Inleiding
Het Woordenboek van de Scepticus geeft definities, argumenten en artikels over bovennatuurlijke, paranormale, occulte en pseudowetenschappelijke onderwerpen. We gebruiken de term occult om naar al deze onderwerpen te verwijzen.
Het Woordenboek van de Scepticus probeert niet om een evenwichtig overzicht te geven van occulte zaken. Dit boek is als een David die vecht tegen de Goliath van occulte literatuur. Maar in tegenstelling tot David geloven we niet dat Goliath kan worden verslagen. Sceptici kunnen hem wat verwondingen toebrengen, maar onze woorden zullen nooit fataal zijn. Goliath kan niet worden verslaan met bewijzen en argumenten. Maar heel wat lezers kunnen door ons optreden op andere gedachten worden gebracht en Goliath beginnen te zien zoals hij vaak is: een valse messiah. We hopen de zwaktes van Goliath te kunnen blootleggen zodat de lezer zijn vermeende krachten en beloftes in twijfel zal trekken.
Het Woordenboek van de Scepticus richt zich tot vier verschillende soorten
publiek:
+ de onbevooroordeelde zoeker, die geen specifieke mening heeft over
het occulte en het niet aanhangt maar ook niet afwijst;
+ de gematigde scepticus die eerder zal twijfelen dan geloven
in het occulte;
+ de geharde scepticus die totaal niet gelooft in al die occulte
zaken;
+ de gelovige twijfelaar die geneigd is te geloven in het occulte
maar licht twijfelt.
De ene groep tot wie dit boek zich niet richt is de trouwe
aanhanger van het occulte. Indien u niets van een kritische
houding in u heeft, is dit boek niet voor u.
De onbevooroordeelde zoeker is nog niet veel in aanraking
gekomen met occulte fenomenen, en heeft hoogstens wat religieuze opleiding
genoten. Hij wijst echter niet zomaar verslagen van auralezingen,
buitenaardse ontvoeringen, ESP,
mirakuleuze genezingen, enz. van de hand.
De gematigde scepticus neemt geen standpunt in tegenover
het occulte en wijst die houding aan zijn gebrek aan ervaring.
De geharde scepticus is een niet-gelovige in alle of
de meeste occulte zaken.
De gelovige twijfelaar voelt zich aangetrokken tot het
occulte en gelooft sterk in een of meer (doorgaans meer) occulte onderwerpen,
maar heeft enkele twijfels over de geldigheid van enkele occulte aanspraken.
Ons standpunt is duidelijk dat van de geharde scepticus. De bewijzen zijn zo overweldigend dat het bijna geen twijfel lijdt dat alle occulte onderwerpen fout of frauduleus zijn. Vroeger zochten we zelf naar uitleg en het is jammer dat we toen geen woordenboek hadden zoals dit waardoor iemand de benodigde argumenten krijgt tegen de vele occulte zaken. Hoewel we hopen dat de twijfelaars onder u echte sceptici zullen worden, hopen we ook dat u deze zaken zal onderzoeken alvorens een besluit te nemen.
Het Woordenboek van de Scepticus geeft de gematigde scepticus bewijzen en argumenten tegen occulte onderwerpen. Volgens ons zijn er voldoende bewijzen voorhanden om redelijke, gematigde sceptici te kunnen aantonen dat de meeste occulte zaken heel waarschijnlijk vals zijn. Maar de gematigde scepticus erkent dat men door die bewijzen moet aannemen wat het rationele verstand vertelt.
Rationaliteit is voor hem een waarde en het idee dat een rationeel leven het beste is voor de mens kan niet op een logische, wetenschappelijke of welke andere wijze ook worden bewezen. Het enige wat men dus kan doen is de gevolgen dragen van de keuze voor een rationeel of irrationeel leven.
Het lijkt alsof het geloof in het irrationele net zo aantrekkelijk is voor de trouwe aanhanger van het occulte, als het geloof in het rationele voor de geharde scepticus. Volgens vele gematigde sceptici hangt de keuze voor een rationeel of irrationeel leven af van geloof. Wij menen dat dit niet klopt. Mocht het kloppen, dan zou alles tot geloof te herleiden zijn. Er moet dan ook rede worden gebruikt om voor geloof te argumenteren. Hoewel we niet ontkennen dat de gevolgen van het geloven in het occulte vaak voordelig kunnen zijn, ontkennen we dat die gevolgen iets te maken hebben met het waar maken van die occulte fenomenen. Een gematigde scepticus moet aannemen dat er een onoverbrugbaar verschil is tussen een entiteit waarin geloofd wordt en een die echt is. We gaan akkoord met de gematigde scepticus als die zegt dat het onmogelijk is om om het even welk empirisch ding met absolute zekerheid te weten. Maar waarschijnlijkheden komen ons in het leven goed van pas. Er bestaan heel wat manieren om in heel wat zaken een onderscheid te maken tussen empirische aanspraken die elk een verschillende graad van waarschijnlijkheid hebben.
De geharde scepticus heeft niet veel bewijzen of argumenten nodig om
ervan overtuigd te zijn dat om het even welk occult onderwerp hoogstwaarschijnlijk
gebaseerd is op een fout of fraude. Toch bevat het Woordenboek van de
Scepticus ook iets voor de geharde scepticus: het zal hem ammunitie verschaffen
tegen de niet aflatende (drog)argumenten van trouwe aanhangers van het
occulte. De meeste geharde sceptici vinden het niet de moeite waard om
elk bizar idee te onderzoeken dat ze tegenkomen. Zij wijzen het bij voorbaat
van de hand. In de meeste gevallen is het afwijzen van kwakzalverij
intelligent en terecht te noemen. Maar het is vaak beter om de gematigde
scepticus of de gelovige twijfelaar argumenten te geven, zowel algemene
als specifieke.
Als de tegenstander een trouwe aanhanger van het occulte is, dan is elke
discussie verloren tijd en energie.
Zoals eerder vermeld is er een groep waarvoor dit boek niet is bedoeld: de trouwe aanhangers van het occulte. We zijn ervan overtuigd dat ze onze argumenten of kritische gegevens over hun geloof steevast als onbetekenend, irrelevant, manipulerend, bedrieglijk, onwetenschappelijk, oneerlijk, subjectief, bevooroordeeld, irrationeel en/of duivels aanzien. (Het is misschien interessant te weten dat al deze termen, op duivels na, dezelfde termen zijn die de geharde sceptici gebruiken om de studies en bewijzen te beschrijven van de trouwe aanhangers van het occulte.) De enige reden waarom de trouwe aanhanger het Woordenboek van de Scepticus zou willen gebruiken is om het te veroordelen en te verbranden zonder het te hebben gelezen.
Scepticisme kan verwijzen naar de algemene houding van iemand, nl. die van twijfel en in vraag stellen. Vaak verwijst het echter naar twijfel of ongeloof ten overstaan van bovennatuurlijke of paranormale beweringen.
Scepticisme kan ook verwijzen naar het filosofische
uitgangspunt dat absolute kennis onmogelijk is en dat onderzoek een proces
van twijfelen moet zijn om een benaderende of relatieve zekerheid te verkrijgen.