fasen van de maan
 

De volle maan werd al in verband gebracht met onder meer criminaliteit, zelfmoord, geestelijke ziekte, rampen, ongelukken, geboortecijfers, vruchtbaarheid en weerwolven. Sommigen mensen kopen en verkopen zelfs aandelen naargelang de stand van de maan, een methode die waarschijnlijk even succesvol is als vele andere methodes. Diverse onderzoeken hebben gepoogd om gevolgen van de maan te vinden. Tot dusver konden die onderzoeken op weinig belangstelling rekenen. De fase van de maan bleek weinig of geen invloed te hebben op het menselijk gedrag, zoals de ontdekking van een lichte invloed van de maan op de wereldtemperatuur,* dat op zijn beurt een effect heeft op de plantengroei. Uiteraard zijn er hier en daar onderzoeken geweest die een verband hebben gevonden tussen de diverse fasen van de maan en dit of dat fenomeen, maar niets significants kon worden herhaald om zo tot een mogelijk causaal verband te komen.

Ivan Kelly, James Rotton en Roger Culver (1996) onderzochten meer dan honderd studies van gevolgen van de maan en besloten dat de studies er niet in slaagden een betrouwbaar en significant (dat wil zeggen niet aan het toeval te wijten) verband te vinden tussen de volle maan, of om het even welke andere fase van de maan, en elk van volgende zaken:

    - het zelfmoordcijfer
    - verkeersongevallen
    - crisisoproepen naar politie of brandweer
    - huiselijk geweld
    - geboortecijfer
    - zelfmoord
    - grote rampen
    - winst in casino
    - moorden
    - kidnappingen
    - agressie door professionele hockeyspelers
    - geweld in gevangenissen
    - opnames in psychiatrische instellingen [een studie vond zelfs dat tijdens een volle maan het minst aantal mensen werden opgenomen]
    - opgewonden gedrag bij bewoners van verzorgingstehuizen
    - aanrandingen
    - verwondingen door geweerschoten
    - het aantal toegebrachte messteken
    - opnames in de spoed [maar zie ook hier]
    - uitbarstingen van psychologisch gekwelde plattelandsmensen
    - weerwolfziekte
    - vampirisme
    - alcoholisme
    - slaapwandelen
    - epilepsie


Als zoveel onderzoek er niet in geslaagd is om een significant verband te vinden tussen de volle maan en om het even wat, waarom geloven dan zoveel mensen in deze maanmythes? Kelly, Rotton en Culver vermoeden dat vier factoren hiervoor verantwoordelijk zijn: media, folklore en traditie, misvattingen, en cognitieve vooroordelen. Een vijfde factor komt evenwel ook in aanmerking: gemeenschapsversterking.


de media bestendigen maanmythes

Maanmythes komen vaak voor in films en andere fictie. "Door het door de media voortdurend herhaalde verband tussen de volle maan en het menselijk gedrag is het niet verwonderlijk dat dergelijke overtuigingen wijdverspreid zijn onder de bevolking" (Kelly et al. 1996). Verslaggevers "hebben tevens een voorkeur voor wie beweert dat de volle maan het gedrag beïnvloedt". Het zou geen vermeldenswaardig verhaal zijn mocht de maan vol zijn en er niets gebeuren, merken ze op. Een bewijs voor de invloed van de maan is via getuigenissen makkelijk te vinden en verslaggevers weten dat de lezer meer interesse heeft in één goede anekdote dan in tien wetenschappelijk studies, hoewel een dergelijk bewijs onbetrouwbaar is om significante verbanden te maken. Wie zich op persoonlijke ervaringen baseert, negeert de mogelijkheid van zelfbedrog en voorkeur voor bevestiging. Een dergelijk bewijs is dan wel onbetrouwbaar, het kan bijzonder overtuigend overkomen.


folklore en traditie

Heel wat maanmythes zitten diep geworteld in folklore. Een oud Assyrisch-Babylonisch document beweert bijvoorbeeld dat 'een vrouw vruchtbaar is in overeenstemming met de maan'. Dergelijke denkbeelden zijn uitgegroeid tot wijdverspreide misverstanden over vruchtbaarheid en geboortecijfers. De overtuiging dat er meer geboortes zijn tijdens een volle maan leeft ook vandaag nog steeds bij opgeleide mensen. Maar wetenschappelijke studies zijn er niet in geslaagd om een verband te vinden tussen de volle maan en het aantal bevallingen.

Hoewel er geen bewijs bestaat voor een duidelijk verband tussen de maanfasen, de menstruatiecyclus en vruchtbaarheid, blijven sommige mensen niet alleen beweren dat dat verband er is, maar hebben ze ook een "wetenschappelijke" verklaring voor dat niet-bestaande verband.* Sommigen denken dat het licht van de maan de vruchtbaarheid van de vrouw beïnvloedt, net zoals het een invloed uitoefent op koralen. Het licht van de maan is maar een kleine bron van licht in het leven van de meeste vrouwen, en heeft niet meer invloed op de ovulatie van de vrouw dan de aantrekkingskracht van de maan. Bovendien duurt de gemiddelde menstruatiecyclus 28 dagen maar dit varieert van vrouw tot vrouw en van maand tot maand, terwijl de duur van de maanmaand altijd 29,53 dagen is. Sommigen onder ons hebben opgemerkt dat deze cycli niet identiek zijn. Bovendien zou het maar vreemd zijn dat natuurlijke selectie voor een soort als de onze een voortplantingsmethode zou kiezen die van het weer afhangt. Wolken zijn nu eenmaal onregelmatig aanwezig en blokkeren vaak het maanlicht, wat de kans op overleving van onze soort eerder kleiner zou maken.

Sommige mythemakers geloven dat lang geleden alle vrouwen synchroon met de maan menstrueerden, maar de beschaving en binnenhuislicht (of zelfs de ontdekking van het vuur door primitieve mensen) hebben de ritmische cyclus verstoord. Deze theorie lijkt misschien geloofwaardig maar wordt al gauw onhoudbaar zodra je beseft dat er heel wat andere zoogdieren zijn op deze planeet die niet door vuurlicht of binnenhuislicht worden beïnvloed en cycli hebben die niet gelijk met de maan lopen. Kortom, gezien de grote hoeveelheid zoogdieren op onze planeet, zou je verwachten dat de paardrift en menstruatiecyclus van sommige soorten per toeval overeenkomen met de maancycli (zoals bijvoorbeeld bij de maki). Het is twijfelachtig dat hierin enige metafysische betekenis in te vinden valt.


misvattingen

Misvattingen zoals over de invloed van de maan op de getijden hebben de maanmythologie doen groeien. Heel wat mensen denken dat aangezien de maan invloed uitoefent op de getijden van de oceaan, deze zo krachtig moet zijn dat de maan ook het menselijk lichaam beïnvloedt. De maan bezit echter maar een hele zwakke getijdenkracht. Een moeder die haar kind vasthoudt "oefent twaalf miljoen keer méér de getijdenkracht van de maan uit op haar kind dan de maan zelf" (Kelly et al., 1996: 25). Astronoom George O. Abell beweert dat een mug meer zwaartekracht uitoefent op jouw arm dan de maan (Abell 1979). Ondanks deze natuurkundige feiten, gelooft men nog steeds dat de maan aardbevingen kan veroorzaken. Dat is niet het geval, en geldt evenmin voor de zon, die veel minder getijdenkracht uitoefent op de aarde dan de maan.

Een van de argumenten voor de gedachte dat de maan een sterke invloed uitoefent op het menselijk lichaam en dus op het menselijk gedrag, is het feit dat dat menselijk lichaam voor het grootste gedeelte uit water bestaat. Velen beweren dat zowel de aarde als het menselijk lichaam voor 80% uit water bestaan. Dit is onjuist. Tachtig procent van het oppervlak can de aarde is water. Bovendien beïnvloedt de maan enkel onbegrensde delen water, terwijl het water in de mens begrensd is.

Belangrijk is ook dat de getijdenkracht van de maan op de aarde afhangt van de afstand van de maan tot de aarde, niet van de fase van de maan. Terwijl de synodische periode 29,53 dagen bedraagt, doet de maan er 27,5 dagen over om in haar elliptische baan van perigeum tot perigeum te gaan (of apogeum tot apogeum). Het perigeum (wanneer de maan het dichtst bij de aarde staat) "kan samenvallen met elke fase van de synodische cyclus" (Kelly et al. 1990: 989). Hogere getijden komen voor bij zowel nieuwe als volle maan, maar niet omdat de door de maan uitgeoefende zwaarekracht op dat moment sterker is. De getijden zijn dan hoger omdat "de zon, aarde en maan op één lijn staan en de getijdenkracht van de zon op die momenten samenvalt met die van de maan zodat hogere getijden ontstaan" (ibid.: 989).

Heel wat van de misverstanden over de invloed van de zwaartekracht van de maan op de getijden, net als vele andere misverstanden over de maan, lijken in het leven te zijn geroepen door Arnold Lieber in The Lunar Effect (1978), opnieuw gepubliceerd in 1996 als How the Moon Affects You (Hoe de maan u beïnvloedt). In The Lunar Effect voorspelde Lieber foutief een catastrofische aardbeving die Californië in 1982 zou treffen omdat de maan en de planeten toevallig op één lijn lagen. Niet uit het veld geslagen omdat een dergelijke aardbeving niet was gebeurd, gaf Lieber zijn fout niet toe in de heruitgave. Sterker nog, hij herhaalde zijn overtuiging over de gevaren van planeten die op één lijn liggen en schreef dat ze 'een nieuwe grote aardbeving in Californië zouden kunnen veroorzaken'. Deze keer schreef hij er echter niet bij wanneer precies.


cognitieve voorkeur en gemeenschapsversterking

Veel mensen geloven in maanmythes omdat ze die keer op keer hebben gehoord in de massamedia, bij politieagenten, verpleegkundigen, artsen, maatschappelijk werkers en andere mensen met invloed. Zodra vele menen in iets geloven en daarbij heel wat gemeenschapsversterking ondergaan, worden ze heel selectief in het soort informatie waar ze in de toekomst aandacht aan besteden. Als iemand gelooft dat er bij volle maan meer ongevallen gebeuren, dan zal die persoon letten op het aantal ongervallen bij volle maan, maar niet letten op de maan wanneer ongevallen op andere tijdstippen voorvallen. Als iets vreemds gebeurt net op het moment dat het volle maan is, dan zal een oorzakelijk verband worden gelegd. Als er iets vreemds gebeurt en er is geen volle maan, dan wordt geen verband gelegd, maar het voorval wordt niet als bewijs gezien dat de overtuiging over de volle maan niet klopt. Herinneringen worden selectief, en mogelijk zelfs verdraaid, zodat ze passen in de hypothese over de volle maan. Na verloop van tijd zal het geloof in het verband tussen de volle maan en gebeurtenissen die er eigenlijk geen verband mee houden, alleen maar sterker worden.


de maan, krankzinnigheid en zelfmoord

De waarschijnlijk meest wijdverspreide mythe over de volle maan is dat die in verband wordt gebracht met krankzinnigheid. Maar na het bestuderen van meer dan 100 onderzoeken terzake, vonden Kelly et al. dat  "de maanfasen verantwoordelijk waren voor niet meer dan 3/100 van 1 procent van de gevallen die als waanzin worden beschouwd" (1996: 18). Volgens James Rotton "ligt een dergelijk laag cijfer te dicht bij nul om enige theoretische, praktische of statistische betekenis te hebben" (Rotton 1997).

Ten slotte, het idee dat de maan het zelfmoordcijfer beïnvloedt is evenmin bewezen. Martin et al. (1992) bekeken diverse onderzoeken die gedurende meer dan dertig jaar zijn uitgevoerd en vonden geen enkel significant verband tussen de maanfasen en het aantal doden door zelfmoord, het aantal zelfmoordpogingen, of het aantal dreigingen met zelfmoord. In 1997 bestudeerden Gutiérrez-García en Tusell 897 zelfmoorden in Madrid en vonden "geen enkel significant verband tussen de synodische cyclus en het aantal zelfmoorden" (p. 248). Deze onderzoeken, net als andere, vonden niets interessants bij volle maan, maar kregen in de pers nauwelijks aandacht.

-------------------------------------------------------------------
update 1 februari 2000: Volgens Allan Hall van de Sunday Times beweren de Duitse onderzoekers Hans-Joachim Mittmeyer van de universiteit van Tübingen en Norbert Filipp van het Gezondheidsinstituut van Reutlingen dat 'een studie van politieverslagen voor vijftig nieuwe en volle maancycli aantoont dat de maan verantwoordelijk is voor overmatig drankgebruik'.

Volgens Hall beweren Mittmeyer en Filipp in hun document "Alcoholverbruik en de invloed van de maan" politieverslagen en bloedalcoholtesten van 16.495 mensen te hebben bestudeerd en zei Mittmeyer dat "de resultaten tonen dat er een duidelijk verband is tussen de nieuwe en volle maan en het alcoholverbruik."

Hall schrijft:

    Een groter aantal mensen met meer dan 2 ml alcohol per 100 ml bloed – dronken volgens de Duitse wet – werden door de politie aangehouden tijdens de vijfdaagse volle maan cyclus.

    In twee Duitse deelstaten werden gemiddeld 175 dronken bestuurders opgepakt twee dagen vóór een volle maan, 161 werden opgepakt tijdens de volle maan cyclus en dat getal zakte tot 120 per dag op andere tijden.

Jan Willem Nienhuys, een wiskundige aan de Technische Universiteit Eindhoven, beweert dat "het verhaal van Hall een verdraaide versie is van een verhaal van het Duitse persagentschap DPA." Volgens Nienhuys, verzon Hall het begrip van een vijfdaagse volle maan; deze uitdrukking wordt niet gebruikt door Mittmeyer en Filipp in hun document. Bovendien: 668 van de 16.495 gearresteerde en geteste personen bleken nuchter, wat betekent dat er 15.827 waren met alcohol in hun bloed, maar slechts 4.512 met meer dan 0,2 promille (dat wil zeggen dronken volgens de wet).

Volgens Nienhuys verwijst het getal 161 naar het gemiddelde aantal gearresteerde dronken chauffeurs op om het even welke dag in de maanmaand; hij gelooft dat men aan dit getal kwam door 4512 te delen door 28 (en niet door 29,53, de lengte van een maanmaand) en het zou dus 153 moeten zijn, niet 161. Ongeveer het enige punt waar Hall het juist heeft, zegt Nienhuys, is dat Mittmeyer en Filipp wel degelijk beweren een significant verband gevonden te hebben tussen de maan en overmatig drinken. Hij merkt op dat zij grafieken geven maar zonder statistische analyse van hun gegevens. Wie zo'n analyse maakt, zegt Nienhuys, merkt dat het onderzoek "pretentieuze pseudowetenschap" is. Volgens Nienhuys, levert een standaard statistische test p-waarden op die aantonen dat er niets te onderzoeken valt.


Hier zijn de gegevens, volgens Nienhuys. Dag 0 is de dag van de nieuwe maan en op dag 14 is het volle maan.


dag   dronkaards   drinkers, waaronder dronkaards

0        145                  551
1        160                  528
2        162                  552
3        122                  527
4        162                  538
5        157                  531
6        156                  504
7        158                  560
8        140                  523
9        152                  540
10      150                  552
11      146                  477
12      173                  563
13      150                  545
14      150                  523
15      149                  498
16      145                  543
17      142                  539
18      143                  507
19      119                  508
20      157                  532
21      163                  552
22      156                  513
23      148                  530
24      154                  528
25      158                  536  
26      175                  582
27      176                  581
28      169                  590
-----------------------------------
        4437                15553
ontbreekt   75      274

-----------------------------------

        4512                15827


De drie grote dagen waren de 12de, 26ste en 27ste. Zoekt u het nu zelf maar uit!