Volgens haar schepper, Carl Jung, is synchroniciteit is een verklarend beginsel. Synchroniciteit verklaart "betekenisvol toeval", zoals het feit dat een kever de kamer binnenvliegt terwijl een patiënt een droom beschreef over een scarabee. De scarabee is een Egyptisch symbool van hergeboorte, merkte Jung op. Daarom wijst het goede moment van de vliegende kever erop dat de transcendentale betekenis van zowel de scarabee in de droom en het insekt in de kamer was dat de patiënt bevrijd moest worden van haar buitensporige rationalisme. Zijn theorie over synchroniciteit is dat er een niet-causaal beginsel is dat gebeurtenissen met elkaar verbindt die een gelijkaardige betekenis hebben door hun toeval in tijd en niet door oorzakelijk verband. Hij beweerde dat er synchroniciteit is tussen de geest en de fenomenale wereld van waarneming.

Carl Jung (1875-1961) was een Zwitserse psychiater en collega van Freud. Hij scheurde zich los van de Freudiaanse psychoanalyse wegens zijn onenigheid over de onbewuste geest als reservoir van verdrongen sexueel trauma dat alle neuroses veroorzaakt. Jung stichtte zijn eigen school van analytische psychologie.

Jung geloofde in astrologie, spiritualisme, telepathie, telekinese, helderziendheid en ESP. Naast het geloven in een aantal occulte en paranormale begrippen, voegde Jung er twee aan toe: synchroniciteit en het collectief onbewuste.

Welke redenen zijn er om synchroniciteit te aanvaarden als een verklaring voor om het even wat in de echte wereld? Wat het verklaart is eenvoudiger en eleganter verklaard door de gave van de mensen om een betekenis te vinden waar er geen is  (apofenie). De manier waarop Jung de niet-causale verbanden verdedigt is zo krankzinnig dat ik aarzel om ze hier te herhalen. Hij voert aan dat "niet-causale fenomenen moeten bestaan...aangezien statistieken immers enkel mogelijk zijn als er ook uitzonderingen zijn" (1973, Letters, 2:426). Hij beweert dat "...onwaarschijnlijke feiten bestaan--anders zou er geen statistisch gemiddelde zijn..."  (ibid.: 2:374). Ten slotte beweert hij dat "de waarschijnlijkheidspremisse tegelijk het bestaan van het onwaarschijnlijke vooronderstelt" (ibid. : 2:540). Maar als je denkt aan alle zaken die samen kunnen voorvallen in het leven van iemand, en je voegt dat bij ons heel veelzijdige vermogen om betekenisvolle verbanden te vinden tussen zaken, dan lijkt het  waarschijnlijk dat de meesten onder ons vele betekenisvolle toevalligheden zullen ervaren. De toevalligheden zijn voorspelbaar maar wij zijn diegenen die ze een betekenis geven.

Zelfs als er een synchroniciteit was tussen de geest en de wereld zodat bepaalde toevalligheden met een transcendentale waarheid weerklinken, dan zou er nog steeds een probleem zijn met het begrijpen van die waarheden. Hoe kunnen we immers bepalen wat de juistheid is van een interpretatie? Er is geen enkele manier behalve intuïtie en inzicht, dezelfde middelen die Jungs docent, Sigmund Freud, gebruikte voor zijn interpretatie van dromen. Het concept synchroniciteit is louter een concreet voorbeeld van apofenie.

Volgens psychiater en schrijver Anthony Storr, ging Jung door een periode van mentale ziekte. Tijdens die periode dacht hij dat hij een profeet was met een "speciaal inzicht". Jung verwijst naar zijn "creatieve ziekte" (tussen 1913-1917) als een vrijwillige confrontatie met het onbewuste. Zijn grote "inzicht" was dat hij dacht dat al zijn patiënten ouder dan 35 leden aan "verlies van godsdienst" en hij precies dat had waarmee hij hun lege, doelloze en zinloze leven kon vullen: zijn eigen metafysische systeem van archetypes en het collectief onbewuste.

Synchroniciteit verleent toegang tot de archetypes die zich in het collectief onbewuste bevinden.