Als demonen of geesten ergens hun intrek nemen, dan spreken we van een “bezeten” huis of een spookhuis. Het is niet duidelijk waarom demonen of geesten zichzelf de beperking opleggen om in gebouwen te verblijven, omdat ze - met de huisje tijdens de hongersnoodkrachten die doorgaans aan hen worden toegeschreven - wellicht op elk moment op elke gewenste plaats zouden kunnen vertoeven. Als het echt hun bedoeling zou zijn om de buurt te terroriseren, dan kunnen ze net zo goed verschillende huizen om de beurt inpalmen.

Voorstellingen van spookhuizen vinden vaak hun oorsprong in films zoals The Amityville Horror, een speelfilm gebaseerd op een echt gebeurde fraudezaak. Het komt wel vaker voor dat een katholieke priester een huis zegent of een "standaard uitdrijving" uitvoert, maar het is wel hoogst ongewoon om een "echt exorcisme" uit te voeren, in tegenstelling tot wat getoond werd in de film. In het geval van Amityville, waren de echte duivels George en Kathy Lutz, die met een absurd verhaal op de proppen kwamen om af te geraken van een lening en een huwelijk dat op de klippen was gelopen (Schick & Vaughn 1998: 269-270). Hun verhaal kreeg extra aandacht door toedoen van de media (de New Yorkse televisiezender Channel 5), de zelf-verklaarde demonologen Ed en Lorraine Warren, en Gene Campbell, die kwam aanzetten met een infrarode foto van een jongen (?) zonder ogen aan de voet van een trap. Deze foto werd voor het eerst getoond in het tv-programma van Merv Griffin, enkele jaren nadat hij zogezegd was genomen in het huis in Amityville, als promotie van de eerste film over het vermeende spookhuis.

Niet bij alle “spookhuizen” gaat het om duidelijk bedrog. In sommige gevallen gaat het om gestoorde tieners die aandacht proberen te krijgen door hun ouders en verwanten duivelse schrik aan te jagen (Radin 1997: 280; Randi 1986, 1995).

In een aantal gevallen horen mensen, die voor het overige normaal zijn, vreemde geluiden. Of ze hebben visioenen van gestorvenen of van voorwerpen die bewegen zonder dat daar een zichtbare oorzaak voor is. Je fantasie op hol laten slaan als je ’s nachts vreemde geluiden hoort is een typisch menselijke trek die helemaal niet wijst op duivelse of paranormale activiteit. Ook visioenen en hallucinaties zijn heel normaal, ook al zijn ze ongewoon en komen ze niet vaak voor, zowel bij mensen met een normale als met een heel actieve verbeelding (Sagan 1995).

Niettemin floreert de markt voor spookjagers. Ze gaan naar zogenaamde spookhuizen voor tv-programma’s. Ze lopen rond met een elektronisch toestel dat elektromagnetische velden detecteert. Als de naald beweegt, beweren ze bewijs te hebben van de aanwezigheid van klopgeesten, hoewel ongeveer alles een meetbare hoeveelheid elektromagnetische straling afgeeft.

Veel mensen hebben het over fysieke veranderingen in huizen waar het spookt, meestal het gevoel dat er een aanwezigheid is, samen met een daling van de temperatuur en onverklaarbare geluiden. Zij beelden zich dat niet in. De meeste spoken bevinden zich in oude gebouwen die vaak tochtig zijn. Wetenschappers die dergelijke plaatsen hebben onderzocht, hebben de temperatuurswijzigingen en geluiden verklaard door de bronnen van tocht te vinden. Dat waren bijvoorbeeld leegtes achter muren of luchtstromen die in gang werden gezet door laagfrequente geluidsgolven die werden geproduceerd door alledaagse voorwerpen als ventilatoren. Sommigen geloven dat de elektromagnetische velden de spookervaring uitlokken.

Bovendien geldt voor spoken en klopgeesten dat, zelfs wanneer je een plausibele fysieke verklaring vindt voor een miljoen verschillende gevallen, er altijd de mogelijkheid blijft bestaan dat het volgende geval dat opduikt wel “the real thing” is. Degenen die geloven in klopgeesten, geesten en spookhuizen kunnen zich daarom altijd verschuilen achter het feit dat niemand ooit voldoende informatie heeft om elk spookverhaal te verklaren. En zelfs als dat wel het geval zou zijn, dan nog zou het volgende voorval het ongelijk van de skeptici aan kunnen tonen!

Als men nagaat onder welke voorwaarden een spookverhaal echt waar zou kunnen zijn, dan is wellicht de meest redelijke instelling als skepticus dat men ervan uitgaat dat er een natuurlijke verklaring is voor al deze verhalen, maar dat men vaak niet over alle nodige details beschikt of kan beschikken om die verklaring te kunnen geven. Vaak zijn onvolledige en selectieve getuigenissen het enige bewijsmateriaal. De getuigen zijn bovendien in veel gevallen geïnteresseerd in de materie, maar zijn onervaren, bijgelovig en ze hebben doorgaans onvoldoende kennis van de basiswetten van de natuurkunde. Precies daarom zullen er altijd wel verhalen opduiken die veel aandacht trekken zoals dat van de “Bell Witch”, zeker als er films over worden gemaakt. Dergelijke verhalen brengen veel mensen ertoe om te geloven dat net dit geval iets speciaals heeft, zelfs als alle andere spookverhalen vals blijken te zijn. De "Bell Witch" is volgens het verhaal een "een sinistere entiteit die een familie in Tennessee kwelde van 1817 tot 1821".* De waarschijnlijkheid dat we in dit geval niet beschikken over alle bewijsmateriaal is rechtevenredig met het aantal jaren dat is verstreken sinds de tijd dat de vermeende gebeurtenissen plaats vonden.

Anderzijds zijn er ook heel goede redenen te bedenken waarom geesten alleen verschijnen wanneer het donker is en alleen op plaatsen waar hun ware aard op een of andere manier verborgen blijft, zodat ze nooit duidelijk kunnen worden gezien of gehoord. Omdat spoken zelf geen zintuigen hebben, zou het immers niet eerlijk voor hen zijn om op klaarlichte dag te verschijnen, waar iedereen hun zou kunnen zien zoals ze echt zijn. Geesten zijn onverbeterlijke bedriegers en het is veel gemakkelijker om mensen op het verkeerde spoor te zetten in situaties waar de zintuigen van die mensen gemakkelijk kunnen worden gemanipuleerd. Spoken houden er ook van om te "zien" hoe mensen zichzelf bedriegen, zeker mensen die wetenschappelijke instrumenten gebruiken op manieren die aantonen dat ze er in feite geen idee van hebben waar ze mee bezig zijn. Bovendien zijn spoken te weten gekomen dat veel mensen bang zijn in het donker en dat die vrees hun werk veel eenvoudiger maakt.

Sommige geesten hebben heel buitengewone manieren gevonden om mensen in de maling te nemen. Neem bijvoorbeeld de Courthouse Ghost (het Spook van de Rechtbank) die werd onderzocht door paranormaal onderzoeker Ben Radford in Santa Fe, New Mexico. Dit spook manifesteerde zich op een bewakingscamera als een gloeiende vlek, fladderend voor een patrouillewagen die geparkeerd stond onder een paar bomen.

Radford was alleen gewapend met zijn hersenen en zijn kennis. Hij gebruikte geen enkel wetenschappelijk instrument. Hij werkte een hypothese uit en testte die door een lieveheersbeestje op de lens van de camera te plaatsen. Zonder enig probleem was hij zo in staat om het spook opnieuw op film vast te leggen. "Het was dus uiteindelijk een of andere soort kever of insect op de lens van de bewakingscamera," aldus Radford, een beroemd skepticus en mede-uitgever van het tijdschrift Skeptical Inquirer. Maar heeft hij wel rekening gehouden met de mogelijkheid dat spoken er misschien vaak voor kiezen om te verschijnen als lieveheersbeestjes?


Met dank aan Jan Van Haver voor de vertaling van dit artikel.