Een onvergankelijk lichaam is een volledig menselijk lichaam of een deel van een menselijk lichaam, dat naar verluidt niet ontbindt na de dood omdat een bovennatuurlijke macht er het vermogen aan geeft om onveranderd te blijven.

teresaDe katholieke kerk beweert dat er veel onvergankelijke lichamen zijn en dat ze goddelijke tekenen zijn van de heiligheid van de personen aan wie die lichamen toebehoorden. Dat is mogelijk, maar er zijn nog waarschijnlijker tekenen dat zorgvuldigheid of geluk bij de begraving een rol speelde, in combinatie met onwetendheid over de factoren die de mate van verval bepalen. Sommige vermeende gevallen van onvergankelijkheid grenzen aan vroom bedrog. Een televisieprogramma, bijvoorbeeld, toonde een kist met daarin het lijk van een vrouw die er zeer levendig uitzag, waarbij werd beweerd dat het ging om het bewaarde lichaam van de heilige Theresia van Avila, die stierf in 1582. Het lichaam was in werkelijkheid dat van de heilige Bernadette Soubirous, die stierf in 1879. Een foto van haar lijk is te zien op de cover van een boek getiteld The Incorruptibles, waarin wordt beweerd dat het lichaam "intact bewaard is gebleven sinds 1879 zonder balseming of andere kunstmatige middelen." In werkelijkheid zijn de handen en het gelaat, die er zo echt uitzien op de foto, gemaakt van was. Die was werd er aan toegevoegd omdat het gezicht "uitgemergeld" was toen het lichaam voor het eerst werd opgegraven (Nickell 1993: 92). Misschien zou het lijk van de heilige Bernadette eerder moeten worden overgebracht naar Madame Tussauds.

Sommige van deze vermeende heilige onvergankelijken gaven een aangename geur af wanneer ze werden opgegraven. De gelovigen interpreteren dit als een teken van goddelijke interventie; de kenners zien dit als een teken van balseming en zalven.

Naast een heleboel heiligen waarvan verschillende lichaamsdelen worden bewaard in reliekschrijnen en vereerd door de gelovigen als bewijs van leven na de dood of het bestaan van God of iets dergelijks, zijn er ook seculiere voorbeelden die even dramatisch zijn. Het afgehakte hoofd van koning Karel I van Engeland, bijvoorbeeld, werd opgegraven na 165 jaar en volgens de koninklijke chirurg Sir Henry Halford

was de huid donker en verkleurd. Het voorhoofd en de slapen hadden nauwelijks spiermassa verloren; het kraakbeen van de neus was weg; maar het linkeroog was -op het eerste moment van blootstelling - open en vol, maar het verdween bijna ogenblikkelijk; en de puntige baard, die zo kenmerkend was voor deze periode van de heerschappij van koning Karel, was perfect. [Het hoofd] was behoorlijk nat, en gaf een groen-rode schijn aan papier en stof dat ermee in aanraking kwam. Het achterste deel van de hoofdhuid... zag er merkwaardig ongeschonden uit. Het haar was dik... en bijna helemaal zwart...

Dat het hoofd bewaard is gebleven, was het gevolg van toevallige omstandigheden en had meer te maken met de manier waarop het was begraven in St. George's Chapel in Windsor dan met een speciale heiligheid van Karel I.

In 1952 was er een goed gedocumenteerd geval van een Indische Hindoe in Californië die mahasamadhi bereikte en wiens lichaam, zo werd beweerd, onvergankelijk leek. Paramahansa Yogananda was de stichter van de Self-Realization Fellowship (SRF), die beweert dat:

Op 7 maart 1952 bereikte Paramahansa Yogananda mahasamadhi... Zijn heengaan werd gemarkeerd door een buitengewoon fenomeen. Een notariële verklaring ondertekend door de directeur van het Forest Lawn Memorial-Park getuigde: ‘Er was geen lichamelijke disintegratie zichtbaar aan zijn lichaam, zelfs twintig dagen na zijn dood... Deze staat van perfecte bewaring van een lichaam is, voor zover we weten uit de annalen van het mortuarium, ongeëvenaard... Yoganandas lichaam was blijkbaar in een fenomenale toestand van onveranderlijkheid.’*

De verklaring van de directeur van Forest Lawn, Harry T. Rowe, is correct weergegeven, maar onvolledig. Mr. Rowe vermeldde ook dat hij een bruine vlek opmerkte op Yoganandas neus na 20 dagen, een teken dat het lichaam niet "perfect" bewaard was gebleven. In elk geval is SRF’s omschrijving van een gebrek aan lichamelijke disintegratie als “een buitengewoon fenomeen” misleidend. (Men kan zich daarbij afvragen hoe diep ze precies in de annalen van het mortuarium zijn gaan graven. Niet zo heel diep, wellicht.) De staat van het lichaam van de yogi is niet ongeëvenaard, maar heel gewoon. Een gebalsemd lichaam vertoont doorgaans geen merkbare verdroging gedurende een tot vijf maanden na de begraving, zonder gebruik te maken van koeling of crèmes om geuren te verdoezelen. Jesus Preciado, die beroepshalve al dertig jaar met lijken werkt, zegt daarover: "in het algemeen: hoe minder uitgesproken de pathologie [op het tijdstip van overlijden], hoe minder de symptomen van necrose merkbaar zijn." Sommige lichamen blijven jaren na de begraving goed bewaard (persoonlijke correspondentie, Mike Drake). Enkele, onder uitzonderlijke omstandigheden, blijven goed bewaard gedurende honderden, of zelfs duizenden jaren.

Onveranderlijke menselijke lichamen zijn uiteindelijk gevallen van schijnbare onvergankelijkheid. Alle menselijke lichamen en lichaamsdelen desintegreren na verloop van tijd, tenzij ze worden bewaard met behulp van balsem of was, of door speciale omstandigheden zoals alkalische grond, het ontbreken van zuurstof, bacteriën, wormen, warmte, licht, en dergelijke. Er zijn veel gevallen van zulke begravingen en lichamen, en daarbij wordt adipocire (lijkenwas) gevormd. Sommige lijken "verzepen (waarbij begraving in kalk-geïmpregneerde grond het lichaamsvet omzet in harde zeep die de verrotting tegenhoudt)" (Nickell 1996).


Met dank aan Jan Van Haver voor de vertaling van dit artikel.