Het waanidee dat iemand in een dier is veranderd, vooral een weerwolf. In het middeleeuwse Europa geloofde men algemeen dat lykantropie het resultaat was van hekserij of magie. Een moderne theorie is dat het roggebrood van de armen vaak besmet was met de moederkorenschimmel die hallucinaties en waanideeën veroorzaakte over weerwolven.

Verhalen van mensen die in dieren veranderen zoals tijgers, zwanen, apen, enz. komen overal voor en lijken in alle culturen te bestaan. Ze wijzen dan ook op gedeelde menselijke angsten (bijv. angst voor het meest wilde plaatselijke beest) of verlangens (bijv. het verlangen naar krachten zoals grote spierkracht of kunnen vliegen), of gewone hersenstoornissen.