In spiritualisme is een medium iemand die rechtstreeks in contact staat met geesten. In een vroeger, eenvoudiger maar meer dramatisch tijdperk zou een goed medium stemmen of tevoorschijn gebrachte voorwerpen (apporten) produceren, klokken luiden, voorwerpen laten zweven of bewegen door een verduisterde kamer, automatisch schrijven of teleplasma verrichten; kortom, de klant krijgt bij hem of haar goed amusement voor zijn geld.

Tegenwoordig is een medium eerder iemand die banaal inspirerende boeken schrijft en zegt dat hij of zij aan channeling doet, zoals JZ Knight en het White Book van haar Ramtha uit Atlantis. Maar de meest succesvolle mediums verklaren eenvoudigweg dat de doden met hen in contact staan. Onder het zwakke mom dat ze aan “spirituele genezing” en “verdrietcounseling” doen, gebruiken ze traditionele koud lezen-technieken en soms stiekem verzamelde informatie over hun klanten om het te doen lijken alsof ze troostende boodschappen van de doden overbrengen. Subjectieve validatie speelt een belangrijke rol bij dit soort mediums: De mediums rekenen op de sterke motivatie van hun klanten om woorden, initialen, verklaringen of tekenen als correct te valideren. Het feit dat de klant er in slaagt om een betekenis te vinden in de uitspraken van het medium wordt als bewijs voor het contact met de doden aanzien.

Met de informatie die ze van hun klanten kregen tijdens koud lezen of via andere bronnen, zoals gesprekken met de klanten vóór de sessies of tijdens pauzes, zijn ze in staat vele klanten ervan te overtuigen dat ze berichten ontvangen van hun geliefde overledenen. Het medium geeft boodschappen door zoals “hij vergeeft je” of onthult zaken die al gekend zijn maar waardoor de klant zich afvraagt hoe wist hij dat? In de goede oude tijd van séances en goed uitgewerkt bedrog, zou een spiritualistische bedrieger eerder het bericht overbrengen dat hij meer geld wou voor hem en zijn groep.

Tegenwoordig is het niet langer nodig om zo voor de vuist weg om geld te vragen of oudere mensen af te zetten. Mensen wachten letterlijk jaren om geld te geven aan wie hen hoop kan geven dat ze men een geliefde overledene zullen kunnen communiceren. Er is ook een lucratieve boekenhandel voor wie berichten heeft van de doden en veel geld kan worden verdiend met live shows voor honderden of duizenden mensen die elk 20 tot 40 euro willen betalen voor de kans om met een verloren kind, echtgenoot/echtgenote of ouder in contact te treden. Sommige mediums krijgen zelfs de mogelijkheid op televisie te komen.

George AndersonGeorge Anderson, een voormalig arbeider en auteur van Lessons from the Light: Extraordinary Messages of Comfort and Hope from the Other Side (2000) (Lessen van het licht: Buitengewone berichten van troost en hoop van de andere kant), kreeg een eigen speciaal programma op de Amerikaanse zender ABC waarin beroemdheden kwamen die de doden wensten te contacteren. Sommige mediums krijgen zelfs televisiereeksen, zoals John Edward en James Van Praagh, hoewel de reeks van deze laatste na slechts enkele afleveringen al werd afgevoerd.

John EdwardJohn Edward was de eerste helderhorende met een eigen programma waarin geliefde overledenen in contact kwamen met mensen uit het publiek: "Crossing Over with John Edward" op Sci-Fi Channel. Edward werd door zowel James Randi [Skeptic, v. 8, nr. 3] als Leon Jaroff [Time, 5 maart 2001] een bedrieger genoemd, maar tevergeefs. Hij mag dan al een bedrieger zijn, hij is een aantrekkelijke en indrukwekkende bedrieger.

James Van PraaghJames Van Praagh is een zelfverklaard medium die beweert dat hij een gave heeft waardoor hij boodschappen kan horen van zowat iedereen die dood is. Volgens Van Praagh wachten alle biljoenen en biljoenen dode mensen op iemand om hen hun naam te geven. Meer is er niet nodig. Geef Van Praagh een naam, welke naam ook, en hij zal beweren dat een of ander dode persoon met die naam hem met woorden of fragmenten van zinnen hem contacteert, of dat hij de aanwezigheid kan voelen in een bepaalde locatie. Hij was al te gast op het bekende praatprogramma "Larry King Live" op CNN, waar hij beweerde de aanwezigheid van de dode ouders van de presentator te kunnen voelen. Hij vertelde zelfs waar in de studio deze "aanwezigheid" vandaan kwam. Hij beantwoordde telefoonoproepen en zodra hij een naam kreeg van een beller, begon hij het publiek te vertellen wat hij "hoorde" of "voelde". Van Praagh speelt met het publiek een soort spel van twintig vragen. Hij vist en negeert snel de vragen waarbij hij bot vangt tot hij raak treft. Dan haalt hij de vis binnen. Soms aarzelt hij, maar hij probeert opnieuw tot hij opnieuw raak heeft. Het publiek houdt ervan. Zij belonen Van Praaghs harde werk door hem positieve feedback te geven. Daardoor lijkt het alsof hij in contact staat met geesten die hem zeggen dat dood zijn goed is, dat ze houden van wie ze achterlieten, en dat het hen spijt en ze hen alles vergeven.

Michael Shermer van het Amerikaanse Skeptic magazine noemt Van Praagh "de meester in koud lezen in de paranormale wereld". Sociologist en onderzoeker van anomalieën, Marcello Truzzi van de Eastern Michigan University, was minder mild in zijn oordeel. Truzzi bestudeerde personen als Van Praagh gedurende meer dan 35 jaar en beschrijft de vertoningen van Van Praagh als "uitzonderlijk weinig indrukwekkend". Truzzi zei dat het meeste van wat Van Praagh meedeelt "geleuter" is, maar wel goed geleuter aangezien "wat mensen willen troost en schuldverlichting is. En dat is precies wat ze krijgen: je ouders houden van jou; ze vergeven jou; ze kijken er naar uit jou te zien; het is niet jouw fout dat ze dood zijn."

In Why People Believe Weird Things (Waarom mensen in rare dingen geloven) beschrijft Shermer, stichter van The Skeptics Society, het succes van Van Praagh en hoe hij het publiek verblufte in televisieuitzendingen. Shermer vertelt ons ook hoe hij Van Praagh ontmaskerde in het programma Unsolved Mysteries. Maar niemand in het publiek was Shermer genegen. Een vrouw vertelde hem zelfs dat zijn gedrag "ongepast" was omdat hij de hoop van de mensen in hun rouwperiode vernietigde.

Van Praagh heeft boeken gepubliceerd met titels die succes garanderen: Talking to Heaven (praten met de hemel) en Reaching to Heaven (de hemel bereiken) en ook Healing Grief (genezende rouw). Op zijn webstek informeert hij ons over zijn boeken, cassettes, nieuwe producten, rondleidingen en optredens. Van Praagh en mediums zoals hij weten dat ze succes zullen blijven oogsten zolang ze nooit aan een klant zeggen dat zijn ouders hem vergeven voor de folteringen of dat het tijd is dat hij de moord bekent. De kans dat ze dat ooit zullen doen, is bijzonder klein.

In een interview met journalist Dru Sefton, stelt Van Praagh dat “er geen dood is, er is enkel leven... elke persoon is tot op zekere hoogte paranormaal of intuïtief”, en dat de meeste geesten in de hemel komen. Deze beweringen lijken op niets anders gebaseerd dan op het geloof dat dit is wat mensen willen horen.

Een andere trouwe aanhanger van Van Praagh is Charles Grodin, wiens praatprogramma op CNBC werd stopgezet kort na het tweede optreden van Van Praagh. Grodin toonde hoe onbevooroordeeld, lichtgelovig, en toegewijd hij was tegenover zijn dode moeder, terwijl hij stroop smeerde aan de man die met de hemel sprak. Het optreden van Van Praagh in het programma van Grodin was allesbehalve hemels, maar het was voldoende om Grodin tevreden te stellen en tenminste één koppel in het publiek geloofde dat hun overleden dochter met Van Praagh aan het praten was. Het enige skepticisme dat Grodin toonde was toen hij zich afvroeg om Van Praagh niet eerder de gedachten van het publiek las in plaats van berichten te krijgen van "de andere kant". De enige persoon in het programma die haar twijfels uitte over de authenticiteit van Van Praagh was een vrouw die een dochter door moord had verloren. Ze zei dat op enkele algemeenheden na niets van Van Praaghs beweringen over haar klopten. De vrouw beweerde ook dat ze rechtstreeks in contact stond met haar dochter.

Sylvia BrowneWanneer Van Praagh, Edward, Sylvia Browne of een ander medium er niet in slaagt iets te vinden, dan herinneren ze het publiek eraan het bericht soms maar uit fragmenten bestaat, dat ze het soms niet begrijpen, dat ze het soms verkeerd interpreteren, enz. Als ze het fout hebben is het niet hun fout want ze hebben nooit beweerd perfect te zijn. Van Praagh leek bijzonder onbekwaam in het programma van Grodin. Hij was niet echt spitsvondig. Hij gebruikte zijn gekend lokaas: vragen over meisjes en grootmoeders, veranderingen thuis, onbeantwoorde gevoelens, enz. Hij beweerde berichten te krijgen over de gekende onderwerpen: engelen, kanker, het hart, kranten. Wat hem in vele gevallen redt is in het lukraak beweringen doen, wat steevast eindigt met de dubbelzinnige vraag “heb ik het juist?” en de klant die “ja” antwoordt hoewel die geen idee heeft waarop hij “ja” antwoordt.

De optredens van Van Praagh zijn voor een skepticus allesbehalve indrukwekkend, maar voor iemand als Charles Grodin, die duidelijk nog steeds zwaar onder de indruk is van de dood van z'n moeder, is hij niets minder dan een heilige. Grodin vroeg zowaar voor de zegen van Van Praagh toen hij hem bedankte voor zijn prachtige werk. Laat ons hopen dat sommigen in het publiek zich afvroegen waarom men niet meer sceptisch was.

Op dit moment bedraagt de wachtlijst voor een privé-sessie met Van Praagh drie jaar. Maar misschien is er wat onenigheid in de hemel aangezien diverse anderen op aarde nu ook berichten krijgen van de doden.

Een van de meer succesvolle mediums is Allison DuBois, wiens succes sterk steeg dankzij het televisieprogramma "Medium", een programma dat gebaseerd zou zijn op de paranormale prestaties van DuBois. Op haar webstek, zegt DuBois

Ik noem de zaken zoals ik ze zie en ik ben niet bang om de grenzen van mijn vermogens te verleggen tijdens universitair onderzoek. Ik ben trots op mijn nauwekeurigheid, consistentie en op het verlichten van de pijn van wie geliefden heeft verloren.

Met andere woorden, ze is niet anders dan John Edward, George Anderson, Laurie Campbell, James Van Praagh en een hoop andere "rouwconsulenten" die hun diensten aanbieden aan wie rouwt en in de war is, tegen een prijs natuurlijk. En net als Edward, Anderson en Campbell, werd DuBois getest door Amerikaans professor psychologie Gary Schwartz die haar een betrouwbare paranormaal begaafde noemde.

Een reden waarom we de beoordeling van Schwartz over paranormale gaven zouden moeten in twijfel trekken, is zijn aanhoudende bewering dat hij weinig of geen verstand heeft van hoe subjectieve validatie werkt. In een klassiek experiment dat veelvuldig werd herhaald in vele verschillende verbanden, gaf Bertran Forer een persoonlijkheidstest aan zijn studenten, negeerde hun antwoorden en gaf elke student een "beoordeling" die hij uit een astrologiepagina van een magazine had gehaald. Hij vroeg zijn studenten om de beoordeling zelf te beoordelen met een cijfer van 0 to 5, waarbij "5" betekende dat de student vond dat de beoordeling helemaal juist was en "4" betekende dat de beoordeling "goed" was. Het klasgemiddelde was 4,26. Dat was in 1948. De test werd honderden keren herhaald en het gemiddelde ligt steevast op 4,2. We kunnen dus veilig besluiten dat dit betekent dat het normaal is dat mensen die een aantal verklaringen krijgen die niet gebaseerd zijn op enige kennis van de persoon die verklaringen toch beschouwen als voor ongeveer 80% correct. Gelijkaardige experimenten werden uitgevoerd met valse bioritmegrafieken, grafologie-lezingen, astrologische kaarten, en wie weet wat nog allemaal.

Over de test van Dubois vertelt Schwartz dat ze "altijd in de buurt van 80% scoorde. Dat maakt van haar duidelijk een van de allerbeste".

Maar zonder controle kon Schwartz onmogelijk weten of de scores van DuBois uitzonderlijk hoog waren of slechts gemiddeld. Maar zelfs zonder de validatie van iemand van het kaliber van Schwartz, is de motivatie om de geliefde overledenen te contacteren heel wat sterker dan de wil om het werk te onderzoeken van een wetenschapper met een Ph.D. aan Harvard University wiens motto Veritas luidt.