Pseudogeschiedenis
is ogenschijnlijke geschiedenis die
  • mythes, legendes, saga's en dergelijke als letterlijke waarheden beschouwt
  • geen enkele kritische of skeptische noot laat horen bij het lezen van teksten van de oude geschiedsschrijvers, en die hun beweringen kritiekloos accepteert waarbij empirische of logische bewijzen tegen die oude beweringen gewoon worden genegeerd.
  • op een missie is, geen zoektocht, eerder om een of andere hedendaagse politieke of religieuze agenda te steunen dan om de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid over het verleden uit te zoeken.
  • vaak ontkent dat er zoiets is als historische waarheid, en zich vastklampt aan het extreem skeptische idee dat enkel wat absoluut zeker is 'waar' kan worden genoemd en niets absoluut zeker is, dus niets waar is.
  • vaak volhoudt dat geschiedenis niets anders is dan het maken van mythes, en dat verschillende geschiedenissen niet moeten worden vergeleken volgens traditionele normen zoals juistheid, empirische waarschijnlijkheid, logische samenhang, relevantie, volledigheid, billijkheid, eerlijkheid, enz., maar wel op morele en politieke gebied.
  • selectief is in het gebruik van oude documenten, waarbij de documenten die in de eigen agenda passen wel worden vermeld, maar de niet-passende documenten negeert of wegredeneert.
  • de mogelijkheid dat iets waar is voldoende vindt om te geloven dat het waar is indien het in de eigen agenda past.
  • vaak volhoudt dat er een samenzwering is om haar beweringen verbieden, omwille van racisme, atheïsme or etnocentrisme, of omwille van weerstand tegen de eigen politieke of godsdienstige agenda.

Voorbeelden van pseudogeschiedenis zijn Afrocentrisme, creationisme, holocaust revisionisme en de catastrofenleer van Immanuel Velikovsky.

Pseudogeschiedenis mag niet verward worden met de oude teksten waarop zij is gebaseerd. De saga's, legendes, mythes en historsche verhalen die mondeling of in geschreven documenten zijn doorverteld door de oude volkeren worden soms pseudogeschiedenis genoemd. Een deel ervan is ook pseudogeschiedenis, een deel is foute geschiedenis en een deel ervan is helemaal geen geschiedenis.

Pseudogeschiedenis mag evenmin worden verward met historische fictie en fantasy. Boeken zoals The Year of the French, The Tenants of Time en The End of the Hunt van Terence Flanagan zijn geen pseudo- geschiedenissen maar fictieve werken in een historisch kader. Hoewel historische fictie vaak historisch juist is, is het geen geschiedenis. Iedereen die een historisch fictiewerk citeert alsof het een historische tekst is, is een praktiserend pseudohistoricus. Ik neem aan dat we ook naar schrijvers als de eerwaarde Jean Terrasson (1670-175?) moeten verwijzen als pseudohistorici. Dit zijn schrijvers van historische fictie die met opzet oude geschiedenis vervalsen en uitvinden, zoals Terrasson deed in zijn Sethos, a History or Biography, based on Unpublished Memoirs of Ancient Egypt (Sethos, een geschiedenis of biografie, gebaseerd op niet-gepubliceerde verhandelingen over het oude Egypte). Deze techniek, waarbij men beweert een oud document te hebben gevonden en het dan publiceren om de eigen ideeën te verkondigen, wordt nog steeds gebruikt, vb. The Celestine Prophecy (De Celestijnse Belofte). Een variatie hierop is beweren dat men een boek van een oud wezen via channeling heeft verkregen, zoals The Urantia Book (Het Urantia Boek) en Bringers of the Dawn (De Brenger van de Dageraad).

pseudogeschiedenis in films

Films lijken voor sommige mensen een speciale uitdaging te zijn; ze discussiëren eindeloos over de plicht van filmmakers om historisch juist te zijn. Is JFK van Oliver Stone fictie, fantasy, mythe, pseudogeschiedenis of iets anders? De film maakt gebruik van fictieve rollen en gebeurtenissen om het verhaal en de persoonlijke standpunten van Stone, waarvan sommige onwaarschijnlijk zijn of waarvan men weet dat ze foutief zijn, te versterken. Tenzij een film beweert een documentaire te zijn, is het fictie of fantasie, hoe juist of realistisch ze ook is. Filmmakers hebben terzake geen grotere historische plicht dan romanschrijvers. Iedereen die naar films als JFK of Michael Collins verwijst alsof het om historische documenten gaat, is een pseudohistoricus. In plaats van filmmakers te vragen om verantwoordelijke historici of burgers te zijn, zouden we de filmkijkers moeten vragen om meer kritisch na te denken. "Gebaseerd zijn op een waar verhaal" is niet voldoende om non-fictie te zijn. Op dezelfde manier zijn X-Files en gelijkaardige televisieprogramma's geen fictie, ook al zijn ze realistisch en/of beweren ze op een waar verhaal te zijn gebaseerd. Wie dergelijke programma's als bewijs aanhaalt voor beweringen over bovennatuurlijke of paranormale gebeurtenissen, laat zich in met het soort pseudo-onderzoek dat pseudohistorici verrichten.