Volgens antropoloog Dr. Phillips Stevens Jr. heeft magisch denken betrekking op diverse elementen, waaronder het geloof dat alle dingen onderling verbonden zijn via krachten die zowel de lichamelijke als spirituele connecties overstijgen. Magisch denken ziet speciale krachten in vele zaken die als symbolen worden aanzien. Volgens Stevens "gelooft het grootste deel van de bevolking op aarde... dat er echte verbindingen zijn tussn het symbool en dat waarnaar het verwijst, en dat echte en potentieel meetbare kracht tussen hen loopt". Hij gelooft dat er een neurobiologische basis bestaat hiervoer, hoewel de specifieke inhoud van elk symbool cultureel is bepaald. (Niet dat sommige symbolen niet universeel zijn, bv. het ei, vuur, water. Niet dat het ei, vuur of water dezelfde zaken symboliseren in alle culturen.)

Een van de drijvende beginselen van magisch denken is het idee dat dingen die op elkaar lijken oorzakelijk verbonden zijn op een of andere manier die wetenschappelijk niet kan worden nagegaan (het principe van overeenkomst). Een ander drijvend beginsel is het geloof dat "dingen die ofwel fysiek contact hebben gehad of in ruimtelijke of temporele verbinding staan met andere dingen een verbinding behouden wanneer ze gescheiden zijn" (de wet van besmetting) (Frazer; Stevens). Denk aan relikwieën van heiligen die verondersteld worden spirituele energie door te sturen. Denk aan paranormale detectives die beweren dat ze informatie kunnen verkrijgen van een vermiste persoon door een voorwerp aan te raken dat aan de persoon toebehoorde (psychometrie). Of denk aan de dierenkwakzalvers die beweren dat ze de gedachten van uw hond kunnen lezen door te kijken naar een foto van de hond. Of denk aan het morfogenetisch veld van Rupert Sheldrake. Toevallig bestudeert Sheldrake ook paranormale honden.

Volgens psycholoog James Alcock "is magisch denken het verklaren van twee dicht bij elkaar voorkomende gebeurtenissen alsof de ene de andere veroorzaakte, zonder noodzaak voor een oorzakelijk verband. Bijvoorbeeld, als je gelooft dat het kruisen van de vingers geluk bracht, dan verbond je het kruisen van de vingers met de daaropvolgende goede gebeurtenis en plaatste je een oorzakelijk verband tussen beide". In deze zin is magisch denken de bron voor heel wat bijgeloof. Alcock merkt op dat we omwille van onze neurobiologische aard vatbaar zijn voor magisch denken en dat kritisch denken daarom vaak een nadeel is. Denk aan de post hoc-denkfout en de gokkersdenkfout. Denk aan het proberen te begrijpen van of betekenis te geven aan toeval.

Zusne en Jones (1989: 13) definiëren magisch denken als het geloof 

    (a) dat overdracht van energie of informatie tussen fysieke systemen uitsluitend plaats kan hebben dankzij hun gelijkenis of naburigheid in tijd en ruimte, of (b) dat de gedachten, woorden of acties van iemand tot specifieke fysieke effecten kan leiden op een manier die niet de beginselen van normale energie- of informatie-overdracht volgt.

Twee of meer duidelijke voorbeelden van magisch denken zijn Jungs begrip van synchroniciteit en Hahnemanns begrip van  homeopathie (Stevens). Andere voorbeelden zijn toegepaste kinesiologie, grafologie (Beyerstein), handlijnkunde en psychokinese

Andere wetenschappen hebben ons van bijgeloof en magisch denken verlost; parapsychologie, daarentegen, probeert ons er naartoe te leiden. Dean Radin (1997), een vooraanstaande verdediger van parapsychologie, merkt op dat “het concept dat de geest belangrijker is dan materie is diepgeworteld in de oosterse filosofie en oude overtuigingen over magie”. Maar in plaats van te zeggen dat het nu tijd is om verder te gaan en het magische denken van de kindertijd op te geven, wijst hij de Westerse wetenschap af omdat ze dergelijke overtuigingen als "louter bijgeloof" verwerpt.