Een nocebo (Latijn voor "ik zal schaden") is iets dat geen effect zou mogen hebben, maar toch ziektesymptomen veroorzaakt. Een nocebo-effect is een negatief effect dat wordt veroorzaakt door de suggestie of het geloof dat iets schadelijk is. De term 'nocebo' werd populair in de jaren 90 van vorige eeuw. Voor die tijd werd zowel naar weldoende als naar schadelijke effecten die werden toegewezen aan de kracht van suggestie verwezen met de term het placebo-effect.

Uit ethische overwegingen worden nocebo’s doorgaans niet gebruikt in de medische praktijk of het medisch onderzoek. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het nocebo-effect niet echt een gevestigde waarde is in de wetenschappelijke literatuur. Toch zijn er een aantal anekdotes en enkele studies waarnaar frequent wordt verwezen om de echtheid van het fenomeen aan te tonen.

* Meer dan twee derden van een groep van 34 universiteitsstudenten kregen hoofdpijn nadat ze te horen hadden gekregen dat een niet-bestaande elektrische stroom die door hun hoofd ging hoofdpijn kon veroorzaken.

* "Japanse onderzoekers testten 57 jongens uit het middelbaar onderwijs op hun gevoeligheid aan allergenen. De jongens vulden vragenlijsten in over vroegere ervaringen met planten, waaronder lakbomen, die een jeukende uitslag kunnen veroorzaken, op dezelfde manier als de gifsumak (poison ivy). De jongens die aangaven hevige reacties te vertonen op de giftige bomen werd geblinddoekt. De onderzoekers wreven over één arm met bladeren van een lakboom, maar vertelden aan de jongens dat het kastanjebladeren waren. De wetenschappers wreven dan over de andere arm met kastanjebladeren, maar zeiden erbij dat het ging om bladeren van een lakboom. Al na een paar minuten begon de arm waarvan de jongens geloofden dat die was blootgesteld aan de giftige boom te reageren: hij werd rood en er verscheen een hobbelige, jeukende uitslag. In de meeste gevallen vertoonde de arm die in contact was gekomen met het echte gif geen reactie." (Gardiner Morse, "The nocebo effect," Hippocrates, november 1999, Hippocrates.com)

* In de Framingham Heart Study hadden vrouwen die geloofden dat ze vatbaar zijn voor hartkwalen een vier maal hoger risico om te sterven dan vrouwen met gelijkaardige risicofactoren die dat niet geloofden.* (Voelker, Rebecca. "Nocebos Contribute to a Host of Ills." Journal of the American Medical Association 275 nr. 5 (1996): 345-47. ) [Uiteraard kan men ook argumenteren dat de vrouwen in beide groepen een goede intuïtie hadden. De objectieve risicofactoren mogen dan wel dezelfde zijn geweest, maar subjectief kenden de vrouwen hun lichaam beter dan wat met objectieve tests konden worden onthuld.]

* C. K. Meador beweerde dat mensen die in voodoo geloven echt ziek kunnen worden en zelfs kunnen sterven door die overtuiging ("Hex Death: Voodoo Magic or Persuasion?" Southern Medical Journal 85, nr. 3 (1992): 244-47).

* "In een experiment ademden astmapatiënten een damp in waarvan de onderzoekers hen vertelden dat het een irriterende chemische stof was of een allergeen. Bijna de helft van de patiënten kregen ademhalingsproblemen, in een tiental gevallen ging het zelfs om een volwaardige aanval. Ze werden “behandeld” met een stof waarvan ze geloofden dat die een verwijdend effect had op de luchtwegen en herstelden meteen. In werkelijkheid waren zowel de “irriterende stof” als het “geneesmiddel” een vernevelde zoutoplossing in water."

Arthur Barsky, een psychiater uit Boston, kwam in een recent onderzoek van de literatuur over nocebo tot de conclusie dat de verwachting van de patiënt van omgekeerde effecten van een behandeling of van mogelijk schadelijke neveneffecten van een geneesmiddel een significante rol speelden in het resultaat van de behandeling (Barsky et al. 2002).

Omdat de overtuigingen en angsten van patiënten kunnen ontstaan door zowat alles waarmee ze in contact komen, is het goed mogelijk dat een heleboel zaken waar vele (indien niet de meeste) artsen geen rekening mee houden (zoals de kleur van de pillen die ze geven, het soort uniform dat ze dragen, de woorden die ze gebruiken om de patiënt informatie te geven, het soort kamer waarin ze een patiënt onderbrengen om te herstellen, enz.), de patiënt tot allerlei conclusies kunnen leiden en verregaande effecten, in goede of in slechte zin, kunnen hebben op hun reactie op de behandeling.


Met dank aan Jan Van Haver voor de vertaling van dit artikel.