Deze indicator is een instrument om iemands voorkeuren te meten. Daarbij wordt gebruik gemaakt van vier schalen met tegengestelde polen. De vier schalen zijn: (1) extraversie/introversie, (2) zintuiglijk/intuïtief, (3) denkend/voelend, en (4) oordelend/opmerkzaam. “De diverse combinaties van deze voorkeuren leiden tot 16 persoonlijkheidsstypes”, zegt Consulting Psychologists Press, Inc., het bedrijf dat de rechten bezit van het instrument. De verschillende types worden doorgaans aangeduid door vier letters -- bijvoorbeeld: INTJ (Introversie, Intuïtie met Thinking (denkend) en Judging (oordelend))-- om iemands aanleg op de vier schalen voor te stellen.

Volgens CPP is de MBTI® “het meest gebruikte persoonlijkheidsoverzicht in de geschiedenis”. Volgens het Center for Applications of Psychological Type, doorlopen ongeveer twee miljoen mensen per jaar de MBTI-test. CPP beweert dat het “je helpt om persoonlijke en werkrelaties te verbeteren, de productiviteit te vergroten, en leiderschap en interpersoonlijke communicatievoorkeuren voor de klanten te identificeren”.* Vele scholen gebruiken de MBTI® bij het geven van carrière-advies. Voor elk van de zestien types werd een profiel ontwikkeld. Elk profiel bestaat volgens CPP uit een lijst van “karakteristieken die vaak met uw type worden geassocieerd”. Het INTJ, bijvoorbeeld, is vaak
  •     inzichtelijk, conceptueel en creatief
  •     rationeel, onbevooroordeeld en objectief kritisch
  •     heeft een duidelijke visie van mogelijkheden in de toekomst
  •     geneigd om van ingewikkelde uitdagingen te houden
  •     hecht waarde aan kennis en vaardigheid
  •     geneigd om zichzelf en anderen hoge normen op te leggen
  •     onafhankelijk, heeft meer vertrouwen in het eigen oordeel en inzicht dan in dat van anderen
  •     wordt door anderen gezien als gereserveerd en moeilijk te doorgronden

De mensen bij CPP vinden het niet zo erg als de lijst niet aan uw type beantwoordt. Zij adviseren die mensen om contact op te nemen met de afnemer van de test en hulp te vragen om een passender lijst te vinden door één of twee letters te veranderen in uw vierletter-type. (Zie het rapport dat CPP publiceert op haar webstek.) Voorts, ongeacht uw voorkeuren, zal uw gedrag soms wijzen op contrasterend gedrag. Bijgevolg kan geen enkel gedrag ooit het type weerleggen, en elk gedrag kan gebruikt worden om het te bekrachtigen.

Jungs Psychologische Types

De MBTI is gebaseerd op Carl Jungs ideeën over psychologische types. De MBTI werd aanvankelijk ontwikkeld door Isabel Briggs Myers (1897-1979) en haar moeder, Katharine Cook Briggs. Isabel had een diploma politeke wetenschappen aan het Swarthmore College maar had verder geen band met de academische wereld. De vader van Katharine zat op de faculteit van het Michigan Agricultural College (tegenwoordig heet dit Michigan State University). Haar man was een onderzoeksnatuurkundige en werd directeur van het Bureau of Standards in Washington. Isabels man, Clarence Myers, was advocaat. Omdat Clarence zo sterk verschilde van de rest van de familie, werd Katherine geïnteresserd in types. Ze leerde Isabel het boek van Jung kennen, Psychological Types. Beiden werden enthousiaste “typewaarnemers”. Hun bedoeling was bewonderenswaardig: mensen zichzelf en elkaar helpen te begrijpen zodat ze banen krijgen die passen bij hun persoonlijkheidstype. Dit zou de mensen gelukkiger maken waardoor de wereld een creatievere, productievere en vredevollere plaats zou worden om in te leven.

Volgens Jung zijn sommigen van ons extravert (McGuire en Hull 1997: 213). Ze worden “meer beïnvloed door hun omgeving dan door hun eigen intenties” (302). Een extravert persoon is de persoon “die leeft onder invloed van de externe wereld--d.w.z. de maatschappij of zintuiglijke waarnemingen” (303). Jung beweert ook dat “de wereld in het algemeen en de Verenigde Staten in het bijzonder duivels extravert is waar het introverte geen plaats heeft, omdat hij niet weet dat hij de wereld aanschouwt van binnenuit” (303). De introverte “volgt een subjectieve factor....hij baseert zichzelf op de wereld van binnenuit... en... is altijd bang van de externe wereld... Hij zit altijd met wrevel” (303). Jung kent deze zaken omdat hij de mensen zorgvuldig waarneemt. Hij verrichtte slechts één statistisch onderzoek in zijn leven en dat ging over astrologie (315). In feite verachtte Jung statistieken. “Je kan alles bewijzen met statistieken”, zei hij (306). Hij verkoos het interpreteren van anekdotes.1

Jung beweerde ook dat “er niet zoiets is als een zuiver extravert of zuiver introvert persoon. Een dergelijk mens zou in het gekkenhuis zitten. Het zijn enkel termen om een bepaalde voorliefde te beschrijven, een bepaalde neiging... de neiging om meer door omgevingsfactoren te worden beïnvloed, of meer door de subjectieve factor, dat is alles. Er zijn mensen die redelijk goed in evenwicht zijn, die evenveel of even weinig door het innerlijke worden beïnvloed als door het externe” (304). Jungs intuïtie bleek juist te zijn en zou een rode vlag moeten zijn voor wie een typologie heeft gemaakt aan de hand van zijn voorkeurcategorieën. Een typologie zou een bi-modale verdeling moeten hebben, maar het bewijs toont dat de meeste mensen tussen de twee extreme vormen van introversie en extraversie vallen. Dus, “hoewel iemand resultaat E kan halen, kunnen zijn of haar resultaten heel erg lijken op die van iemand anders die resultaat I heeft gehaald” (Pittenger 1993).

Jung beweerde dat denken/voelen een andere tweedeling is die bij het psychologisch typeren moet worden gebruikt. “Denken, min of meer zeggen, vertelt je wat [iets] is. Voelen vertelt je of het aangenaam is of niet, of het moet worden aanvaard of verworpen” (306). De uiteindelijke tweedeling volgens Jung, is de tweedeling gevoel/intuïtie. “Gevoel vertelt je dat er iets is...  en intuïtie--dat is een moeilijkheid... Er is iets vreemds met intuïtie” (306). Maar toch definieert hij intuïtie als “een waarneming via het onbewuste” (307).

Jung beweert dat het hem veel tijd kostte om te ontdekken dat niet iedereen een denkend (of intellectueel) type was als hijzelf. Hij beweert dat hij ontdekte dat er “vier aspecten van bewuste gerichtheid waren” (341). Hij beweert dat hij aan zijn typologie kwam “dankzij onderzoek naar alle soorten menselijke types” (342). Deze vier gerichtheden dekken alles, zegt hij.

Ik besloot dat er zoveel mogelijke manieren moesten zijn om de wereld te zien [als er psychologische types zijn]. Er is niet één aspect van de wereld, er zijn er vele--tenminste 16, en je kan evengoed zeggen dat er 360 zijn. Je kan het aantal beginselen verhogen, maar ik vond dat de eenvoudigste weg die is die ik jou vertelde, delen door vier, de eenvoudige en natuurlijke splitsing van een cirkel. Ik kende toen de symboliek niet van deze specifieke classificatie. Pas toen ik de archetypes bestudeerde, besefte ik dat dit een bijzonder belangrijk archetypisch patroon was dat een hele grote rol speelde. (342)

Jung haalde zijn bewijs uit klinische waarnemingen, maar die zijn louter anekdotisch. Hij spreekt over de extraverten en de introverten als types. Hij heeft het ook over het denkende type, het voelende type, het gevoelstype en het intuïtieve type. Zijn bewijs hiervoor is op geen enkel onderzoek met controlegroep gebaseerd. Hij zei “dat hij zo'n onderzoek waarschijnlijk wel zou gedaan hebben” mocht hij de middelen daartoe hebben gehad (315). Maar zoals de zaken er voorstonden, vertelt hij, “moest ik mezelf tevreden stellen met het waarnemen van feiten” (315).

Jung leek de beperkingen van zijn werk te beseffen en zou de MBTI mogelijk niet hebben goedgekeurd indien hij lang genoeg had geleefd om het in zijn naam te zien ontwikkelen. “Mijn typologie-overzicht”, merkte hij op, “is niet meer dan een gerichtheidsoverzicht. De factor introversie bestaat, de factor extraversie bestaat. De classificatie van individuen betekent niets, helemaal niets. Het is slechts een instrument voor de ervaren psycholoog om bijvoorbeeld de echtgenoot aan een vrouw uit te leggen of omgekeerd” (305).

Maar deze typologie lijkt erop te wijzen dat wetenschap slechts een zienswijze is en dat het gebruik van intuïtie een even goede manier is om de wereld en onszelf te zien en te begrijpen als een zorgvuldige waarneming in gecontroleerde omstandigheden. Het speelt duidelijk geen rol dat dit de enige manier is om systematisch zelfbedrog te minimaliseren of ervoor te zorgen dat er geen oorzaken worden gezocht die er niet zijn.

Isabel Briggs Myers maakt gelijkaardige fouten:

Bij het beschrijven van het schrijven van de Handleiding, meldt ze dat ze eraan dacht welke kritiek een geleerde zou uiten, en vervolgens probeerde ze daarop een antwoord te vinden. Een extravert person tegen wie ze sprak zei dat als hij wou weten welke kritiek geleerden zouden uiten, hij het antwoord niet bij zichzelf zocht. Hij zou enkele geleerden opzoeken en het hen vragen. Isabel leek eerst verrast, en dan geamuseerd.*

Deze anekdote is een schoolvoorbeeld van de gevaren van zelfbevestiging. Wie denkt dat hij/zij kritiek op jouw meningen eerlijk en juist kan voorzien en kenschetsen, is arrogant en niet intelligent, zelfs als het typisch is voor jouw persoonlijkheidstype. Anderen zullen dingen zien die jij niet ziet. Het is te makkelijk om stromannen te creëren in plaats van de grootste uitdagingen tegenover jouw positie onder ogen te zien. Het is niet omwille van een type dat iemand zijn meningen moet verkondigen om door anderen kritisch te worden beoordeeld. Het is de enige manier om een open geest te hebben en z'n eigen denken te vervolledigen. Wie suggereert dat enkel mensen van een bepaald type open van geest of bezorgd om volledigheid kunnen zijn, moedigt enkel slordig en onnauwkeurig denken aan.

Het Myers-Briggs Instrument

Isabel Briggs Myers leerde het opzetten van tests door de personeelstesten van een lokale bank te bestuderen. Ze bouwde haar overzichten uit met behulp van familie en vrienden, en ze probeerde haar eerste testen uit op tienduizenden schoolkinderen in Pennsylvania. Haar eerste longitudinaal onderzoek verrichte ze op studenten geneeskunde, die ze na twaalf jaar nogmaals bezocht en vond dat hun beroep overeenkwam met het type waartoe ze behoorden. Ze was er uiteindelijk van overtuigd dat ze wist welke kenmerken mensen in de ziektezorg moesten bezitten (“nauwkeurige waarneming en intelligent oordeel”). Ze dacht niet alleen dat ze met haar tests kon bepalen wie een goede verpleger of arts zou zijn, maar “ze hoopte dat het gebruik van de MBTI® bij de opleiding van artsen en verplegers zou leiden tot programma's tijdens de medische opleiding waarbij voor alle types studenten het waarnemings- en oordeelvermogen zou worden verbeterd, en de studenten zou helpen om die specialisaties te kiezen die het best beantwoorden aan hun talenten.”

Anderen hielpen haar uiteindelijk om haar test te wijzigen en verder te ontwikkelen. De test werd in 1975 overgenomen door CPP, een Amerikaans bedrijf gespecialiseerd in carrièreplanning. CPP heeft de test omgevormd tot het instrument dat het vandaag is.  “Ik weet dat intuïtieve types de MBTI zullen moeten wijzigen”, zei ze. “Dat ligt in hun aard. Maar ik hoop wel dat vooraleer hem te wijzigen, ze zullen proberen te begrijpen wat ik deed. Ik had wel degelijk mijn redenen.”*

Zoals u hierboven kan lezen, genereert het Myers-BriggsTM-instrument zestien verschillende persoonlijkheidsprofielen waarop men zicht baseert om te bepalen naar welke van de vier schalen men neigt. Technisch gesproken wordt het instrument niet verondersteld om persoonlijkheidsprofielen te geven en mensen in hokjes op te delen, maar de verleiding om dat te doen lijkt onweerstaanbaar. Persoonlijkheidstesten en -profielen zijn een vorm van vermaak op het internet. Er is ook een schadelijke kant aan deze profielen: ze kunnen leiden tot discriminatie en slecht carrière-advies. Werkgevers kunnen personeel aanwerven, ontslaan of benoemen volgens persoonlijkheidstype, ondanks het feit dat de MBTI® niet eens betrouwbaar is om het type van iemand te bepalen. Diverse studies hebben aangetoond dat bij een herhaling van de test, zelfs na een interval van slechts vijf weken, zeker 50% van de mensen een ander type zal worden toegeschreven. Er bestaat nauwelijks bewijs dat de MBTI® een dergelijke arbeidsdiscriminatie zou verrechtvaardigen of een betrouwbare hulp zou zijn bij het vragen naar carrière-advies (Pittenger 1993).

Hier volgen enkele uittreksels uit profielen van Myers-BriggsTM. Merk op hoe delen van elk profiel op zowat iedereen kunnen slaan.

1. Ernstig, stil, verkrijgt succes door concentratie en grondigheid. Praktisch, ordentelijk, zakelijk, logisch, realistisch en betrouwbaar. Zorgt ervoor dat alles goed georganiseerd is. Is verantwoordelijk. Beslist zelf wat bereikt moet worden en werkt er kalm naartoe, ongeacht kritiek of afleiding.

2. Heeft doorgaans originele ideeën en wil de eigen ideeën en bedoelingen doordrijven. In functies die hen aanstaan, slagen ze er makkelijk in om hun taken te organiseren en te volbrengen met of zonder hulp. Skeptisch, kritisch, onafhankelijk, vastberaden, soms koppig. Moet leren om minder belangrijk zaken op te geven om belangrijke zaken te kunnen winnen.

Het eerste profiel is van een ISTJ (introvert, gevoelig (sensation), denkend (thinking), oordelend (judgment)), ook gekend als “De Beheerder”. Het tweede is van een INTJ (introvert, intuïtie, denkend (thinking), oordelend (judgment)), ook gekend als “De Wetenschapper”. De profielen lijken op wat je leest op de astrologiepagina van de krant en lijkt een mooi voorbeeld van het Forer effect.

(Noot: Een lezer kloeg en zei dat mijn "bewering dat elke type tot op zekere hoogte op de meeste mensen van toepassing kan zijn absolute nonsens is". Misschien zijn er nog mensen die mijn besluit in dit artikel foutief hebben geïnterpreteerd. Wat ik beweer is dat sommige stukken van de profielen op de meeste mensen van toepassing kunnen zijn, wat een kenmerk is van vele andere lezingen zoals een astrologische of paranormale lezing. Ik beweer niet dat elk profiel, in z'n geheel genomen, op de meeste mensen toepassing heeft. Ik beweer niet dat één type op iedereen van toepassing is. Aangezien de diverse profielen gebaseerd zijn op de informatie van de klant, horen ze de klant niets te vertellen dat hij nog niet weet. Dus net zoals paranormaal begaafden vele tevreden klanten hebben omdat ze hen precies vertellen wat ze van hen hebben gehoord, en ze beweringen uiten die op de meeste mensen van toepassing zouden kunnen zijn of waarvan de meeste mensen zouden willen dat het waar is, zo hebben ook de mensen van Myers-Briggs heel wat tevreden klanten. In ieder geval, wie het artikel hierboven grondig leest, erkent dat het grootste probleem niet de juistheid van de profielen is, maar de manier waarop ze door werkgevers en anderen worden misbruikt.)

______________

1. Om bijvoorbeeld zijn theorie te ondersteunen dat "intuïtieve types vaak niet met hun ogen of oren waarnemen, maar via intuïtie" (308), vertelt Jung een verhaal over een patiënt. Ze had een afspraak om negen uur 's ochtends en vertelde Jung: "je moet iemand om acht uur hebben gezien". Ze vertelt hem dat ze dit weet omdat "ik louter een vermoeden had dat er een heer bij u was deze ochtend". Ze wist dat het om een heer ging, zegt ze, omdat "ik gewoon die indruk had, de sfeer was alsof hier een heer aanwezig was". Jung leek niet geïnteresseerd om haar beweringen aan een kritische blik te onderwerpen. De anekdote leek zijn beeld van het intuïtieve type te bevestigen.Hij dacht er niet aan dat ze mogelijk de heer had zien weggaan maar vergat dit aan Jung te melden, misschien om een indruk op hem te maken met haar intuïtief vermogen. Jung meldt dat de kamer naar tabak rook en dat er een half opgerookte sigaar lag in een asbak "onder haar neus". Jung beweert dat ze die niet had gezien. Het komt zelfs niet in hem op dat ze die wel gezien kan hebben en de stank van de sigaar had geroken maar zonder er een opmerking over te maken.

De reden waarom wetenschappers studies met controlegroepen uitvoeren in plaats van zich louter op hun klinische waarnemingen en herinneringen te verlaten zoals Jung is omdat het zo makkelijk is om onszelf te bedriegen en onze gegevens aan te passen aan onze hypotheses en theorieën. Een andere anekdote van Jung toont dit duidelijk aan. Een mannelijk "voelend type" en een vrouwelijk "intuïtief type" zaten in een boot op een meer. Ze keken hoe vogels naar vis doken. Volgens Jung "begonnen ze te wedden wie als eerste de vogel zou zien [wanneer die opnieuw uit het water kwam]. Nu zou je verwachten dat diegene die de werkelijkheid heel grondig waarneemt - het voelende type- natuurlijk zou winnen. Helemaal niet. De vrouw won de weddenschap probleemloos. Ze versloeg hem op alle vlakken, omdat ze het dankzij haar intuïtie op voorhand wist" (306-307, nadruk toegevoegd). Eén koppel, één poging. Dat is alles. Meer bewijs is niet nodig. De waarheid is dat Jung niet beter dan ik weet waarom de vrouw in het spel beter was dan de man. Misschien verloor de man met opzet om zo de vrouw te kunnen verleiden. Wie weet? Maar Jung doet hier en bij zijn andere "waarnemingen van feiten", zoals hij deze verhalen noemt, liever aan petitio principii.

Sommige van zijn anekdoten kunnen zelfs volledig fictief zijn geweest. Bijvoorbeeld, om zijn ideeën over intuïtie en synchroniciteit te staven, zegt hij:

Bijvoorbeeld, ik spreek over een rode auto en net op dat moment passeert een rode auto. Ik had hem niet gezien, dat was onmogelijk omdat de auto zich achter het gebouw bevond tot dit moment waarop hij verscheen. Nu lijkt dit op puur toeval. Nochtans bewijzen de Rhine-experimenten [op ESP] dat deze gevallen niet louter op toeval berusten. Natuurlijk kunnen we een dergelijk argument niet toepassen op vele van deze voorvallen, anders zouden we bijgelovig zijn. We kunnen niet zeggen "Deze auto is verschenen omdat enkele opmerkingen over een rode auto zijn gemaakt. Het is een mirakel dat de rode auto verschijnt". Dat is het niet, het is toeval. Maar deze "toevalligheden" gebeuren vaker dan de kansberekening het toelaat, en dat toont dat ze iets achter zit. (315)

Opnieuw moeten we zeggen dat mocht Jung verstand hebben van statistiek, hij zou weten dat wat hij denkt dat vaker voorkomt dan de kansberekening toelaat, in feite voorvalt met wat de kansberekening niet alleen toelaat maar ook voorspelt.