ufoEen UFO (voluit unidentified flying object) is een ongeïdentificeerd vliegend voorwerp waarvan wordt aangenomen dat het mogelijk of echt een buitenaards ruimtetuig is. Die voorwerpen kunnen meteoren zijn, uiteenvallende satellieten, zwermen vogels, vliegtuigen, lichten, weerballonnen of zowat alles wat beweegt binnen het spectrum van het zichtbare. Tot op heden is er echter nog niets positief geïdentificeerd als een buitenaards ruimtetuig op een manier die aanvaardbaar is voor het gezond verstand of de wetenschap. Dat wil zeggen: er is nog geen enkele voorval met een UFO geweest dat zich op identieke wijze een aantal keer heeft herhaald en er is geen enkel tastbaar bewijs van een voorbijvliegende UFO of van een UFO-landing.

Er zijn evenveel foto’s van UFO’s als van het monster van Loch Ness, en ze zijn van dezelfde kwaliteit: wazige kiekjes en vervalsingen. Vreemd genoeg valt de komst van goedkope videocamera’s samen met een vermindering van het aantal UFO-waarnemingen.* Ander tastbare bewijsstukken, zoals vermeende brokstukken van neergestorte buitenaardse ruimtetuigen, of schroeiplekken op de grond van UFO-landingen, of implantaten in de neus of in de hersenen van mensen die ontvoerd werden door aliens, zijn allemaal heel erg aards gebleken – in sommige gevallen gewone vervalsingen. De belangrijkste redenen om in UFO’s te geloven, zijn: twijfelachtige interpretaties van visuele waarnemingen, getuigenissen van een groot aantal personen, het onvermogen om het onderscheid te maken tussen science fiction en wetenschap, de bereidheid om incompetente mensen te vertrouwen die fantastische verhalen vertellen, het vermogen om alle bronnen die het tegendeel beweren te wantrouwen omdat ze deel uitmaken van een boosaardige samenzwering om de waarheid verborgen te houden, en het verlangen naar contact met het hogere. Het geloof in buitenaardse wezens is verwant met het geloof in bovennatuurlijke wezens. Paul Kurtz zegt daarover:

De ufologie is de mythologie van het ruimtevaarttijdperk. In plaats van engelen... hebben we nu... buitenaardse wezens. Ze is een product van de creatieve verbeelding. Ze heeft een poëtische en existentiële functie. (…) Ze is een uitdrukking van onze honger naar mysterie... onze hoop op transcendente betekenis. De goden van de Olympus zijn ruimtereizigers geworden die ons door onze dromen naar andere werelden brengen.

De astronoom Dr. J. Allen Hynek, vooraanstaand verdediger van UFO’s, en de bedenker van de uitdrukking "close encounters of the third kind," definieert een UFO als:

De gerapporteerde waarneming van een voorwerp of licht in de lucht of op het land waarvan de verschijning, het traject, het gedrag in het algemeen, de verlichting en de kleuren geen logische, conventionele verklaring suggereren en die niet alleen onverklaarbaar is voor de oorspronkelijke waarnemers, maar ook ongeïdentificeerd blijft na zorgvuldig onderzoek van al het beschikbare bewijsmateriaal door personen die technisch voldoende onderlegd zijn om een logische verklaring te geven, als dat mogelijk is.

Deze raadselachtige woorden lijken aan te geven dat je een UFO ziet wanneer je iets waarneemt waarvoor intelligente mensen geen rationele verklaring kunnen geven. Getuigen van dergelijke waarnemingen beweren vaak dat hetgeen ze gezien hebben niet kon worden verklaard door de gekende wetten van de natuurkunde. Ze beweren getuige te zijn geweest van een schending van een natuurwet, met andere woorden: een mirakel. Dan Aykroyd, bijvoorbeeld, beweert een waarneming te hebben gedaan van "lichtgevende schijven van magnesium die zich voortbewogen met een snelheid van 20.000 mijl (32.190 km) per uur op een hoogte van 100.000 voet (30.480 meter)… vleugel tegen vleugel, vlak bij elkaar."* Hoe hij erin geslaagd is om te bepalen uit welk materiaal de "schijven" waren gemaakt of hoe hij hun snelheid of afstand berekende, daar hebben we het raden naar.

Wat Hynek beschouwt als "al het beschikbare bewijsmateriaal" is vaak ook veel minder dan wat een skepticus nodig acht. Doorgaans bestaat het bewijsmateriaal waarop ufologen zich baseren uit (1) de getuigenis van mensen die beweren buitenaardse wezens en/of buitenaardse ruimtetuigen te hebben gezien; (2) feiten over het soort mensen van wie de getuigenis afkomstig is; (3) het ontbreken van tegenstrijdige getuigenissen of van tastbaar bewijs dat ofwel een conventionele verklaring voor de waarneming zou bieden (weerballon, grap, meteorenregen, weerkaatsing van licht, enz.) ofwel de betrouwbaarheid van de ooggetuige zou ondermijnen; en (4) vermeende zwakheden in de argumenten van de skeptici tegen de ufologen. Dat laatste punt is in feite irrelevant in de hele discussie, en toch speelt het een in verhouding veel te grote rol in de ufologie.

 komeet

De argumenten en motieven van de tegenstander aanvallen, in plaats van zelf hard bewijsmateriaal aan te brengen om zijn eigen standpunt te verdedigen, is een tactiek die vaak voorkomt bij verdedigers van de bewering dat UFO’s buitenaardse ruimtetuigen zijn. Op zich is het natuurlijk perfect geoorloofd om de argumenten van de tegenstander aan te vallen en er zo de zwakke punten en fouten in bloot te leggen. Maar het weerleggen van de argumenten van de tegenstander kan nooit het onderbouwen van de eigen argumentatie vervangen. Het is zonder meer een denkfout om aan te nemen dat je eigen argumenten geldig zijn alleen maar omdat de argumenten van de tegenstander niet geldig zijn. Je eigen argumenten kunnen net zoveel fouten bevatten als die van de tegenstander, of zelfs meer.

Een andere veelgebruikte tactiek van ufologen: beweren dat de skepticus niet kan bewijzen dat hetgeen dat werd waargenomen geen buitenaards tuig is. Uit dat feit willen ze dan afleiden dat de waarneming wellicht een buitenaards tuig was. Dit soort redenering kennen we als een argumentum ad ignorantiam. Een bewering wordt niet waar of aanvaardbaar omdat de tegenovergestelde bewering niet als waar kan worden bewezen. In de argumentatie voor UFO’s zijn er twee duidelijke tendenzen. Bij de ene wordt er beweerd dat er geen logische verklaring mogelijk is omdat een of andere wetenschapper, piloot, kolonel bij de luchtmacht of academicus er geen kan bedenken. Bij de andere wijst men op het gebrek aan tegenstrijdig bewijsmateriaal: geen tegenstrijdige verklaringen van andere ooggetuigen, geen bewijs dat er geen aliens of buitenaardse ruimtetuigen waren. Ook hier is er sprake van een denkfout. Het feit dat een of andere bolleboos geen verklaring vindt voor een verschijnsel is niet relevant om te beslissen of de juiste verklaring moet worden gezocht in de richting van bezoekers uit de ruimte. Het is géén keuze tussen (A) we weten dat deze conventionele verklaring juist is of (B) we moeten concluderen dat buitenaardse wezens ons bezocht hebben.

Het lijkt logischer om aan te nemen dat de enige reden waarom we deze waarnemingen niet kunnen verklaren met conventionele middelen ligt in het feit dat we niet beschikken over al het bewijsmateriaal; de reden is dus niet dat deze waarnemingen waarschijnlijk het gevolg zijn van bezoek uit de ruimte. Als we zouden beschikken over al het bewijsmateriaal, dan zouden we wellicht in staat zijn om de waarnemingen te verklaren met een aantal conventionele middelen. Het feit dat we niet kunnen bewijzen dat Barney Hill en zijn vrouw niet werden ontvoerd door buitenaardse wezens, ondersteunt geenszins de hypothese dat ze werden ontvoerd door buitenaardse wezens.

Wanneer ooggetuigen zoals Whitley Strieber, Betty en Barney Hill of anderen die beweren te zijn ontvoerd door buitenaardse wezens niet gek of te kwader trouw zijn, dan denken vele ufologen dat ze niet kunnen worden misleid en dat ze waarheidsgetrouw verslag uitbrengen van een ontvoering door buitenaardse wezens. Toch lijkt het duidelijk dat de meeste helder denkende, goede, normale mensen misleid worden over vele zaken en dat zij niet altijd betrouwbaar zijn. Hoewel het doorgaans verantwoord is om geloof te hechten aan de getuigenis van helder denkende, goede, normale mensen die geen verborgen motief hebben, volgt daaruit niet dat eender welke getuigenis of bewering geloofwaardig is van elke persoon waarvan je niet kan aantonen dat hij of zij gestoord is, of slechte bedoelingen heeft, of een bedrieger is. Als het een bewering is die buitengewone aspecten bevat, dan volstaat een verklaring van een ooggetuige niet. Bijkomend bewijs is dan nodig. Zou het aanvaardbaar zijn om een verlamde te veroordelen voor een misdaad op basis van de getuigenissen van tien gerespecteerde leden van de gemeenschap die beweren dat ze zagen hoe beklaagde naakt door de lucht vloog met engelenvleugels en de handtas greep van een klein oud vrouwtje? Het is veel redelijker om te geloven dat goede mensen ook slechte dingen doen of dat ze werden misleid dan om te geloven dat een verlamde vleugels kan krijgen en kan vliegen.

Ufologen blijven liever volharden in hun denkfouten dan de conclusies te aanvaarden van Project Blue Book, het rapport van de Amerikaanse luchtmacht dat verklaart dat "na tweeëntwintig jaar onderzoek… geen enkel van de ongeïdentificeerde voorwerpen die werden gerapporteerd en geëvalueerd een bedreiging vormde voor onze nationale veiligheid." (Het was in dit Blue Book dat Edward Ruppelt de term "ongeïdentificeerd vliegend voorwerp" introduceerde ter vervanging van "vliegende schotel.") Ufologen zijn al evenmin onder de indruk van het Condon Report. Edward U. Condon was het hoofd van een wetenschappelijk onderzoeksteam dat werd aangesteld aan de Universiteit van Colorado om onderzoek te verrichten naar UFO’s. De conclusie van het rapport: "uit de studie van UFO’s in de afgelopen 21 jaar is niets voortgekomen dat een bijdrage heeft geleverd tot de wetenschappelijke kennis... verder uitgebreid onderzoek van UFO’s kan wellicht niet worden verantwoord door de verwachting dat de wetenschap erdoor vooruit zal worden geholpen".

Ufologen nemen aan dat de regering, en dan vooral de CIA, liegt en landingplaatsen van UFO’s en buitenaardse communicatie wegmoffelt. Daar bestaat echter geen bewijs voor behalve een algemeen wantrouwen in de regering en het feit dat vele officiële vertegenwoordigers van de overheid hebben gelogen, de waarheid hebben verdraaid en fouten hebben gemaakt in hun communicatie met de bevolking. De CIA heeft echter weinig belangstelling getoond voor UFO’s sinds ongeveer 1950, behalve om ufologen aan te moedigen om te geloven dat verkenningsvluchten misschien buitenaardse tuigen zouden kunnen zijn. Ufologen geven blijkbaar de voorkeur aan een ander soort leugen boven de leugen van de overheid. Ze ondersteunen bijvoorbeeld het werk van de Amerikaanse tv-zender NBC, die enkele tientallen programma’s maakte onder de titel "Project UFO", volgens hun bewering gebaseerd op Project Blue Book. In tegenstelling tot de luchtmacht echter, suggereerde NBC dat er gedocumenteerde gevallen waren van waarnemingen van buitenaardse ruimtetuigen. In de programma’s werd informatie vervormd en vervalst om de voorstelling geloofwaardiger te maken. Geen enkele ufoloog berispte NBC voor de leugens. Volgens de skeptici speelde NBC in op de sensatiezucht van de kijkers. Afgevaardigden van de overheid liegen om allerlei redenen, maar het wegmoffelen van landingsplaatsen van UFO’s lijkt daar niet toe te behoren.

De meeste ongeïdentificeerde vliegende voorwerpen worden uiteindelijk geïdentificeerd als bedrog of sterrenkundige gebeurtenissen, vliegtuigen, satellieten, weerballonnen of andere natuurlijke fenomenen. In sommige gevallen komt er geen verklaring omdat het bewijsmateriaal niet toelaat een eenduidige conclusie te trekken. Geen enkel geval is ooit verklaard doordat er overdonderd bewijs werd geleverd dat buitenaardse wezens voorbij onze planeet zijn gevlogen of er zijn geland.

De reden waarom geen enkele logische verklaring voor ufologen geloofwaardig lijkt, is wellicht dat degenen die de verslagen maken en horen ofwel geen logische verklaring willen horen ofwel weinig of geen moeite doen om er een te vinden. Het feit dat sommige piloten of wetenschappers beweren dat ze geen enkele logische verklaring kunnen bedenken voor sommige zintuiglijke waarnemingen, kan in elk geval nauwelijks beschouwd worden als bewijs dat ze een buitenaards ruimtetuig hebben waargenomen.

Ten slotte moet nog worden aangestipt dat het doorgaans niet-getrainde waarnemers van de hemel zijn die UFO’s waarnemen en haast nooit professionele of amateurastronomen, mensen die zich de hele tijd bezig houden met het turen naar de hemel. De niet-getrainde waarnemers worden nog geholpen door het feit dat goedkope videocamera’s volop beschikbaar zijn, maar ondanks de enorme toename van het aantal camera’s is er daling van het aantal UFO-waarnemingen. Op zijn minst zou men mogen verwachten dat astronomen inmiddels een aantal van die buitenaardse tuigen zouden hebben waargenomen. Misschien weten de snode aliens dat goede wetenschappers skeptisch zijn en de zaken graag uitspitten. Dergelijke wezens kunnen een bedreiging vormen voor de beveiliging van een goed verteld verhaal.


Met dank aan Jan Van Haver voor de vertaling van dit artikel.