"Pluralitas non est ponenda sine neccesitate" of "pluraliteit moet niet worden aangenomen zonder noodzaak". Dit zijn de woorden van de middeleeuwse Engelse filosoof en Franciscaan William of Ockham (ca. 1285-1349).
(noot van de vertaler: "Pluralitas non est ponenda sine neccesitate" is wat William of Ockham zelf heeft geschreven, maar meestal wordt er naar gerefereerd met de zin "Entia non sunt multiplicanda praeter necessitatem", maar daarvan is bij wijlen William weliswaar niets terug te vinden. Latere schrijvers hebben dat zo opgeschreven.)
Zoals vele Franciscanen leefde William minimalistisch met een leven in armoede als ideaal. Net als Sint-Franciscus zelf discussieerde hij hierover hevig met de paus. William werd door paus Johannus XXII geëxcommunieerd. Hij antwoordde met het schrijven van een verhandeling waarmee hij aantoonde dat paus Johannus een ketter was.

Wat nu als het scheermes van Occam bekend staat, was een algemeen beginsel in de middeleeuwse filosofie en werd niet door William bedacht. Maar omdat hij het beginsel heel vaak gebruikte, werd zijn naam ermee verbonden. Het is weinig waarschijnlijk dat William zich zou kunnen vinden in wat sommigen onder ons in zijn naam hebben gedaan. Zo halen atheïsten het scheermes van Occam vaak aan als argument tegen het bestaan van God, op grond van het feit dat God een onnodige hypothese is. We kunnen alles verklaren zonder de extra metafysische bagage van een Goddelijk Wezen.

Het gebruik door William van het beginsel van onnodige pluraliteit komt voor in debatten over het middeleeuws equivalent van psi. In bv. Boek II van zijn Commentaar op de Vonnissen van Peter Abelard denkt hij diep na over de vraag "Of een hogere engel gevormd wordt door minder (of meer universele) soorten dan een lagere engel." Door gebruik te maken van het eerder genoemde beginsel, komt William tot het eenvoudige antwoord: ja. Hij haalt ook de theorie aan van Aristoteles die zegt dat "hoe perfecter een natuur is, hoe minder middelen het nodig heeft voor de werking ervan". Dit beginsel werd al gebruikt door atheïsten om de hypothese over God de Schepper te verwerpen ten gunste van de natuurlijke evolutie: indien een perfecte God het universum had geschapen, dan zouden zowel het universum als de onderdelen ervan veel eenvoudiger zijn. William zou hier niet akkoord mee zijn geweest.

William vond wel dat natuurlijke theologie onmogelijk was. Natuurlijke theologie gebruikt enkel rede om God te begrijpen, in tegenstelling tot geopenbaarde theologie die gebaseerd is op bijbelse openbaringen. Volgens Occam is het begrip God niet tot stand gekomen via een duidelijke ervaring of redenering. Alles dat we over God weten komt van openbaringen. Daarom is het geloof de grondslag van de hele theologie. Hierbij moet worden opgemerkt dat terwijl anderen het scheermes toepassen om de hele spirituele wereld te elimineren, Ockham het principe van spaarzaamheid niet toepaste op de geloofsartikelen. Had hij dat wel gedaan, dan was hij mogelijk een sociniaan geworden zoals John Toland (Christianity not Mysterious, 1696) en had hij de Drie-eenheid tot een Eenheid en de tweevoudige aard van Christus tot een enkelvoudige aard herleid.

William was een soort minimalist in de filosofie en verkoos nominalisme boven het meer populaire realisme. Hij stelde dat de universalia niet bestaan buiten de geest; universalia zijn louter namen die we gebruiken om te verwijzen naar groepen individuen en de eigenschappen van individuen. Realisten menen dat er niet alleen individuele objecten en onze denkbeelden over die objecten zijn, maar ook universalia. Ockham vond dat dit een pluraliteit te ver was. We hebben geen universalia nodig om om het even wat te verklaren. Voor nominalisten en realisten bestaat er Socrates het individu en ons denkbeeld van Socrates. Voor de realist bestaan er ook werkelijkheden zoals de menselijkheid van Socrates, de levenskracht van Socrates, enz. Elke eigenschap die aan Socrates kan worden toegewezen heeft een overeenstemmende "realiteit", een "universale" of eidos, zoals Plato ze noemde. William was dus sceptisch over dit pluraliteitsgebied dat het rijk der universalia werd genoemd. Het is onnodig voor de logica, epistemologie of metafysica, dus waarom deze onnodige pluraliteit aannemen? Plato en de realisten kunnen het bij het recht einde hebben. Misschien is er een rijk van eidos, van universele werkelijkheden die eeuwige, onveranderlijke modellen zijn voor individuele objecten. Maar we moeten een dergelijk rijk niet voor waar aannemen om individuen, onze denkbeelden of onze kennis te verklaren. Het Eidos van Plato is overbodige metafysische en epistemologische bagage.

Er kan worden aangevoerd dat bisschop George Berkeley het scheermes van Occam toepaste om materiële sustantie te elimineren als een onnodige pluraliteit. Volgens Berkeley volstaat de geest en haar ideeën om alles te verklaren. Berkeley was wel wat selectief in het gebruik van het scheermes. Hij moest God aannemen als de Geest die de boom in het bos kon horen vallen wanneer niemand aanwezig is. Subjectieve Idealisten kunnen het scheermes gebruiken om van God af te raken. Alles kan verklaard worden door enkel geesten en hun ideeën. Dit leidt uiteraard tot solipsisme, de opvatting dat ik en mijn ideeën het enige is dat bestaat, of tenminste dat dat het enige is waarvan ik weet dat het bestaat. Materialisten kunnen dan weer het scheermes gebruiken om de geest helemaal te elimineren. Het is niet nodig om een pluraliteit aan geesten aan te nemen evenals een pluraliteit van hersenen.

Het scheermes van Occam wordt ook wel het spaarzaamheidsbeginsel genoemd. Tegenwoordig wordt het als volgt geïnterpreteerd: "hoe eenvoudiger de verklaring, hoe beter" of "vermenigvuldig hypotheses niet onnodig." In elk geval, het scheermes van Occam is een beginsel dat vaak buiten de ontologie (zijnsleer) wordt gebruikt, bv. door wetenschapsfilosofen die criteria proberen vast te leggen door te kiezen uit theorieën met een gelijkwaardige verklaringskracht. Wanneer je verklaringen geeft voor iets, neem dan niet meer aan dan nodig. Von Däniken had heel misschien gelijk toen hij zei dat buitenaardse wezens onze voorouders kunst en techniek bijbrachten, maar we moeten die buitenaardse wezens niet voor waar aannemen om de prestaties van onze voorouders te verklaren. Waarom pluraliteiten onnodig aannemen? Of, zoals de meesten het nu zouden zeggen, veronderstel niet meer dan nodig.

Arts en schrijver Oliver W. Holmes en rechtsfilosoof Jerome Frank zouden wel eens het scheermes van Occam hebben gebruikt in hun argument dat er niet zoiets is als "de Wet." Er zijn enkel onpartijdige besluiten en individuele uitspraken, en de som daarvan vormt de wet. Om de zaken nog verwarrender te maken, noemen deze eminente juristen hun zienswzijze wettelijk realisme, in plaats van wettelijk nominalisme. Het maakt de zaak er niet eenvoudiger op.

Omdat het scheermes van Occam soms het beginsel van eenvoud wordt genoemd, menen sommige creationisten dat het scheermes van Occam gebruikt kan worden om creationisme te verdedigen tegen de evolutieleer. Immers, God alles laten creëren is veel eenvoudiger dan het complexe mechanisme dat de evolutieleer is. Maar het scheermes van Occam zegt niet dat een eenvoudiger hypothese beter is dan een ingewikkelde. Anders zou het maar een bijzonder saai scheermes szijn voor een stompzinnig gepeupel.

Sommigen hebben het scheermes van Occam zelfs gebruikt om besparingen te verrechtvaardigen: "wat met minder kan gedaan worden, wordt onnodig gedaan met meer." Deze aanpak past het scheermes van Occam toe maar vergeet daarbij wel het woord "veronderstellingen." Het verwart ook de woorden "minder (geld)" en "minder (zaken)." Occam gaat over minder veronderstellingen, niet minder geld.

Het oorspronkelijke beginsel lijkt te worden ingeroepen binnen een context van een geloof in het feit dat perfectie de eenvoud zelf is. Dit is een metafysische vooroordeel dat we delen met de middeleeuwers en de oude Grieken. Net als bij hen gaan de meeste van onze geschillen niet over het beginsel maar wel wat als noodzakelijk geldt. Voor de materialist vermenigvuldigen dualisten pluraliteiten onnodig. Voor de dualist is het nodig zowel een geest als een lichaam aan te nemen. Voor atheïsten staat het aannemen van God en een bovennatuurlijk rijk gelijk aan het onnodig aannemen van pluraliteiten. Voor de theïst is het noodzakelijk God voor waar aan te nemen. Enzovoort. Voor Von Däniken maken de feiten het misschien nodig om het bestaan van buitenaardse wezens aan te nemen. Voor anderen zijn deze buitenaardse wezens onnodige pluraliteiten. Uiteindelijk zegt het scheermes van Occam weinig meer dan dat voor atheïsten God onnodig is maar dat dat niet waar is voor theïsten. Als dat zo is, dan is het beginsel niet echt nuttig. Mocht anderzijds het scheermes van Occam betekenen dat bij twee verschillende verklaringen, een ongeloofwaardige en een mogelijke, een rationeel persoon de mogelijke verklaring moet kiezen, dan lijkt het beginsel zelf onnodig omdat het zo voor de hand liggend is. Maar als het beginsel werkelijk een minimalistisch beginsel is, dan lijkt het te betekenen "hoe meer reducering, hoe beter". In dat geval had men het spaarzaamheidsbeginsel beter de kettingzaag van Occam genoemd, aangezien het dan voornamelijk nuttig is voor uitgesproken ontologie.