"Pathologische wetenschap" is een term bedacht door Nobelprijswinnaar in scheikunde Irving Langmuir in een presentatie die hij enkele jaren voor zijn dood in 1957 maakte bij een laboratorium voor atoomkracht van General Electric. Langmuir beschreef typische gevallen zoals nauwelijks waarneembare oorzaken die vlakbij de drempel van de gewaarwording liggen maar niettemin met grote nauwkeurigheid zouden zijn waargenomen. De voorstanders bieden buitengewone theorieën die de ervaring tegenspreken en beantwoorden kritiek met ad hoc-excuses. En, nog het meest tekenend, enkel die voorstanders slagen erin de resultaten te herhalen. Critici zijn niet in staat de experimenten te herhalen.

Hij gaf diverse voorbeelden, inclusief ESP-experimenten N-stralen van Blondlot, en beweerde

Er zijn gevallen waar geen oneerlijkheid aan te pas komt maar waarbij mensen tot foute resultaten komen omdat ze niet voldoende begrijpen wat mensen zichzelf kunnen aandoen als het gaat om subjectieve effecten, wishful thinking of drempelinteracties die hen op een dwaalspoor brengen. Dit zijn voorbeelden van pathologische wetenschap die heel veel aandacht krijgen. Gewoonlijk zijn er al honderden artikels over gepubliceerd. Soms blijven ze zo'n 15 of 20 jaar en verdwijnen dan langzaam.

Langmuir bezocht het laboratorium van J.B. Rhine aan de universiteit van Duke waar Rhine beweerde resultaten met ESP-experimenten te hebben behaald die niet aan het toeval konden worden toegeschreven en waarschijnlijk veroorzaakt werden door een of andere paranormale kracht. Langmuir vond echter dat Rhine niet al zijn gegevens in rekening nam. Hij liet de resultaten weg van die mensen waarvan hij dacht dat ze met opzet hun Zener-kaarten fout gokten. "Rhine geloofde dat mensen die hem niet graag hadden fout gokten om hem te pesten. Daarom vond hij dat het misleidend zou zijn om hun resultaten mee te nemen" (Park 2000, 42). Rhine besloot dat enkele van zijn proefpersonen met opzet fout gokten omdat hun scores te laag waren om door toeval te zijn verkregen. "Inderdaad, hij was ervan overtuigd dat abnormaal lage scores even relevant waren als abnormaal hoge scores voor het bewijs van het bestaan van ESP" (ibid.).

A. Cromer gaf commentaar op de kenmerken die Langmuir toeschreef aan pathologische wetenschap, en merkte op dat wetenschappers zelf vaak geen goede beoordelaars waren van het wetenschappelijke proces. Zelfs de beste bedoelingen kunnen ontwricht worden door zelfbedrog. Goede wetenschap is niet louter een kwestie van eerlijkheid of wijsheid. Bovendien,

Echte ontdekkingen van fenomenen die alle eerder wetenschappelijke ervaringen tegenspreken zijn ontzettend zeldzaam, terwijl bedrog, zwendelarij, dwaasheid en fouten door een teveel aan enthousiasme en waanideeën maar al te vaak voorkomen (Cromer 1993).

Betekenen de bevindingen van Langmuir dat wetenschappers controversiële onderwerpen zoals prionen, ondersteunde communicatie, koude fusie, orgone-energie, ESP en nulpuntenergie uit de weg zouden moeten gaan? Neen. Wat het wél betekent is dat elke wetenschapper die onderzoek verricht voorzichtig tewerk moet gaan, met hypotheses moet werken, op de hoogte moet zijn van de geschiedenis van de wetenschap, en de neigingen van de mens moet kennen die de slimste mannen of vrouwen op een dwaalspoor kunnen brengen. Wat het ook betekent is dat het tonen van weinig of geen interesse in het zichzelf en andere toestaan te proberen om buitengewone theorieën als fout te bewijzen, maar onmiddellijk elk bezwaar tegenspreken met ad hoc-hypotheses, een teken is van pathologische wetenschap, of zelfs pseudowetenschap.