ESP of buitenzintuigelijke waarneming is een waarneming die onafhankelijk gebeurt van zicht, gehoor of andere zintuigen. Van mensen die buitenzintuiglijk kunnen waarnemen wordt gezegd dat ze paranormaal begaafd zijn. Het wordt doorgaans ESP genoemd, een term die uitgevonden werd door J.B. Rhine die het fenomeen in 1927 begon te onderzoeken aan de universiteit van Duke (Verenigde Staten). ESP verwijst naar telepathie, helderziendheid, voorkennis, en meer recent, zien op afstand en helderhorendheid. Het bestaan van ESP en andere paranormale krachten zoals telekinese, wordt betwist. Nochtans onderzoekt de parapsychologie deze onderwerpen, allen samen psi genoemd, al meer dan honderd jaar op een systematische experimentele basis.

Het grootste deel van het bewijs van ESP steunt op getuigenissen. skeptici schrijven het doorgaans toe aan een of meerdere van de volgende zaken:

* incompetentie of bedrog door parapsychologen of gelovers in psi
* bedrog door mentalisten
* koud lezen
* persoonlijke validatie
* selectief denken en voorkeur voor bevestiging
* slecht begrip van kansberekening en van de wet op hele grote getallen
* het doen passen van het resultaten in de theorie, retrohelderziendheid en retrospectieve vervalsing
* lichtgelovigheid, zelfbedrog en wishful thinking

Het volgende geval is kenmerkend voor al de gevallen die als bewijs voor ESP worden aangehaald. Het ongewone aan dit geval is dat het om een zogenaamde paranormaal begaafde hond gaat en niet om een mens. De hond in kwestie was een terrier die ESP zou gehad hebben doordat hij precies wist wanneer zijn baasje, Pam Smart, naar huis kwamwanneer ze bv. gaan winkelen was. De naam van de hond was Jaytee. Hij was al te gast in diverse televisieprogramma's in Australië, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, waar hij woonde met Pam en haar ouders, de eersten die de paranormale gaven van de hond opmerkten. Ze merkten dat de hond telkens naar het raam ging op het exacte moment dat Pam van waar ook besloot naar huis te gaan. (Hoe de ouders wisten dat het om het precieze moment ging dat Pam besloot naar huis te keren, is niet geweten.) Parapsycholoog Rupert Sheldrake onderzocht dit en verklaarde dat de hond wel degelijk paranormaal begaafd was. Twee wetenschappers van de universiteit van Hertfordshire, Dr. Richard Wiseman en Matthew Smith, testten de hond in beheerste omstandigheden. De wetenschappers stelden hun uurwerken gelijk en plaatsen videocamera's zowel op de hond als op zijn eigenaar. Helaas, diverse experimenten later moesten ze besluiten dat de hond helemaal niet deed wat van hem verwacht werd. De hond ging heel regelmatig naar het raam maar slechts eenmaal deed hij dat op het moment dat zijn meesteres naar huis besloot te gaan. Dat geval werd overigens verworpen omdat de hond duidelijk naar het raam ging toen hij een auto hoorde stoppen aan het huis. Vier experimenten werden gehouden en de resultaten werden gepubliceerd in het British Journal of Psychology (89:453, 1998).

Een groot deel van het geloof in ESP is gebaseerd op schijnbaar ongewone gebeurtenissen die onverklaarbaar lijken. Toch moeten we niet aannemen dat elke gebeurtenis in het heelal verklaard kan worden. Evenmin moeten we aannemen dat wat onverklaarbaar is een paranormale (of bovennatuurlijke) oorzaak heeft. Misschien kan een gebeurtenis niet worden verklaard omdat er niets te verklaren is.

De meeste ESP-beweringen worden niet getest, maar parapsychologen hebben geprobeerd om het bestaan van ESP onder beheerste omstandigheden te bewijzen. Sommigen, zoals Charles Tart en Raymond Moody menen succesvol te zijn; anderen, zoals Susan J. Blackmore, verklaren dat ze na jaren van experimenteren er niet in geslaagd zijn om een bewijs te vinden van onweerlegbare, herhaalde paranormale krachten. Verdedigers van psi beweren dat de ganzfeld-experimenten, de zien op afstand-experimenten van het CIA en de pogingen van het Princeton Engineering Anomalies Research bewijs hebben geleverd van ESP. Psychologen die parapsychologische studies grondig hebben bestudeerd, zoals Ray Hyman en Blackmore, besloten dat er bij het verkrijgen van positieve resultaten sprake was van bedrog, fouten, incompetentie en gegoochel met cijfers.