Een vloek is een gebed of bezwering waarbij de wens wordt uitgedrukt dat kwaad, ongeluk, verwonding, groot kwaad, enz. wordt toegebracht aan een andere persoon, plaats, ding, stam, natie, enz. Van mensen wordt ook gezegd dat ze vervloekt zijn wanneer hen regelmatig ongeluk overkomt of wanneer het hen relatief veel meer overkomt dan de rest van ons.

Vloeken waren een regelmatig voorkomend deel van oude culturen en waren mogelijk een manier om vijanden schrik aan te jagen en de schijnbare onrechtvaardigheid van de wereld de verklaren. Er is geen enkel bewijs dat iemand ooit op succesvolle manier occulte krachten heeft opgeroepen om iemand anders kwaad te doen, maar er is wel bewijs dat wie gelooft vervloekt te zijn ellendig kan worden doordat zijn geloof wordt uitgebuit. Angst en de menselijke neiging tot voorkeur voor bevestiging en selectief denken kan er soms toe leiden dat de gelovige zelf de vloek vervult.

Het geloof in vloeken maakt het makkelijk om uit te leggen waarom goede mensen vaak slechte dingen overkomen: ze zijn vervloekt omwille van een slechte daad van een voorouder. Met een beetje nadenken wordt het duidelijk dat dit geen echt bevredigende uitleg is. Of het nu God is of de natuur die vervloekt, het lijkt in geen van beide gevallen rechtvaardig om kinderen te straffen voor de zonden van hun moeders of vaders.

De vloek is het favoriete literaire thema in de Griekse mythologie. Moderne schrijvers zoals William Faulkner gebruiken al te graag de familievloek. Het Oude Testament is een litanie van vloeken. In het Nieuwe Testament wordt zelfs een vijgenboom vervloekt. De vloek is ook een favoriet onderwerp van de massamedia wanneer iets slechts gebeurt in de Fitzgerald/Kennedy-familie.