Parapsychologie is de zoektocht naar een bewijs voor paranormale fenomenen zoals ESP en psychokinese. De meeste wetenschappers proberen waargenomen en waarneembare fenomenen te verklaren. Parapsychologen daarentegen proberen onverklaarbare fenomenen waar te nemen. Alle andere wetenschappen hebben ons van dat bijgeloof en magisch denken bespaard, terwijl de parapsychologie een wetenschappelijke basis heeft proberen te vinden voor zaken als waarzeggerij en mediums.

De parapsychologie probeert tegenwoordig vooral statistische eigenaardigheden te vinden die niet kunnen worden verklaard door kansberekening of door andere natuurlijke oorzaken. Parapsychologen nemen in die gevallen aan dat ze een bewijs gevonden hebben voor psi.

De wetenschappelijke methodologie in dit domein dateert uit ten laatste 1882 bij de oprichting van de Society for Psychical Research in Londen, die nog steeds veel succes kent. De oprichters zochten een manier om paranormale fenomenen los te koppelen van spiritisme en om mediums en hun activiteiten te onderzoeken. Ze onderzochten automatisch schrijven, levitatie en verslagen over teleplasma en spoken. In de Verenigde Staten voerde Joseph Banks Rhine (1895-1980) psi-experimenten aan de Duke University in de jaren 1930. Zijn werk wordt voortgezet aan het Rhine Onderzoekcentrum en in diverse laboratoria in het land waar de experimenten vooral gericht zijn op buitenzintuiglijke waarneming (ESP), psychokinesezien op afstand en astrale projectie. Er bestaan minstens een vijftal door vakgenoten beoordeelde parapsychologie-tijdschriften. Maar het onderzoek in dit domein wordt gekenmerkt door bedrog en incompetentie bij het opzetten van goed gecontroleerde experimenten en bij het evalueren van de statistische gegevens (Alcock 1990; Gardner 1981; Gordon 1987; Hansel 1989; Hines 1990; Hyman 1989; Park 2000; Randi 1982). Een kort (Engelstalig) overzicht van de geschiedenis van psi-onderzoek kan u in deze verhandeling lezen (PDF).

De Amerikanen Charles Tart en Raymond Moody, en vele anderen, hebben het werk van Rhine voortgezet en uitgebreid. De inlichtingendienst CIA en het Amerikaanse leger hebben parapsychologen ingehuurd en onderzochten vermeend paranormaal begaafden zoals Ingo Swann en Joe McMoneagle.  Parapsychologisch onderzoek werd op diverse plaatsen in de Verenigde Staten verricht, waaronder het Maimonides Hospital Dream Laboratory in Brooklyn, New York, de Universiteit van Nevada in Las Vegas, het Princeton Engineering Anomalies Research lab en de afdeling Perceptual Studies van de universiteit van Virginia. In Europa is de Schotse universiteit van Edinburgh het centrum van parapsychologie. Haar afdeling psychologie heeft de Koestler Leerstoel van Parapsychologie en publiceert het European Journal of Parapsychology. De universiteit Hope in Liverpool beschikt over een onderzoeksgroep voor parapsychologie en de Goldsmith Universiteit in Londen heeft een Onderzoeksgroep voor Anomalistische Psychologie. (Een lijst van onderzoekscentra wordt verstrekt door de Parapsychological Association.) Parapsychologen publiceren diverse bladen.

Psi-onderzoekers vinden vaak een bewijs voor psi, maar een jarenlange studie door de United States Air Force Research Laboratories (het VERITAC-onderzoek, genoemd naar de computer die werd gebruikt) was niet in staat om het bestaan van ESP te bewijzen. Een zorgvuldig uitgevoerd onderzoek door Richard C. Sprinthall en Barry S. Lubetkin, dat in het Journal of Psychology (vol. 60, pp. 313-18) werd gepubliceerd, vond geen enkel bewijs voor ESP. Sommige parapsychologen, zoals Louie Savva en Susan Blackmore, hebben hun zoektocht naar psi opgegeven nadat ze gedurende jaren vergeefs hadden gepoogd bewijzen te vinden voor paranormale fenomenen (Blackmore 1987, 2000).

Hoewel het steeds psychologen zijn die zich met paranormaal onderzoek bezighouden, bleek uit een Amerikaanse studie dat slechts een derde van hen gelooft dat ESP bestaat of hoogstwaarschijnlijk bestaat. Vergelijkbare cijfers voor andere vakgebieden vallen hoger uit: natuurlijke wetenschappers (55%), sociale wetenschappers [m.u.v. psychologen] (66%) en academici in de kunsten, menswetenschappen en opvoeding (77%). Van alle ondervraagde psychologen geloofde een derde dat psi onmogelijk was, terwijl dit cijfer bij de anderen slechts 2% bedroeg (Wagner en Monnet 1979).

Parapsychologen die beweren positieve resultaten te hebben gevonden, negeren of beredeneren hun onderzoek systematisch terwijl ze eigenlijk geen bewijs voor psi hebben gevonden. Rhine negeerde gegevens die niet in overeenstemming waren met zijn overtuiging; hij beweerde dat de proefpersonen met opzet foutief antwoordden (psi-missing). Heel wat psi-onderzoekers lieten optioneel starten en stoppen toe. Heel wat onder hen beperkten hun onderzoek tot het bestuderen van truukjes (het raden van een nummer of van een speelkaart, of "raad welke Zener-kaart ik nu bekijk" of "probeer dit willekeurig getal of het resultaat van een dobbelsteenworp te beïnvloeden met jouw gedachten"). Elk statistisch vreemd resultaat wordt meteen toegewezen aan paranormale oorzaken. Sommige onderzoekers zoals Dean Radin, schrijven geschiedenisstukjes over het paranormale zonder fraude (Soal) of bedrog (Project Alpha) te vermelden, evenmin als gênante zaken zoals de bewering van Rhine dat het paard Lady Wonder paranormaal begaafd was. Radin is ook een liefhebber van meta-analyses, die hem toestaan een hoop onderzoeken van twijfelachtige waarde bijeen te smijten, een statistische analyse te maken en de gegevens vervolgens als een gouden vondst voor te stellen. In zijn recentste boek, Entangled Minds: Extrasensory Experiences in a Quantum Reality, levert Radin een mega-meta-analyse van meer dan duizend onderzoeken over dromen, psi, ganzfeld psi, staren, distant intention, dice PK en RNG PK. Hij besluit dat de kans om een van deze resultaten te verkrijgen één op 10104 is  (p. 276). Hij bemerkt dat "het weinig twijfel lijdt dat er iets interessants aan de hand is" (p. 275). Misschien, maar wat heeft dat met het paranormale te maken?

In zijn boek The Conscious Universe (1997), maakt Radin gebruikt van statistieken en meta-analyses om te bewijzen dat paranormale gebeurtenissen wel degelijk bestaan, zelfs als de onderzochte mensen er zich niet van bewust zijn. Volgens de statistische gegevens van de jongste generatie parapsychologen is de hele wereld nu paranormaal begaafd. Je beseft het misschien niet, maar op dit moment is jouw geest bezig met het beïnvloeden van alle mogelijke machines die willekeurige getallen genereren. Het oude paranormale gedoe - denken aan tante Hilde net voor ze jou belt - wordt nu als waar bewezen door statistische methodes die in 1937 door Burton Camp werden bevestigd en die door Radin 60 jaar later werden meta-bevestigd toen hij beweerde dat een meta-analyse hét antwoord was dat parapsychologen zochten. Het enige verschil is dat je nu aan tante Hilde denkt net voor ze haar garagehouder belt en dat dat ook te maken heeft met activiteit in jouw hersenen waar je je niet eens bewust van bent.

In zijn recentste boek, meent Radin dat verstrengeling de sleutel is tot het begrijpen van buitenzintuiglijke fenomenen. Verstrengeling is een begrip uit de kwantumfysica dat verwijst naar verbindingen tussen subatomische partikels die blijven bestaan ook al worden de partikels ver van elkaar gescheiden. Hij merkt op dat sommige natuurkundigen menen dat het hele heelal verstrengeld zou kunnen zijn en dat de Oosterse mystici op het spoor waren van iets kosmisch. Ondanks de wilde speculaties zijn z'n beweringen aan de bescheiden kant, bv. "Ik geloof dat verstrengeling een scenario voorlegt dat uiteindelijk kan leiden tot een grondig verbeterd inzicht in psi" (p. 14) en "Ik stel voor dat de structuur van de werkelijkheid bestaat uit [sic] 'verstrengelde draden' die overeenkomen met de kern van psi-ervaring" (p. 19). Skeptici menen dat het bestuderen van zelfbedrog en wishful thinking tot een verbeterd inzicht in psi-onderzoek leiden en dat consistentie met een model een minimale en noodzakelijke voorwaarden is om welk model ook ernstig te nemen, maar nauwelijks voldoende is om er veel geloof aan te hechten.

Natuurkundigen hebben het vanuit hun standpunt bijzonder moeilijk met de bewering en vermeende ontdekking door enkele parapsychologen dat de ruimtelijke afstand geen belang heeft voor psi. Drie van de vier bekende krachten in de natuur verzwakken naarmate de afstand groter wordt.* Dus, zoals Einstein schreef in een brief aan Dr. Jan Ehrenwald, "Dit veronderstelt... een hele sterke aanwijzing dat een niet-herkende bron van systematische fouten betrokken was [bij ESP-experimenten]" (Garder 1981, 153). De skepticus gelooft eerder dat ESP niet bestaat dan dat er een hele sterke kracht is die onwaarneembaar is hoewel we een veel zwakkere kracht, de zwaartekracht, wél zonder enig probleem kunnen detecteren.

Recent werd het werk van Charles Honorton en zijn ganzfeld-experimenten genoemd als voorbeeld van correct wetenschappelijk onderzoek waarvan de integriteit niet in twijfel kan worden gesteld. Misschien. Maar de gegevens van deze experimenten wijzen op een ander probleem dat in heel wat parapsychologisch onderzoek voorkomt: samenhang betekent geen oorzakelijk verband. Het vinden van een samenhang die niet aan het toeval kan worden toegewezen betekent niet dat er een oorzakelijk verband is. En als er een oorzakelijk verband is, dan is dat daarom nog niet paranormaal van aard. Bovendien, zelfs als het om een oorzakelijke gebeurtenis gaat, dan is de samenhang zelf niet meteen nuttig om te bepalen om welke gebeurtenis het gaat. Wat je als oorzaak ziet zou het resultaat kunnen zijn. Of er kan een derde, onbekende factor zijn die het waargenomen effect veroorzaakt. Of het verband kan aan toeval te wijten zijn, zelfs als dat statistisch onwaarschijnlijk lijkt. Of het verband kan een illusie zijn en te wijten zijn aan een verwachtingspatroon van de onderzoeker in plaats van aan een echte oorzaak. Op lange termijn kan een schijnbaar verband door toeval statistisch waarschijnlijk zijn. Dus het feit dat een aantal proefpersonen een score halen van 36 op honderd bij het voorspellen welke van vier afbeeldingen een andere persoon heeft gezien, terwijl dat volgens de kansberekening maar 25 op honderd zou zijn, betekent niet dat er een oorzakelijk verband is. Het betekent uiteraard evenmin dat ESP de oorzaak zou zijn, als er al een oorzaak is. Die gebeurtenis kan wel oorzakelijk zijn, maar dan is de oorzaak is heel gewoons, zoals bedrog, onbedoelde tips, of enige voorkeur in de door het toeval geselecteerde onderwerpen. Als andere onderzoekers de resultaten kunnen herhalen met meer en grondiger tests, dan wordt het heel waarschijnlijk dat er een bepaalde oorzaak is. Maar dan is het een kwestie van het vinden van de oorzaak. Misschien zal het een paranormale kracht blijken te zijn die dusver nog niet was waargenomen door natuurkundigen, maar dat lijkt onwaarschijnlijk.

Parapsychologen zoals Dean Radin verwijzen ook naar het werk van Robert Jahn aan de Universiteit van Princeton als een voorbeeld van een sterk bewijs van psychokinese. Skeptici zijn het daar niet mee eens. Natuurkundige Robert Park, bijvoorbeeld, noemde het lab van Jahn "een verlegenheid voor de wetenschap".* Het werk van Jahn lijkt inderdaad een klassiek voorbeeld van pathologische wetenschap, behalve dan dat ze geen waarnemingen deden op de drempel van het waarneembare, maar zich richtten op de statistische analyse op de drempel van significantie.