Een klopgeest of poltergeist is, letterlijk, een "luidruchtige of ondeugende geest". Poltergeists maken hun aanwezigheid bekend door kloppende geluiden, door levenloze voorwerpen door het luchtruim te gooien, door elektrische storingen of door vuur te laten ontbranden.

Parapsycholoog William Roll is van mening dat klopgeesten in feite gevallen van psychokinesie zijn - "terugkerende spontane psychokinese". Craig Hamilton-Parker is het daarmee eens. Hij denkt dat "in de meeste gerapporteerde gevallen van klopgeesten adolescenten centraal staan, die een heel ongelukkige jeugd hebben gekend." Roll en Hamilton-Parker geloven niet dat klopgeesten spoken zijn of entiteiten met een bewustzijn. Volgens Hamilton-Parker zijn klopgeesten het resultaat van psychokinetische energie, geprojecteerd vanuit een persoon wiens innerlijke problemen zichzelf tot uitdrukking brengen door voorwerpen te laten bewegen. Hij beweert dat Uri Geller in staat is om lepels te buigen door dezelfde soort energie te gebruiken.

Sommige bijbelgeleerden, zoals Dr. John Ankerberg, denken dat klopgeesten het werk zijn van Satan. Als het meubilair en de decoratiestukken in het rond beginnen te vliegen, haal er dan geen parapsycholoog bij, maar een exorcist.

Een andere mogelijkheid, echter, is dat sommige poltergeist-ervaringen eenvoudigweg verkeerde interpretaties van waarnemingen zijn, bijvoorbeeld dingen zien bewegen die nooit bewogen hebben of het toeschrijven van geluiden of beweging van levenloze voorwerpen aan geesten omdat de bron ervan niet kan worden gevonden. Deze verklaring heeft tenminste de verdienste dat ze ons ontlast van de vereiste om onnodig ingewikkelder verklaringen te zoeken.

Milbourne Christopher vertelt het verhaal van Maude Connolly, een weduwe die in 1957 in Cape Cod woonde, samen met twee geadopteerde dochters. Op een avond waren ze naar de televisie aan het kijken toen

in de woonkamer papieren door te lucht begonnen te wervelen en sierstukken van een schap voor snuisterijen te pletter vielen op de grond... Een zware spiegel viel in de slaapkamer van de muur en een asbak die gewoon op een tafel met een glazen blad stond, klapte met zoveel kracht tegen het oppervlak van de tafel dat het glas verbrijzeld werd. (Christopher 1970: 142)

Maar daarmee was het nog niet afgelopen. De volgende ochtend stelde ze vast dat in de woonkamer een namaakhaard en een paar stoelen omver waren gegooid. Dergelijke fenomenen deden zich vier dagen lang voor. Iemand die er bij werd gehaald om het het gebouw te inspecteren, suggereerde dat de oorzaak van het probleem bij de haard kon liggen, en dus liet mevrouw Connolly de schoorsteen bovenaan dicht maken. "Vanaf dat moment, bleven alle voorwerpen op hun plaats" (Christopher 1970: 142). Mevrouw Connolly was niet bijgelovig aangelegd en schreef de gebeurtenissen toe aan krachtige luchtstromen die door de schoorsteen naar beneden wervelden en de voorwerpen verplaatsten die hun pad kruisten. Als er sprake is van klopgeesten, dan kan men dus best natuurlijke factoren zoals luchtstromen niet uitsluiten.

Het valt natuurlijk niet te bewijzen dat de gebeurtenissen in het huis van mevrouw Connolly werden veroorzaakt door luchtstromen. Meer nog: het valt niet te bewijzen dat deze gebeurtenissen echt plaatsvonden. Milbourne Christopher heeft een uitmuntende reputatie en er is geen reden om aan zijn verhaal te twijfelen. En toch kan het ook niet worden uitgesloten dat hij om een of andere vreemde reden ons in het ootje neemt. Maar zelfs als zou worden aangetoond dat het verhaal van Christopher helemaal correct is, dan nog zou dit alleen maar een verklaring leveren voor dit ene "spookverhaal", op deze ene plaats, op dit specifieke tijdstip. Tientallen andere gelijkaardige voorvallen kunnen compleet andere oorzaken hebben. Als er echter plausibele fysieke verklaringen worden gevonden voor een miljoen klopgeesten, op een miljoen verschillende plaatsen, op een miljoen verschillende tijdstippen, dan blijft nog altijd de mogelijkheid bestaan dat de volgende die opduikt wel “echt” is. De mensen die geloven in klopgeesten, spoken en spookhuizen kunnen daarom altijd hun toevlucht nemen tot het argument dat niemand ooit genoeg informatie heeft om elk spookverhaal te ontmaskeren. En zelfs als dat wel het geval zou zijn, dan blijft de mogelijkheid open dat het volgende geval het tegendeel bewijst!

Zoals u ook kan lezen in het artikel over spookhuizen:

Als men nagaat onder welke voorwaarden een spookverhaal echt waar zou kunnen zijn, dan is wellicht de meest redelijke instelling als skepticus dat men ervan uitgaat dat er een natuurlijke verklaring is voor al deze verhalen, maar dat men vaak niet over alle nodige details beschikt of kan beschikken om die verklaring te kunnen geven. Vaak zijn onvolledige en selectieve getuigenissen het enige bewijsmateriaal. De getuigen zijn bovendien in veel gevallen geïnteresseerd in de materie, maar zijn onervaren, bijgelovig en ze hebben doorgaans onvoldoende kennis van de basiswetten van de natuurkunde. Precies daarom zullen er altijd wel verhalen opduiken die veel aandacht trekken zoals dat van de “Bell Witch”, zeker als er films over worden gemaakt. Dergelijke verhalen brengen veel mensen ertoe om te geloven dat net dit geval iets speciaals heeft, zelfs als alle andere spookverhalen vals blijken te zijn. De "Bell Witch" is volgens het verhaal een "een sinistere entiteit die een familie in Tennessee kwelde van 1817 tot 1821".* De waarschijnlijkheid dat we in dit geval niet beschikken over alle bewijsmateriaal is rechtevenredig met het aantal jaren dat is verstreken sinds de tijd dat de vermeende gebeurtenissen plaats vonden.

Christopher vertelt over verschillende onderzoeken naar klopgeesten die het werk bleken te zijn van verveelde of opgewonden adolescenten of volwassenen. Eén groep van vier jongeren werd gevraagd waarom ze een onderwijzer en de kinderen van een plattelandsschool in North Dakota hadden geterroriseerd. "Ze bekenden dat - wanneer ze hadden vastgesteld hoe goedgelovig hun onderwijzer en hun ouders waren en hoe eenvoudig het was om hen om de tuin te leiden - ze intens plezier hadden beleefd aan de opwinding en de publiciteit die hun grappen hadden veroorzaakt " (Christopher 1970: 149).

Een van de beroemdste gevallen uit de geschiedenis van de klopgeesten is de zaak van de Seaford Poltergeist, onderzocht door J. G. Pratt, een medewerker van J. B. Rhine. Een van de vreemde fenomenen die werden toegeschreven aan deze klopgeest was het vanzelf opengaan van flessen, waarna de inhoud ervan gemorst werd. Dit gebeurde in verschillende kamers van een huis in Seaford, Long Island, New York. De paranormale onderzoekers en de journalisten die over het verhaal verslag uitbrachten, waren met verstomming geslagen. Milbourne Christopher stelt dat "als studie van de reactie van mensen op onverklaarde fenomenen," het geval van de Seaford-klopgeest" ongeëvenaard is. Wat doet het gemiddelde gezin wanneer vreemde gebeurtenissen, schijnbaar van bovennatuurlijke origine, hun normale leefpatroon verstoren? Welke oplossingen worden er voorgesteld? Hoe reageert het grote publiek?" (Christopher 1970: 150). J. G. Pratt omschreef het als volgt:

[H]et geval Seaford kan op lange termijn mogelijks worden herinnerd als een episode die heeft bijgedragen aan de vooruitgang van de paranormale revolutie door dienst te doen als een maatstaf voor de interesse van het grote publiek voor dergelijke gevallen. We hebben – ik herhaal het – geen sluitende conclusie bereikt over de zaak zelf, maar één conclusie bereikte ons met de kracht van een nieuwe vulkaan die uitbarst in je eigen achtertuin: overal zijn mensen ten zeerste geïnteresseerd in onverklaarde menselijke ervaringen zoals degene die het gezin Herrmann moest ondergaan! En ze zijn geïnteresseerd in de wetenschappelijke benadering van deze dingen – en van de hele problematiek van paranormale fenomenen – zoals blijkt uit het feit dat de potentiële energie pas het kritische niveau oversteeg op het moment dat de twee helften van de "atoomlading", enerzijds het geval zelf en anderzijds de onderzoeker van het Parapsychology Laboratory, samen kwamen en op die manier een wereldwijd hoorbare explosie van publiciteit veroorzaakte.*

Volgens Christopher waren de enige aanwezigen in het huis, op het moment van de eerste voorvallen van zichzelf-ontkurkende flessen en gemorste vloeistoffen, mevrouw Lucille Herrmann en haar twee kinderen van twaalf en dertien. Toen ze de knallende geluidjes van het ontkurken onderzochten, vonden ze in een kamer een fles wijwater die geopend op haar kant lag en waar de vloeistof uit liep. De dop lag "op enige afstand." In een andere kamer vonden ze nog twee open flessen waar de inhoud uit liep. In de keuken vonden ze een omgestoten fles vloeibaar stijfsel en in de kelder was er een vaatje vloeibaar bleekmiddel uitgegoten.

Een paar dagen na het eerste incident, was de heer Herrmann aan het praten met zijn 12-jarige zoon Jimmy, die zijn tanden aan het poetsen was. Hij zag hoe twee flessen uit zichzelf van een schap op de grond vlogen. Enkele weken later was een bezoeker samen met de kinderen naar tv aan het kijken toen een porseleinen figuurtje van een tafeltje opsteeg en ruim een halve meter vloog voor het op de grond viel. De bezoeker zwoer dat de kinderen te ver van het voorwerp verwijderd waren om het te kunnen bewegen. Hetzelfde gebeurde een paar dagen later toen Herrmann in New York was voor een optreden in het tv-programma The Jack Paar Show. Iemand suggereerde dat hoogfrequente radiogolven de oorzaak konden zijn. Robert Zider, "een technicus die samenwerkte met de bouwers van een 35-miljard [elektron?]-volt synchrotron in het Brookhaven-laboratorium van de Commissie voor Atoomenergie" kwam ter plaatse om een wetenschappelijk onderzoek te doen. Maar hij daagde op met een wichelroede en speculeerde dat straalvliegtuigen misschien supersonisch impact uitoefenden op een plaatselijk waterreservoir dat dan energiegolven zou uitzenden die zich verplaatsten via ondergrondse stromen die onder het huis van de familie Herrmann stroomden (Christopher 1970: 153).

Milbourne Christopher, op dat moment voorzitter van de Society of American Magicians (Vereniging van Amerikaanse Goochelaars), hoorde Herrmanns pleidooi in een televisieprogramma om iemand te vinden die het probleem op zou kunnen lossen. Hij belde de inspecteur die zich met de zaak bezig hield, vertelde wie hij was en gaf aan dat hij alle gebeurtenissen kon reproduceren die het gezin Herrmann had meegemaakt "met uitsluitend natuurlijke middelen". Maar volgens de inspecteur wou Herrmann geen goochelaar in zijn huis. Hij zei dat hij wou geholpen worden door de overheid of door wetenschappers, niet door "charlatans, mystici, mediums of goochelaars." Waarop Christopher zei: "Ik kon zijn bezwaar begrijpen tegen de eerste drie categorieën, maar niet tegen de vierde" (Christopher 1970: 156). Toen mevrouw Connolly belde om het gezin Herrmann te adviseren om hun schoorsteen dicht te maken, volgde Herrmann die raad op, maar helaas zonder resultaat.

Herrmann zelf was dus niet geïnteresseerd in Christophers aanbod om de fenomenen te reproduceren, maar de media waren dat wel en de goochelaar deed zes demonstraties voor hen. Toen Pratt een bezoek bracht aan Christopher "vloog een porseleinen figuurtje van een boekenkast en het landde ruim twee meter verder". Pratt wist dat het een goocheltruc was, maar hij kon er niet achter komen hoe ze precies werkte. Wie geïnteresseerd is in een meer gedetailleerd verslag, leest best Christophers heerlijk en verlichtend boek ESP, Seers & Psychics: what the occult really is. Eén ding kunnen we wel al verklappen: sommige voorwerpen waarvan mensen denken dat ze uit zichzelf bewegen, worden in werkelijkheid gegooid. Mensen denken vaak dat ze dingen zien die ze niet echt hebben gezien. En we zijn als mens slecht uitgerust om de precieze richting te lokaliseren waar een geluid vandaan komt door de vorm van ons buitenoor (New Scientist, "Animal superpowers," 24/31 December 2005).

Andere voorbeelden van klopgeesten die bedrog of een grap bleken te zijn: de Amityville hoax en het geval Tina Resch.

William Roll onderzocht de zaak Resch en verklaarde dat die authentiek was. In 1984 was Tina 14 jaar en ze woonde in Columbus, Ohio. Krantenartikels getuigden van haar chaotisch huishouden waar telefoons in het rond vlogen, lampen begonnen te zwaaien en naar beneden vielen, altijd vergezeld van hevige geluiden. James Randi onderzocht de zaak ook en ontdekte dat Tina haar adoptieouders om de tuin leidde en de media-aandacht gebruikte als hulpmiddel in haar zoektocht naar haar biologische ouders.

Een videocamera van een bezoekende tv-ploeg die onopzettelijk aan was blijven staan, filmde hoe Tina bedrog pleegde door heimelijk een lamp om te gooien terwijl niemand keek. Van de andere voorvallen kon worden aangetoond dat ze door de pers waren verzonnen of dat het in hoge mate overdreven beschrijvingen waren van heel verklaarbare gebeurtenissen. (Randi 1995).

Randi geeft ook nog aan dat Tina Resch tien jaar later werd veroordeeld tot levenslange opsluiting voor de moord op haar 3-jarige dochter.


Met dank aan Jan Van Haver voor de vertaling van dit artikel.