Zecharia Sitchin vormt samen met Erich von Däniken en Immanuel Velikovsky de heilige drievuldigheid van pseudo-geschiedkundigen. Elks van hen stelt dat de oude mythes geen mythes zijn maar historische en wetenschappelijke teksten. Sitchin werd bekend met de bewering dat hij alleen in staat is Sumerische kleitabletten correct te lezen. [Hij kondigde dit uiteraard niet aan via een advertentie in de New York Times maar suggereerde dit met zijn "vertalingen" die niet overeenstemmen met het werk van erkende wetenschappers.] Als Sitchin het bij het rechte eind heeft, dan hebben alle andere wetenschappers de tabletten fout gelezen. Volgens Sitchin onthullen de tabletten dat goden van een andere planeet (Nibiru of Niburu, die elke 3600 jaar rond onze zon draait) zo'n 450.000 jaar geleden op aarde kwamen en mensen creëerden door vrouwelijke apen genetisch te wijzigen. Nog volgens Sitchin ligt Niburu voorbij Pluto en wordt de planeet van binnenuit opgewarmd door radioactieve desintegratie. Geen enkele andere wetenschapper heeft ontdekt dat deze afstammelingen van goden zichzelf zo'n 4000 jaar geleden opbliezen met nucleaire wapens (The War of Gods and Men, p. 310).* Sitchin alleen kan naar een Sumerisch tablet kijken en zien dat het een man afbeeldt die aan straling lijdt. Hij alleen weet hoe de oude termen juist moeten worden vertaald waardoor hij zaken ontdekt zoals het feit dat de Ouden raketten maakten (ibid., p. 46).* En toch lijkt hij dan weer niet te weten dat de seizoenen worden veroorzaakt door de as van de aarde, en niet door de afstand tot de zon.

Sitchin werd geboren in Rusland, groeide op in Palestina, en studeerde af aan de Universiteit van Londen met een diploma economische geschiedenis. Hij werkte jaren als journalist en redacteur in Israel vooraleer zich in New York te vestigen.

Net als Velikovskt stelt Sitchin zichzelf in een aantal boeken, waaronder The Twelfth Planet (1976) en The Cosmic Code (1998), voor als erudiet en wetenschappelijk. Zowel Sitchin als Velikovsky schrijven als kenners over oude mythes maar beiden zijn bijna wetenschappelijke analfabeten. Net als Von Däniken en Velikovsky, maakt Sitchin een fascinerend en onderhoudend verhaal van feiten, onjuiste voorstellingen, fictie, speculaties, onjuiste citaten en foutieve vertalingen. Elk van hen begint met hun overtuigingen over oude bezoekers uit andere werelden en vervolgt dan met het inpassen van feiten en fictie in hun basishypotheses. Elk van hen is een meester in het negeren van niet van pas komende feiten, in het vinden van mysteries waar er voorheen geen waren, en in het oplossen van die mysteries door hypotheses over buitenaardse wezens. Hun werk is heel aantrekkelijk voor wie van een goed mysterie houdt en niets af weet van de natuur en de grenzen van wetenschappelijke kennis. Het is vooral aantrekkelijk voor zij die niets afweten van Bijbels en historisch wetenschappelijk onderzoek.

Sitchin noemt zichzelf een Bijbelse wetenschapper en een meester van antieke talen, maar zijn echt talent bestond uit het verzinnen van zijn eigen vertalingen van Bijbelse teksten om zijn interpretatie van Sumerische en Akkadische geschriften te ondersteunen.

Hij heeft ons laten weten dat hij de vertalingen zal verdraaien om in zijn theorie te passen. Een lezer van het boek van Sitchin doet er inderdaad goed aan enkele Bijbels bijdehand te hebben om de verzen te controleren die Sitchin citeert. Vele van die verzen zullen vreemd of onherkenbaar lijken omdat ze anders werden vertaald dan hun gekende versie (dit wordt nog bemoeilijkt door het feit dat Sitchin zelden vertelt welk vers hij precies citeert). Dit zou makkelijker kunnen worden aanvaard indien hij geen verdraaide vertalingen zou gebruiken om de theorie te ondersteunen die tot die verdraaide vertalingen leidt (Hafernik).

De meeste bronnen die Sitchin gebruikt, zijn achterhaald. Wetenschappelijke archeologen en studenten van antieke talen bespotten hem voortdurend. Zijn enig goede talent lijkt zijn levendige verbeelding en zijn volledige veronachtzaming voor bewezen feiten en onderzoeksmethodes te zijn, kenmerken die voor sommige mensen heel aantrekkelijk zijn.

De ideeën van Sitchin werden overgenomen door Raël, nog een verstandige man, die zijn eigen godsdienst heeft opgericht (Raëlliaanse Godsdienst) rond het idee dat mensen het resultaat zijn van een DNA-experiment door oude bezoekers uit de ruimte. Raël heeft zelfs een channeled boek geschreven, hem gedicteerd door buitenaardse wezens. Het heet The Final Message (Het Laatste Bericht). We kunnen alleen maar hopen dat dat ook zo is.