Een god is een door mensen gecreëerd wezen waaraan bovennatuurlijk krachten of eigenschappen worden toegewezen zoals onsterfelijkheid, alwetendheid, telekinese en onzichtbaarheid. Deze creaties dienen voor diverse doelen, zoals een onzichtbare bescherming tegen vijanden of een verklaring voor de oorsprong van zaken als goed en kwaad, vuur en wind of leven en dood.

Goden zijn vaak de centrale figuren waarrond godsdiensten zijn gebouwd. Er wordt vaak gezegd dat godsdienst begon met vrees en bijgeloof. Hetzelfde kan van goden worden gezegd.

Sommige godsdiensten beweren dat er slechts één god is en dat alle goden van de andere godsdiensten werden verzonnen door mensen, behalve die van henzelf. En toch gelooft iedereen die gelooft in een of andere god dat zijn of haar god echt is.

Aangezien goden bovennatuurlijk zijn, bestaan ze buiten de grenzen en wetten van ruimte en tijd. Ze kunnen een oneindig aantal magische krachten bezitten. Het is daarom onmogelijk om hun bestaan of hun niet-bestaan te bewijzen. Je zou kunnen zeggen: Als goden bestaan, is alles toegelaten!