Het Forer-effect verwijst naar de menselijke neiging om een reeks uitspraken over de eigen persoon als uiterst nauwkeurig te ervaren hoewel die uitspraken op heel wat mensen van toepassing kunnen zijn.

Psycholoog Bertram R. Forer ontdekte dat mensen de neiging hebben om vage en algemene persoonlijkheidsbeschrijvingen als een unieke beschrijving voor zichzelf te zien zonder te beseffen dat dezelfde beschrijving op zowat iedereen kan slaan. Lees even de volgende tekst alsof het om een beschrijving gaat van uw persoonlijkheid:

U hebt het nodig dat andere mensen u graag zien en u bewonderen, maar toch blijft u kritisch op uzelf. Hoewel u enkele zwakheden hebt in uw persoonlijkheid, kunt u die doorgaans goed compenseren. U heeft een aanzienlijk ongebruikt talent dat u nog niet tot uw voordeel hebt gebruikt. Hoewel u discipline en beheersing uitstraalt, voelt u zich regelmatig zorgelijk en onzeker. Soms twijfelt u er serieus aan of u de juiste beslissing hebt genomen of het juiste hebt gedaan. U verkiest een bepaalde hoeveelheid afwisseling, en wordt ontevreden wanneer u gehinderd wordt door beperkingen. U bent er ook trots op een onafhankelijk denker te zijn en u aanvaardt andermans mening niet zonder bevredigend bewijs. Maar u vindt het onverstandig om uzelf zomaar bloot te geven aan de anderen. Soms bent u extravert, vriendelijk, gezellig in de omgang, terwijl u op andere momenten introvert, behoedzaam en gereserveerd bent. Sommige van uw ambities zijn niet geheel realistisch.

Forer gaf een persoonlijkheidstest aan zijn studenten, negeerde hun antwoorden, en gaf aan elke student de beoordeling die u hierboven kunt lezen. Hij vroeg hun vervolgens om de beoordeling zelf te beoordelen van 0 tot 5, waarbij "5" staat voor een uitstekende beoordeling en "4" voor een goede beoordeling. Het klassengemiddelde bedroeg 4,26. Dat was in 1948. De test is sindsdien honderden malen herhaald bij studenten psychologie en het gemiddelde blijft hangen rond 4,2 op 5, of 84% nauwkeurig.

Kortom, Forer overtuigde mensen dat hij in staat was hun karakter te lezen. Zijn nauwkeurigheid verbaasde de mensen, hoewel hij de persoonlijkheidsanalyse uit een astrologieblad had gehaald en aan de mensen had gegeven zonder rekening te houden met hun sterrebeeld. Het Forer-effect lijkt, op z'n minst gedeeltelijk, uit te leggen waarom zo vele mensen geloven dat pseudowetenschappen "werken". Astrologie, astrotherapie, bioritme, kaartlegging, handlezen, het enneagram, waarzeggerij, grafologie, enzovoort, lijken te werken omdat ze nauwkeurige persoonlijkheidsanalyses lijken te geven. Wetenschappelijke studies van deze pseudowetenschappen tonen aan dat het geen geldige persoonlijkheidsbeoordelingsmiddelen zijn, hoewel ze vele tevreden klanten tellen die ervan overtuigd zijn dat die middelen nauwkeurig zijn.

De meest voorkomende verklaringen voor het Forer-effect hebben te maken met hoop, wishful thinking, ijdelheid en de neiging om zin te zien in een ervaring. Forers eigen verklaring, echter, was er een van menselijke lichtgelovigheid. Mensen lijken verklaringen over zichzelf te aanvaarden in verhouding tot hun wens dat de verklaringen juist zijn en niet in verhouding tot de empirische juistheid van de verklaringen gezien door een objectieve bril. We hebben de neiging om twijfelachtige, zelfs onjuiste verklaringen over onszelf te aanvaarden als ze ons voldoende positief of vleiend overkomen. We zullen vaak heel vrije interpretaties geven aan vage of inconsequente verklaringen over onszelf om er een touw aan te kunnen vastknopen. Mensen die op gesprek gaan bij paranormaal begaafden, mediums, waarzeggers, gedachtelezers, grafologen, enzovoort. zullen vaak foutieve of twijfelachtige verklaringen negeren en, in vele gevallen, door hun eigen woorden of handelingen het grootste deel van de informatie leveren die ze foutief toewijzen aan een pseudowetenschappelijke therapeut. Een groot deel van deze mensen voelen dat hun therapeuten hun diepgaande en persoonlijke informatie hebben gegeven. Dergelijke persoonlijke validatie heeft echter heel weinig wetenschappelijke waarde.

De Canadese professor psychologie Barry Beyerstein gelooft dat "hoop en onzekerheid krachtige psychologische processen oproepen waardoor alle occulte en pseudowetenschappelijke karakterlezers zaken kunnen blijven doen". We proberen voortdurend "iets zinnigs te zien in de hoop onsamenhangende informatie die we dagelijks over ons heen krijgen" en "we worden zo goed in het samenvoegen van die onsamenhangende stukjes tot een geheel dat we soms van nonsens iets zinnigs maken". We vullen vaak de hiaten zelf in en geven een samenhangend beeld van wat we horen en zien, hoewel een grondig onderzoek zou aantonen dat de gegevens vaag, verwarrend, onduidelijk, inconsequent en zelfs onverstaanbaar zijn. Paranormale mediums, bijvoorbeeld, zullen vaak heel veel en snel op elkaar volgende onsamenhangende en dubbelzinnige vragen stellen dat ze de indruk geven toegang te hebben tot persoonlijke kennis van hun klanten. In werkelijkheid hoeft het medium helemaal geen inzicht te hebben in het persoonlijke leven van zijn klant. De klant zelf zal gewillig en onwetend alle vereiste verbanden en bevestigingen geven. Paranormaal begaafden worden in dit proces geholpen door het gebruik van koud lezen-technieken.

Brits psycholoog David Marks en Richard Kamman (die samen The Psychology of the Psychic schreven) menen dat

eenmaal een overtuiging of verwachting gevonden is, vooral een die een onaangename onzekerheid wegneemt, beïnvloedt ze de waarnemer om nieuwe informatie op te merken die de overtuiging bevestigt en die bewijs van het tegendeel buiten beschouwing laat. Dit zelfbestendigende mechanisme versterkt de originele fout en ontwikkelt een overmoed waarbij de argumenten van tegenstanders aanzien worden als te fragmentarisch om de aangenomen overtuiging te verlaten.

Als een pseudowetenschappelijke therapeut een persoonlijkheidsbeoordeling aan een klant uitlegt, zit die uitleg zo vol valstrikken dat zelfs de meest goedbedoelende personen tot fouten en misleidingen worden bewogen.

Barry Beyerstein stelde de volgende test voor om na te gaan of de schijnbare geldigheid van de hierboven vermelde pseudoswetenschappen niet te wijten is aan het Forer-effect, voorkeur voor bevestiging of andere psychologische factoren. (Opm.: de voorgestelde test maakt ook gebruik van persoonlijke validatie en is niet bedoeld om de juistheid van een persoonlijkheidsbeoordelingsmiddel te testen, maar is eerder bedoeld om de neiging tot zelfbedrog over dergelijke zaken tegen te gaan.)

…bij een goede test zou eerst een groot aantal mensen moeten worden gelezen waarna de namen van de profielen worden verwijderd (waarbij ze zodanig worden gecodeerd zodat men later toch kan weten bij wie ze horen). Nadat alle mensen alle anonieme persoonlijkheidsbeschrijvingen hebben gelezen, wordt hun gevraagd die beschrijving te kiezen die het beste bij hen past. Als de lezer effectief voldoende unieke gegevens in de beschrijving heeft opgenomen, zouden de mensen gemiddeld makkelijk in staat moeten zijn om hun beschrijving uit de hoop te halen.

Beyerstein merkt op dat "geen enkel occult of pseudowetenschappelijke karakterleesmethode... de test succesvol heeft doorstaan."

Het Forer-effect verklaart echter slechts gedeeltelijk waarom zo vele mensen de occulte en pseudowetenschappelijke procedures als nauwkeurig ervaren. Koud lezen, gemeenschapsversterking en selectief denken zijn eveneens oorzaken van deze misvattingen. We moeten ook toegeven dat hoewel heel wat pseudowetenschappelijke lezingen vaag en algemeen zijn, enkele veel concreter zijn. Sommige van de meer concretere lezingen kunnen ook op veel mensen worden toegepast, andere zullen, toevallig, juiste beschrijvingen zijn voor slechts enkele mensen. Een aantal specifieke beschrijvingen kan statistisch worden verwacht.

Er zijn diverse onderzoeken verricht naar het Forer-effect. Psychologen Dickson en Kelly hebben vele van deze onderzoeken bestudeerd en besloten dat er over het algemeen voldoende bewijs is voor de algemene bewering dat Forer-profielen in de studies door proefpersonen algemeen als correct ervaren worden. Bovendien steeg die ervaring nog wanneer het profiel het label "voor u" kreeg. Positieve beschrijvingen worden "makkelijker aanvaard als correcte beschrijvingen van zijn persoonlijkheid dan negatieve". Maar negatieve verklaringen worden "makkelijker aanvaard wanneer ze gegeven worden door mensen met een hoog aanzien dan wanneer gegeven door mensen met een laag aanzien". Men heeft ook ontdekt dat personen doorgaans het onderscheid kunnen maken tussen verklaringen die nauwkeurig zijn (maar dat zouden zijn voor vele mensen) en verklaringen die heel specifiek zijn (nauwkeurig voor hen maar niet van toepassing op de meeste mensen). Er is ook enig bewijs dat persoonlijkheidsvariabelen zoals neurotisch zijn, verlangen naar goedkeuring en autoritair systeem positief verwant zijn met het geloof in Forer-achtige profielen. Jammer genoeg werden de meeste Forer-onderzoeken enkel op studenten uitgevoerd.