Voorkeur voor bevestiging verwijst naar een soort selectief denken waarbij men de neiging heeft enerzijds te letten op en te zoeken naar wat de eigen overtuiging bevestigt en anderzijds te negeren, niet zoeken naar of onderwaarderen van de relevantie van wat de eigen overtuiging tegenspreekt. Bijvoorbeeld, als u gelooft dat er tijdens volle maan een toename is in het aantal opnames in de spoedafdeling waar u werkt, dan zal u de opnames opmerken tijdens een volle maan, maar niet kijken naar de maan tijdens opnames in andere nachten van de maand. Als u deze neiging langere tijd aanhoudt, dan zal dat onverantwoordbaar uw geloof versterken in de relatie tussen volle maan en ongevallen en andere maaninvloeden.

Deze neiging om meer aandacht te schenken en belang te hechten aan gegevens die onze overtuiging staven dan aan gegevens van het tegendeel, is vooral schadelijk wanneer onze overtuigingen niets meer zijn dan vooroordelen. Als onze overtuigingen stevig gefundeerd zijn met tastbaar bewijs en geldige bevestigende experimenten, dan zou de neiging om meer aandacht te schenken en belang te hechten aan gegevens die overeenstemmen met onze overtuigingen ons in regel niet op een dwaalspoor brengen. Als we geen oog hebben voor bewijs dat een gesteunde hypothese weerlegt, dan hebben we de lijn overgestoken van redelijkheid naar vooringenomenheid.

Diverse studies hebben aangetoond dat mensen over het algemeen buitensporig veel waarde geven aan bevestigende informatie, d.i. aan positieve of stavende gegevens. De "meest waarschijnlijke reden voor de buitensporige invloed van bevestigende informatie is dat het makkelijker is om er cognitief mee om te gaan" (Gilovich 1993). Het is veel makkelijker om te zien hoe een gegeven een standpunt steunt dan te zien hoe het het standpunt kan tegenspreken. Denk maar aan een typisch ESP-experiment of een schijnbaar voorspellende droom: de successen zijn vaak ondubbelzinnig of gegevens worden makkelijk tot successen gemanipuleerd, terwijl het intellectuele moeite vereist om negatieve gevallen als negatief te zien of ze als belangrijk te beschouwen. De neiging om meer aandacht te schenken en belang te hechten aan het positieve en het bevestigende beïnvloedt duidelijk het geheugen. Wanneer we in ons geheugen zoeken naar relevante gegevens voor een standpunt, dan zullen we waarschijnlijk makkelijker gegevens vinden die het standpunt bevestigen (ibid.).

Onderzoekers maken zich soms schuldig aan voorkeur voor bevestiging door zodanig experimenten op te zetten of hun gegevens te interpreteren dat hun hypotheses eerder zullen worden bevestigd. Ze vergroten het probleem door op zulk een manier tewerk te gaan dat ze gegevens in tegenspraak met hun hypotheses vermijden. Parapsychologen, bijvoorbeeld, zijn berucht voor het vrij starten en stoppen van hun ESP-onderzoek. Wie een experiment uitvoert kan voorkeur voor bevestiging vermijden of minimaliseren door bij het opstellen van het experiment samen te werken met mensen die een tegengestelde hypothese aanhouden. Individuen moeten zich deze neiging voortdurend herinneren en actief gegevens zoeken die hun overtuiging tegenspreken. Aangezien dit onnatuurlijk is, lijkt het of de gewone mens gedoemd is tot voorkeur.


Voor voorbeelden van voorkeur voor bevestiging in actie, zie: "alternatieve" gezondheisdpraktijken, vloek, ESP, intuitief, lunar effect, personologie, plant perception, the Sokal hoax, therapeutische aanraking en thought field therapy.

Om voorkeur voor bevestiging aan het werk te zien, lees er dan de samenzweringstheorieën voor de moord op JF Kennedy er op na. Het is een goede les om te zien hoe gemakkelijk intelligente mensen complexe connecties en patronen kunnen zien die hun standpunt bevestigen en hoe makkelijk ze de fouten kunnen zien in andermans standpunten. Zolang iemand bepaalde feiten negeert en speculatie als feit aanvaardt, kan men zowat alles tot de eigen volle tevredenheid bewijzen.