Getuigenissen en levendige anekdotes zijn een van de meest populaire en overtuigende bewijsvormen voor geloof in het bovennatuurlijke, paranormale en pseudowetenschappelijke. Niettemin zijn getuigenissen en anekdotes in dergelijke zaken van weinig waarde om het bestaan van de verklaringen die ze ondersteunen vast te stellen. Oprechte en levendige verhalen van een ontmoeting met een engel of de Maagd Maria, een buitenaards wezen, een geest, een Bigfoot, een kind dat verklaart al eens geleefd te hebben, paarse aura's rond stervende mensen, een mirakuleuze wichelroedeloper, een levitatiegoeroe of een paranormale chirurg zijn allemaal van geen waarde om de redelijkheid van het geloof in die zaken vast te stellen.

Anekdotes zijn om diverse redenen onbetrouwbaar. Verhalen kunnen aangepast worden aan overtuigingen, latere ervaringen, selectieve aandacht voor details, enz. De meeste verhalen worden gewijzigd door het vertellen en doorvertellen. Gebeurtenissen worden overdreven. Het tijdsverloop wordt verward. Details worden door elkaar gehaald. Geheugens zijn onvolmaakt en selectief; blanco stukken worden vaak ingevuld na de feiten. Mensen interpreteren hun ervaringen foutief. Ervaringen worden beïnvloed door voorkeuren, herinneringen en overtuigingen zodat de waarneming van mensen niet accuraat kan zijn. De meeste mensen verwachten niet bedrogen te worden, dus kunnen ze zich niet bewust zijn van het bedrog waar anderen zich mee inlaten. Sommige mensen verzinnen verhalen. Sommige verhalen zijn waanideeën. Soms worden gebeurtenissen misplaatst paranormaal genoemd omdat ze onwaarschijnlijk lijken terwijl ze mogelijk helemaal niet onwaarschijnlijk zijn. Kortom, anekdotes zijn inherent problematisch en zijn gewoonlijk niet te testen op juistheid.

Verhalen van persoonlijke ervaringen met paranormale of bovennatuurlijke gebeurtenissen hebben dus weinig wetenschappelijke waarde. Als anderen niet hetzelfde kunnen ervaren in dezelfde omstandigheden, dan is het onmogelijk om de ervaring te verifiëren. Als het onmogelijk is om de bewering te testen, dan is het onmogelijk om te zeggen of de ervaring op correcte wijze werd geïnterpreteerd. Als anderen hetzelfde kunnen ervaren, dan is het mogelijk om de getuigenis te testen en te bepalen of de verklaring die erop gebaseerd is geloofwaardig is. Zoals parapsycholoog Charles Tart ooit zei na het horen van een anekdote over een mogelijke paranormale gebeurtenis: “Laat ons dit naar het laboratorium brengen waar we kunnen weten welke de precieze omstandigheden waren. We hoeven na jaren geen verhaal te horen en hopen dat het juist was.” Wetenschappelijk onderzoeker Dean Radin merkte ook op dat anekdotes geen goed bewijs vormen voor het paranormale omdat geheugen “veel feilbaarder is dan de meeste mensen denken” en omdat ooggetuigeverslag “makkelijk vervormd wordt” (Radin 1997: 32).

Getuigenissen over paranormale ervaringen zijn van weinig nut voor de wetenschap omdat selectief denken en zelfbedrog in wetenschappelijke waarnemingen beheersd moeten zijn. De meeste paranormalen en wichelroedelopers, bijvoorbeeld, beseffen niet eens dat ze hun krachten aan beheersd onderzoek moeten onderwerpen om de mogelijkheid van zelfbedrog uit te sluiten. Ze zijn er tevreden mee dat hun ervaringen hen voldoende feedback levert om het geloof in hun paranormale gaven te verrechtvaardigen. Beheersd onderzoek van paranormalen en wichelroedelopers zou voor eens en voor altijd bewijzen dat zij niet selectief zijn bij het verzamelen van bewijs. Zulke mensen herinneren zich doorgaans hun successen maar negeren hun mislukkingen of zwakken ze af. Beheersd onderzoek kan ook vaststellen of er andere factoren in het spel zijn, zoals bedrog.

Als zulke getuigenissen wetenschappelijk waardeloos zijn, waarom zijn ze dan zo populair en waarom klinken ze zo overtuigend? Er zijn diverse redenen. Getuigenissen zijn vaak levendig en gedetailleerd zodat ze geloofwaardig overkomen. Ze worden vaak geuit door enthousiaste mensen die er betrouwbaar en eerlijk uitzien en die geen enkele reden hebben om ons om de tuin te leiden. De getuigenissen komen vaak van mensen die enige autoriteit uitstralen, bv. mensen die tot psycholoog of natuurkundige zijn opgeleid. In zekere mate zijn getuigenissen geloofwaardig omdat mensen ze willen geloven. Vaak heeft men hoop op een of andere nieuwe behandeling of instructie. Een getuigenis wordt snel na de gebeurtenis gegeven terwijl men nog goedgezind is omwille van het positieve resultaat. Aan de ervaring en de getuigenis die men geeft wordt meer belang gehecht dan ze verdienen.

Ten slotte, getuigenissen worden vaak gebruikt in vele gebieden, waaronder medische wetenschap, en het schenken van aandacht aan die getuigenissen wordt als wijs en niet als dwaas aanzien. Een arts zal de getuigenissen van zijn patiënt gebruiken om tot een bepaalde medicatie of procedure over te gaan. Bijvoorbeeld, een arts zal een getuigenis van een patiënt over een reactie op nieuwe medicatie gebruiken om de voorgeschreven dosis aan te passen of de medicatie te wijzigen. Dit is heel redelijk. Maar de arts mag niet selectief zijn en enkel die getuigenissen in rekening nemen die zijn eigen vooroordelen bevestigen. Wie dat doet loopt het risico zijn patiënten te schaden. Evenmin zou de gewone man selectief mogen zijn wanneer hij of zij luistert naar getuigenissen wat betreft paranormale of occulte ervaringen.