen en als hoeders van het collectief geheugen" (Herm, 61). Het waren de intellectuelen in een strijdersgemeenschap en werden al vergeleken met de brahmanen van het Indische kastesysteem.

Het woord 'druïde' zou zijn afgeleid van het Griekse drus (eik) en het Indo-Europese wid (wijsheid), "wat de schijnbaar absurde samenstelling 'eik-kenner' oplevert" (Herm, 57). In ieder geval worden druïden doorgaans in verband gebracht met eiken. Sommigen zeggen dat ze bijeenkomsten hielden in heilige bossen, dat ze de maretak in de eiken koesterden, of dat ze de bomen zelf aanbaden. De natuurverering van de moderne 'druïden' zijn echter maar denkbeeldig verzonnen met de oude Kelten. Er is tenslotte geen direct historisch verband tussen de Keltische druïden en moderne Wicca.