Een valse herinnering is een vervorming van een feitelijke ervaring of een confabulatie van een ingebeelde ervaring. Bij vele valse herinneringen speelt het verwarren of door elkaar halen van fragmenten van herinnerde gebeurtenissen een rol. Sommige van die gebeurtenissen vonden mogelijk plaats op verschillende tijdstippen, maar in de herinnering spelen ze zich op hetzelfde moment af. Bij veel valse herinneringen wordt een foute informatiebron herinnerd. Soms worden dromen beschouwd als het opnieuw weergeven van echte ervaringen. Nog andere valse herinneringen zijn vermoedelijk het resultaat van het aanporren door of suggesties van therapeuten of hulpverleners. Dr. Elizabeth Loftus heeft overigens aangetoond dat het niet alleen mogelijk is om valse herinneringen bij iemand te creëren, maar ook dat het relatief eenvoudig is om dat te doen (Loftus, 1994).

Een herinnering van je moeder die een glas melk naar je vader gooit, terwijl het eigenlijk je vader was die de melk gooide, is een valse herinnering gebaseerd op een echte ervaring. Het is goed mogelijk dat je je de gebeurtenis levendig herinnert en het gebeurde duidelijk “ziet”, maar alleen bevestiging door de andere aanwezigen kan bepalen of je herinnering van de gebeurtenis waarheidsgetrouw is. Vervormingen zoals het omwisselen van de rollen van personen die betrokken waren in de herinnering komen vrij vaak voor. Sommige vervormingen zijn heel ingrijpend, zoals de volgende voorbeelden van valse herinneringen, die toe te schrijven zijn aan verwarring over de bron van de herinnering.

Een vrouw beschuldigde geheugenexpert Dr. Donald Thompson ervan dat hij haar had verkracht. Thompson gaf een live interview voor een televisieprogramma net voordat de verkrachting gebeurde. De vrouw had het programma gezien en "verwarde blijkbaar haar herinnering van hem op het televisiescherm met haar herinnering van de verkrachter" (Schacter, 1996, 114).

Jean Piaget, de bekende kinderpsycholoog, beweerde dat zijn vroegste herinnering was dat hij op tweejarige leeftijd bijna ontvoerd werd. Hij herinnerde zich details zoals het feit dat hij in zijn kinderwagen zat, dat hij de kinderverzorgster zichzelf zag verdedigen tegen de ontvoerder, verwondingen op het gezicht van de kinderverzorgster, en een politieman met een korte mantel en een witte wapenstok die de ontvoerder op de hielen zat. Het verhaal werd nog versterkt door de kinderverzorgster en de familie en anderen die het verhaal hadden gehoord. Piaget was ervan overtuigd dat hij zich het voorval herinnerde. In werkelijkheid heeft het echter nooit plaats gevonden. Dertien jaar na de vermeende poging tot kidnapping bekende Piagets voormalige kinderverzorgster schriftelijk aan zijn ouders dat ze het hele verhaal verzonnen had. Piaget schreef later: "Ik moet dus als kind dit verhaal hebben gehoord... en het dan in het verleden hebben geprojecteerd in de vorm van een visuele herinnering, die de herinnering van een herinnering was, maar een valse" (Tavris).

Je herinneren dat je werd ontvoerd op een leeftijd jonger dan drie is haast per definitie een valse herinnering. Het gebied in de hersenen dat instaat voor het lange termijn-geheugen is nog onderontwikkeld op die leeftijd. Het ingewikkelde proces dat nodig is voor het classificeren en onthouden van een dergelijke gebeurtenis, is nog niet mogelijk in het brein van een baby.

De hersenen van babies en zeer jonge kinderen zijn echter wel in staat om gefragmenteerde herinneringen op te slaan. Gefragmenteerde herinneringen kunnen heel onrustwekkend zijn bij volwassenen. Schacter vermeldt een verkrachtingszaak waarbij het slachtoffer zich de verkrachting – die gebeurde op een stenen pad – niet kon herinneren. De woorden steen en pad schoten haar steeds te binnen, maar ze bracht ze niet in verband met de verkrachting. Ze was erg van streek wanneer men haar terug naar de plaats bracht waar de verkrachting plaats had gevonden, maar ze kon zich niet herinneren wat er daar gebeurd was (Schacter 1996, 232). Het is nog niet wetenschappelijk aangetoond dat een gefragmenteerde herinnering van misbruik als baby significante psychologische schade kan veroorzaken bij een volwassene, maar vele psychotherapeuten lijken daar wel van uit te gaan.

Een ander punt waar veel psychotherapeuten geloof aan hechten is de veronderstelling dat vele psychologische stoornissen en problemen worden veroorzaakt door het verdringen van herinneringen aan seksueel misbruik in de kindertijd. Anderzijds houden vele psychologen ook vol dat hun collega’s die repressed memory therapy (verdrongen herinneringen-therapie) beoefenen, hun patiënten aanzetten tot valse herinneringen van misbruik of die herinneringen suggereren aan die patiënten. Veel van de herinneringen die zo naar boven komen gaan over seksueel misbruik door ouders, grootouders en priesters. Veel van de beschuldigden beweren dat de herinneringen vals zijn en hebben een juridische procedure gestart tegen therapeuten omwille van hun vermeende rol in het creëren van valse herinneringen.

Het is even weinig waarschijnlijk dat alle bovengehaalde herinneringen aan seksueel misbruik in de kindertijd vals zijn dan dat ze allemaal waar zijn. Wat we weten over het geheugen maakt het zeer moeilijk om het onderscheid te maken tussen echte en vervormde of valse herinneringen. Wel moet er rekening worden gehouden met het feit dat bepaalde processen in de hersenen nodig zijn om in staat te zijn herinneringen te hebben. Herinneringen van misbruik als baby of van misbruik dat plaats vond terwijl men buiten bewustzijn was, zijn daarom bijna per definitie niet waarheidsgetrouw. Van herinneringen die voortkomen uit dromen of hypnose is geweten dat ze zeer onbetrouwbaar zijn. Dromen zijn doorgaans geen exacte weergave van een ervaring. Gegevens die in dromen voorkomen zijn bovendien vaak dubbelzinnig. Met het gebruik van hypnose en andere technieken waarbij beïnvloeding een rol speelt, moet men zeer omzichtig omspringen om te vermijden dat herinneringen eerder worden gecreëerd door suggestie dan dat ze zorgvuldig los worden geweekt door voorzichtig vragen te stellen.

Daar komt nog bij dat herinneringen vaak door elkaar worden gehaald; sommige delen zijn waarheidsgetrouw en andere delen zijn dat niet. Het kan een hele klus zijn om de twee uit elkaar te halen onder normale omstandigheden. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat een vrouw seksueel misbruik in haar kindertijd door een buur of een familielid bewust heeft verdrongen. Een of andere gebeurtenis op volwassen leeftijd kan er dan voor zorgen dat ze zich het misbruik toch opnieuw herinnert. Dit verstoort haar en het verstoort haar dromen. Ze heeft nachtmerries, maar daarin is het plots de vader of de grootvader of de priester die haar misbruikt. Ze gaat in repressed memory therapy (verdrongen herinneringen-therapie) en na een paar maanden herinnert ze zich levendig hoe haar vader, moeder, grootvader, grootmoeder, priester, enz. haar niet alleen seksueel misbruikten, maar ook deelnamen aan vreselijke satanische rituelen met mensenoffers en kannibalisme. Welk deel is waar en welk is vals? De herinneringen van de patiënt zijn echt en huiveringwekkend, ook al zijn ze vals. Het lijden van de patiënt is echt, of de herinneringen nu echt of vals zijn. En families worden verscheurd door de vraag of de herinneringen nu echt of vals zijn.

Doet men er best aan om dergelijke herinneringen zonder meer als de waarheid te accepteren zonder enige poging om het tegendeel te bewijzen? Het zou uiteraard onaanvaardbaar zijn om beschuldigingen van seksueel misbruik te negeren. Maar het is evenzeer onaanvaardbaar om aan te zien hoe levens en families vernietigd worden zonder op zijn minst na te proberen gaan of sommige delen van de herinneringen van seksueel misbruik niet vals zijn. Het lijkt ook onmenselijk te zijn om patiënten aan te moedigen om herinneringen boven te halen van seksueel misbruik (of van een ontvoering door buitenaardse wezens) tenzij er een heel goede reden is om dat te doen. Aannemen dat alle of de meeste emotionele problemen te wijten zijn aan verdrongen herinneringen van seksueel misbruik in de kindertijd, volstaat niet als reden om het risico te lopen dat een patiënt ernstig gekwetst wordt of dat familiebanden worden beschadigd doordat waanideeën worden aangemoedigd. Evenmin kan je zomaar aannemen dat een patiënt werd ontvoerd door buitenaardse wezens om de eenvoudige reden dat je niet kan bewijzen dat het niet gebeurd is. Het is een deel van de verantwoordelijkheid van een therapeut om de patiënt te helpen om het onderscheid te maken tussen een waanvoorstelling en de realiteit, tussen dromen en verzinsels enerzijds en de waarheid anderzijds, en tussen echt en ingebeeld misbruik. Als goede therapie inhoudt dat waanideeën worden aangemoedigd als standaard procedure, dan is de vraag of goede therapie wel altijd nodig is.

Tot slot: de mensen die het als hun plicht beschouwen om te bepalen of iemand seksueel misbruikt werd en of een herinnering aan dergelijk misbruik al dan niet vals is, horen goed op de hoogte te zijn van de huidige wetenschappelijke literatuur over het geheugen. Ze horen te weten dat wij allemaal in zekere mate beïnvloedbaar zijn en vatbaar voor suggesties, maar dat kinderen in het bijzonder kwetsbaar zijn voor suggestieve vragen of vragen die in een bepaalde richting duwen. Ze houden er ook best rekening mee dat kinderen een heel levendige fantasie hebben en dat wanneer een kind zegt een bepaalde herinnering te hebben, dit niet noodzakelijk betekent dat hij of zij die herinnering ook echt heeft. Anderzijds, als kinderen aangeven dat ze zich iets niet herinneren, dan is het geen goede ondervragingstechniek om hen te blijven ondervragen tot ze het zich wel herinneren.

Voor onderzoekers, raadgevers en therapeuten is het ook belangrijk om zich ervan bewust te zijn dat vele beschuldigingen en herinneringen in grote mate worden beïnvloed door de beeldvorming in de media. Mensen die beschuldigd worden van of veroordeeld zijn voor misdrijven, hebben vastgesteld dat hun kansen om op sympathie te kunnen rekenen vergroten als de buitenwereld gelooft dat zij als kind werden misbruikt. Mensen die een rekening te vereffenen hebben, zijn er achter gekomen dat de gemakkelijkste manier om iemand in de vernieling te helpen een beschuldiging van seksueel misbruik is, terwijl degene die de beschuldiging uit tezelfdertijd sympathie en troost oogst. Emotioneel gestoorde mensen worden ook beïnvloed door wat ze lezen, zien of horen in de media, inclusief verhalen van verdrongen misbruik als oorzaak van emotionele problemen. Een emotioneel gestoorde volwassene kan een andere volwassene ervan beschuldigen een kind te misbruiken, niet op basis van degelijk bewijsmateriaal, maar omdat de gestoorde persoon zich misbruik inbeeldt of er bang voor is. Onderzoekers doen er dan ook goed aan om niet te snel een oordeel te vellen.


Met dank aan Jan Van Haver voor de vertaling van dit artikel.