De lijnen in Nazca zijn geogliefen en geometrische lijnen in de woestijn van Peru. Ze werden gemaakt door de Nazca, die tussen 200 v.Chr. en 600 n.Chr. langs de rivieren en stromen vanuit de Andes leefden. De woestijn zelf is 2250 kilometer lang en loopt langs de Stille Zuidzee. Het gebied waarin de kunst van de Nazca voorkomt, heet de Pampa Colorada (Rode vlakte). Het is 24 kilometer breed en loopt over ongeveer zestig kilometer parallel aan de Andes en de zee. Donkerrode oppervlaktestenen en grond werd weggehaald waardoor de lichter gekleurde ondergrond tevoorschijn kwam, wat "de lijnen" creëerde. Dit is een woestijn zonder zand. Vanuit de lucht vormen de "lijnen" niet alleen lijnen en geometrische vormen, maar ook afbeeldingen van dieren en planten in gestileerde vormen. Sommige van de vormen, waaronder afbeeldingen van mensen, sieren de steile hellingen aan de rand van de woestijn.

De Nazca-lijnen zijn gemeenschappelijk. Het maken ervan nam honderden jaren in beslag en vereiste het werk van een groot aantal mensen. Hun grootte en doel bracht er sommigen toe te speculeren dat bezoekers van een andere planeet de lijnen ofwel maakten ofwel dirigeerden. Erich von Däniken is van mening dat de Nazca-lijnen een landingsbaan vormden voor buitenaardse ruimtetuigen*, een idee dat voor het eerst werd geopperd door James W. Moseley in de oktober 1955  editie van Fate en gepopulariseerd in het begin van de jaren zestig door Louis Pauwels en Jacques Bergier in The Morning of the Magicians (De ochtend van de tovenaars). Mocht Nazca een buitenaardse landingsbaan zijn geweest, dan was die bijzonder verwarrend aangezien die bestaat uit hele grote hagedissen, spinnen, apen, lama's, honden, kolibries, enz. om nog te zwijgen van de zigzaggende en doorkruisende lijnen en geometrische ontwerpen. Het was bijzonder hoffelijk van de buitenaardse wezens om planten en dieren af te beelden die de lokale bevolking interesseerden, hoewel het moet hebben betekend dat de navigatie een pak moeilijker was dan bij een rechte landingsbaan of een grote open plek. Ook moet het in de luchthaven bijzonder druk zijn geweest, aangezien er zestig kilometer nodig was om alle verkeer aan te kunnen. Het is onwaarschijnlijk dat een ruimtetuig in dit gebied kon landen zonder een deel van het kunstwerk of de grond te beschadigen. Maar een dergelijke beschadiging is nergens te vinden.

De theorie van buitenaardse wezens wordt voorgesteld omdat sommige mensen het moeilijk kunnen geloven dat 'primitieve indianen' de intelligentie hadden om een dergelijk project te bedenken, laat staan de technologie om het tot een goed einde te brengen. Het bewijs wijst nochtans in een andere richting. De Azteken, de Tolteken, de Inca's, de Maya's, enz. hebben voldoende bewezen dat de Nazca gaan buitenaardse hulp nodig hadden om hun kunstgalerij in de woestijn te maken.

In ieder geval is er geen bijzonder ingewikkelde technologie nodig om grote figuren, geometrische vormen en rechte lijnen te maken, zoals aangetoond werd door de makers van zogenaamde graancircels. De Nazca gebruikten mogelijk een rooster voor hun gigantische geogliefen, zoals hun wevers voor hun uitgebreide ontwerpen en patronen. Het moeilijkste onderdeel van het project moet het verplaatsen zijn geweest van alle stenen en aarde om de lichtere ondergrond tevoorschijn te halen. Er is echt niets mysterieus aan de manier waarop de Nazca hun lijnen en figuren maakten.

Sommigen vinden het mysterieus dat de afbeeldingen na zovele honderden jaren nog steeds intact zijn. Maar dat mysterie wordt opgelost door de geologie van het gebied.

Het woestijnoppervlak bestaat uit stenen (en niet zand). Verroest door vochtigheid neemt hun verdonkerde kleur meer warmte op. Dit leidt tot een deken van warme oppervlaktelucht dat een buffer vormt tegen de wind, terwijl mineralen in de grond ervoor zorgen dat de stenen harder worden. Op deze "woestijnweg" die in deze droge, regenloze omgeving is gevormd, komt zo goed als geen erosie voor - daardoor blijven de tekeningen opmerkelijk goed bewaard
(http://www.travelvantage.com/per_nazc.html; deze webstek 
is verdwenen).

De grote vraag is waarom. Waarom lieten de Nazca zich in met een project dat zovele mensen zovele jaren bezig hield?

G. von Breunig denkt dat de lijnen werden gebruikt voor wedlopen. Hij onderzocht de gebogen paden en stelde vast dat ze deels werden gemaakt door er voortdurend op te lopen. Antropoloog Paul Kosok hield kort vol dat de lijnen een onderdeel waren van een irrigatiesysteem, maar verwierp dat idee al gauw daarna. Hij speculeerde toen dat de lijnen een gigantische kalender vormden. Maria Reiche, een Duitse immigrante en leerling-archeoloog van Julio Tello van de Universiteit van San Marcos, ontwikkelde de theorie van Kosok en besteedde het grootste deel van haar leven aan het verzamelen van gegevens om aan te tonen dat de lijnen de astronomische kennis van de Nazca weergeven. Reiche identificeerde vele interessante astronomische lijnen, die -mochten de Nazca ze hebben gekend- nuttig hadden kunnen zijn bij het plannen van het planten en oogsten. Maar er zijn zovele lijnen die in zovele richtingen gaan dat het een mirakel zou zijn geweest mocht men geen interessante astronomische lijnen hebben gevonden.

moderne antropologie en de lijnen

Antropologen kregen interesse voor de Nazca-lijnen toen ze in de jaren 1930 vanuit de lucht werden gezien. Het lijkt onwaarschijnlijk dat een project van deze omvang geen godsdienstige bedoeling had. Dat de hele gemeenschap er vele eeuwen bij betrokken werd, duidt op het uitzonderlijke belang van de plaats. Net zoals piramiden, reuzebeelden en andere monumentale kunst, schreeuwt de kunst van de Nazca bestendigheid uit. Het zegt: we zijn hier en we gaan niet weg. Dit zijn geen nomaden, noch jagers of verzamelaars. Dit is een landbouwgemeenschap. Het is uiteraard een voorwetenschappelijke landbouwgemeenschap, die haar toevlucht zocht tot magie en bijgeloof (bv. godsdienst) om hen bij de oogst bij te staan. De Nazca wisten hoe ze moesten irrigeren, planten, oogsten, opslaan, verdelen, enz. Maar het weer is grillig. De zaken kunnen jaren of zelfs eeuwen aan een stuk vlot verlopen en dan, in één enkele generatie, zijn hele gemeenschappen plots verplicht om de streek te verlaten wegens langdurige droogte, overstromingen of vloedgolven, vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, brand, of wat ook Moeder Natuur hen ook in de weg legt.

Was dit een plaats voor aanbidding? Was dit het Mekka van de Nazca? Een pelgrimsoord? Vormden de afbeeldingen een deel van de rituelen om de goden te sussen of hen te vragen om hulp bij de vruchtbaarheid van de Nazca-pottenbakkers en hun gewassen, of voor het weer of voor een goede voorraad water? Dat de afbeeldingen niet konden worden gezien zoals die vanuit de hemelen werden gezien, zou niet zo belangrijk zijn voor godsdienstige of magische doeleinden. In ieder geval, afbeeldingen die lijken op de reuzen van Nazca zijn te vinden op het aardewerk dat in de buurt in begraafplaatsen werd gevonden en we kunnen uit hun kerkhoven afleiden dat ze een sterke fascinatie hadden voor de dood. De woestijn ligt bezaaid met gemummificeerde overblijfselen die door grafrovers zijn achtergelaten. Was dit een plaats voor rituelen die de doden naar de onsterfelijkheid moesten leiden? We weten het niet, maar als dit mysterie ooit zal worden opgeklaard, zal dat gebeuren door ernstige wetenschappers en niet door verstandsverbijsterde pseudowetenschappelijke speculanten die de gegevens doen passen in hun buitenaardse overpeinzingen.

Waren de goden kosmonouten? (1968), Arrival of the Gods: Revealing the Alien Landing Sites at Nazca (1998).