Een vorm van onvrijwillig en onbewust hints geven. De term verwijst naar een paard (dat bekend staat onder de Duitstalige naam Kluge Hans of "Slimme Hans") dat met tikken van de hoef antwoord gaf op vragen waarbij wiskundige bewerkingen nodig zijn om ze op te lossen. Wanneer de eigenaar, William Von Osten, vroeg wat de som was van 3 plus 2, dan tikte het paard vijf keer met de hoef. Het had er alle schijn van dat het dier reageerde op mensentaal en in staat was om wiskundige concepten te bevatten. In 1891 begon Von Osten zijn paard Hans aan het publiek te tonen. (Hans kon ook kloklezen en mensen benoemen, maar we zullen onze bespreking van zijn wonderbaarlijke gaven hier beperken tot zijn wiskundige vaardigheden.) Het was uiteindelijk Oskar Pfungst die in 1904 ontdekte dat het paard reageerde op subtiele fysieke aanwijzingen (ideomotorische reactie) of, zoals Ray Hyman het stelt: "Hans reageerde op een kleine, onopzettelijke verandering in de houding van de vraagsteller, die het signaal vormde om het tikken te beginnen, en daarna op een onbewuste, bijna onwaarneembare beweging van het hoofd, die het teken vormde om te stoppen" (Hyman 1989: 425). Toch waren meer dan een tiental wetenschappers, die de proeven met Hans observeerden, ervan overtuigd dat er geen tekens of trucs werden gebruikt (Randi 1995: 49). Ze waren onder de indruk van het feit dat Hans bijna even goed presteerde met en zonder de aanwezigheid van Von Osten (Schick and Vaughn 1988: 116). Maar de wetenschappers hadden het bij het verkeerde eind.

Het paard was eenvoudigweg een kanaal waarlangs de informatie die de vraagsteller onbewust introduceerde opnieuw naar hem werd overgebracht. De denkfout was het paard te beschouwen als de bron van de boodschap en niet als een kanaal dat gebruikt wordt om de boodschap van de vraagsteller zelf te weerspiegelen. (Hyman 1989: 425)

Pfungst stelde vast dat in situaties waarin geen van de aanwezigen het correcte antwoord kende, Slimme Hans het ook niet wist. En ook wanneer het paard de persoon die het antwoord kende niet kon zien, dan gaf het geen correcte antwoorden (Schick en Vaughn, loc. cit.). Dit leidde Pfungst tot de conclusie dat het paard visuele hints kreeg, maar dan wel subtiele. Het bleek uiteindelijk dat Von Osten en de anderen Hans onbewust hints gaven door "hun spieren op te spannen tot Hans het juiste antwoord gaf" (ibid.). Het paard was dus inderdaad slim, niet omdat het mensentaal begreep, maar omdat hij heel subtiele spierbewegingen kon waarnemen. Belangrijk daarbij is dat Pfungst ontdekte dat mensen onbewust informatie kunnen overbrengen naar anderen via subtiele bewegingen en dat sommige dieren deze onbewuste bewegingen kunnen waarnemen. Het was dan nog maar een kwestie van tijd voor psychologen onderzoek begonnen te doen naar non-verbale communicatie tussen mensen. (Zie Robert Rosenthal 1998.)

Het komt wel vaker voor dat men bij dieren bewijs meent te vinden van taalkundige vaardigheden die ze in werkelijkheid niet bezitten. En van mensen wordt soms gedacht dat ze in staat zijn om paranormale boodschappen op te pikken, terwijl ze gewoon gevoelig zijn voor onbewuste signalen van anderen.

Onbewuste signalen hebben zelfs al geleid tot geloof in bovennatuurlijke gaven bij dieren. James Randi vertelt het verhaal van J. B. Rhine die verklaarde dat het paard Lady Wonder paranormaal begaafd was omdat ze vragen kon beantwoorden door blokken met letters erop om te stoten (Randi 1995: 143). Volgens Rhine was er geen trucage in het spel. Zijn conclusie was dat de enig houdbare verklaring voor de gave van het paard lag in het feit dat het paard telepathisch was. Rhines eerste test van Lady Wonder vond plaats in 1927. Wanneer hij twee jaar later terugkeerde, stelde Rhine vast dat het paard in de tussentijd die telepathische vermogens kwijt was geraakt (Christopher 1970: 21). Rhines redenering is een voorbeeld van denkfout die we kennen als het vals dilemma.


Met dank aan Jan Van Haver voor de vertaling van dit artikel.